JurispRadar
ECLI:NL:CRVB:2026:972Laag18/100

WIA-uitkering terecht geweigerd wegens onvoldoende toegenomen beperkingen

ECLI:NL:CRVB:2026:972, Centrale Raad van Beroep, 16-07-2026, 25/1417 WIA

Centrale Raad van BeroepUitspraak: 16 juli 2026Publicatie: 28 juli 2026
Procedure:Hoger beroep
Zaaknummer:25/1417 WIA
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Arbeidsrelaties
Overheid
Wia
Arbeidsongeschiktheid
Uwv
Vijfjaarstermijn
Wga

Inhoudsindicatie

(officieel, Rechtspraak.nl)

Weigering WIA-uitkering toe te kennen omdat appellante minder dan 35% arbeidsongeschikt is. Geen sprake van toegenomen beperkingen uit dezelfde oorzaak binnen vijf jaar na beëindiging van de uitkering. Voldoende medische onderbouwing.

Kern van de zaak

Een voormalig schoonmaakster en cateringmedewerkster had een WIA-uitkering die per 4 juli 2021 werd beëindigd omdat zij minder dan 35% arbeidsongeschikt was. In januari 2023 meldde zij zich opnieuw met toegenomen klachten, maar het UWV weigerde een nieuwe uitkering toe te kennen. Zij vocht deze weigering aan via bezwaar en beroep.

Beslissing van de rechter

Het hoger beroep is ongegrond verklaard; de weigering van de WIA-uitkering blijft in stand. De doorslaggevende reden is dat het UWV voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat de beperkingen van appellante niet zijn toegenomen binnen vijf jaar na de beëindiging van de eerdere WIA-uitkering per 4 juli 2021.

18van 100

Impactscore

Laag

De uitspraak past bestaande WIA-regelgeving en de vijfjaarstermijn toe op een individuele casus zonder nieuwe rechtsvragen te stellen of richtinggevende interpretaties te geven.

Belangrijkste punten

  • 1Appellante had eerder een WGA-uitkering (2012) die uiteindelijk per 4 juli 2021 werd beëindigd wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid.
  • 2Bij een nieuwe melding in januari 2023 geldt de vijfjaarstermijn: beperkingen moeten zijn toegenomen binnen vijf jaar na eerdere beëindiging om opnieuw in aanmerking te komen.
  • 3Verzekeringsartsen (primair en bezwaar & beroep) hebben appellante gezien en nieuwe medische informatie beoordeeld, maar geen relevante toename van beperkingen vastgesteld.
  • 4Zowel de primaire beslissing, het bezwaar als de rechtbank in eerste aanleg kwamen tot hetzelfde oordeel; de Centrale Raad van Beroep bevestigt dit.
  • 5De uitspraak is gebaseerd op een FML uit 2021 en nadien ingebrachte medische informatie, waarbij geen objectiveerbare verslechtering is aangetoond.

Impactanalyse

Juridische impact

De uitspraak bevestigt de toepassing van de vijfjaarstermijn bij hernieuwde WIA-aanvragen na beëindiging, waarbij de bewijslast voor toegenomen beperkingen bij de aanvrager ligt. Er worden geen nieuwe rechtsvragen beantwoord.

Praktische impact

Appellante ontvangt geen WIA-uitkering en moet met haar huidige beperkingen zonder deze inkomensondersteuning verder. Voor andere uitkeringsgerechtigden benadrukt de uitspraak het belang van medische onderbouwing bij een hernieuwde WIA-melding binnen de vijfjaarstermijn.

Onderwerp-impact

In het sociale zekerheidsrecht bevestigt deze zaak dat het UWV bij herbeoordelingen en hernieuwde aanvragen strikt de wettelijke criteria hanteert, en dat enkel subjectief ervaren klachtentoename zonder objectiveerbare medische onderbouwing onvoldoende is.

Samenvatting

Deze zaak betreft een voormalig schoonmaakster en cateringmedewerkster die in 2012 een WGA-uitkering ontving op grond van de Wet WIA. Na meerdere herbeoordelingen werd haar uitkering per 4 juli 2021 beëindigd omdat zij minder dan 35% arbeidsongeschikt werd geacht. In januari 2023 meldde zij zich opnieuw bij het UWV met de stelling dat haar klachten waren toegenomen. Het UWV weigerde een nieuwe WIA-uitkering toe te kennen, omdat niet was vastgesteld dat haar beperkingen binnen vijf jaar na de beëindiging van de eerdere uitkering waren toegenomen – een vereiste dat voortvloeit uit de Wet WIA. Het UWV baseerde zich daarbij op rapporten van verzekeringsartsen die appellante persoonlijk hadden gezien en nieuwe medische informatie hadden beoordeeld. De centrale juridische vraag was of het UWV terecht had geconcludeerd dat de beperkingen van appellante niet waren toegenomen in de relevante periode. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, en de Centrale Raad van Beroep bevestigde dit oordeel in hoger beroep. De Raad oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en dat de conclusie – geen objectiveerbare toename van beperkingen – voldoende was onderbouwd. De uitspraak illustreert dat bij een hernieuwde WIA-aanvraag na beëindiging een concrete, medisch aantoonbare verslechtering vereist is. Subjectief ervaren klachtentoename is daarvoor onvoldoende. De uitkomst is in lijn met vaste jurisprudentie en stelt geen nieuwe rechtsvragen. Voor appellante betekent de uitspraak dat zij zonder WIA-uitkering verder moet, terwijl de uitspraak voor de praktijk bevestigt hoe strikt de vijfjaarstermijn en het toename-vereiste worden toegepast.

Bron: Rechtspraak.nl Open Data· Geanalyseerd op 3 augustus 2026 met claude-sonnet-4-6
Originele uitspraak

Meer Bestuursrecht

ECLI:NL:RVS:2026:5123Laag
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:RVS:2026:5123, Raad van State, 09-09-2026, 202203505/1/A3

Raad van State9 sep 2026OverheidHandhaving
28/100Bekijk
ECLI:NL:RVS:2026:5339Laag
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:RVS:2026:5339, Raad van State, 09-09-2026, 202500974/1/R3

Raad van State9 sep 2026VastgoedVergunningen
18/100Bekijk
ECLI:NL:RVS:2026:5354Laag
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:RVS:2026:5354, Raad van State, 09-09-2026, 202406781/1/A3

Raad van State9 sep 2026OverheidVergunningen
18/100Bekijk
ECLI:NL:RVS:2026:5361Laag
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:RVS:2026:5361, Raad van State, 09-09-2026, 202503177/1/R1

Raad van State9 sep 2026VastgoedVergunningen
18/100Bekijk
Alle uitspraken in dit rechtsgebied