Wmo-aanvraag onderrijdbare keuken afgewezen na vrijwillige verhuizing
ECLI:NL:CRVB:2026:895, Centrale Raad van Beroep, 02-07-2026, 25/1094 WMO15
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)Afwijzing aanvraag voor een maatwerkvoorziening voor een woningaanpassing. Het was voorzienbaar dat de standaardkeuken in de nieuwe woning voor problemen zou zorgen in het gebruik ervan. Van bijzondere omstandigheden op grond waarvan het college de maatwerkvoorziening had moeten verstrekken is geen sprake.
Kern van de zaak
Een rolstoelafhankelijke man verhuisde in januari 2024 van een volledig aangepaste studio naar een groter driekamerappartement met een standaardkeuken. Hij vroeg vervolgens een Wmo-maatwerkvoorziening aan voor een onderrijdbare keuken, maar het college van Amsterdam wees dit af omdat de verhuizing zonder medische noodzaak plaatsvond.
Beslissing van de rechter
Het hoger beroep is ongegrond verklaard; de Centrale Raad van Beroep laat de afwijzing van de Wmo-aanvraag in stand. Doorslaggevend is dat appellant vrijwillig verhuisde van een geschikte naar een ongeschikte woning zonder medische noodzaak, terwijl hij kon voorzien dat de standaardkeuken problemen zou opleveren en de afschrijvingstermijn van de eerder geplaatste onderrijdbare keuken nog niet was verstreken.
Impactscore
LaagDe uitspraak bevestigt bestaande jurisprudentie over de vrijwillige-verhuizing-toets binnen de Wmo 2015 en stelt geen nieuwe rechtsregels. De impact is daarmee beperkt tot bevestiging van de geldende praktijk.
Belangrijkste punten
- 1Vrijwillige verhuizing van geschikte naar ongeschikte woning zonder medische noodzaak leidt tot afwijzing Wmo-woningaanpassing.
- 2Het college mocht zich baseren op het advies van Argonaut van 22 januari 2024 bij de beoordeling van de aanvraag.
- 3De normale afschrijvingstermijn van de eerder verstrekte onderrijdbare keuken was ten tijde van de aanvraag nog niet verstreken.
- 4Het aangevoerde sociale argument (studio te klein voor gezin) werd niet als voldoende grond voor medische noodzaak aanvaard.
- 5Er werden alternatieven aanwezig geacht voor het gebruik van de standaardkeuken, waardoor geen onoverkomelijke beperking bestond.
Impactanalyse
Juridische impact
De uitspraak bevestigt dat gemeenten bij Wmo-woningaanpassingen de voorzienbaarheid van beperkingen en de afwezigheid van medische noodzaak bij een vrijwillige verhuizing als weigeringsgrond mogen hanteren. Dit sluit aan bij vaste jurisprudentie over het eigen-schuld-beginsel binnen de Wmo 2015.
Praktische impact
Rolstoelgebruikers en anderen met beperkingen die vrijwillig verhuizen naar een niet-aangepaste woning, lopen een reëel risico dat een nieuwe Wmo-aanvraag voor woningaanpassing wordt afgewezen, tenzij zij een medische noodzaak voor de verhuizing kunnen aantonen.
Onderwerp-impact
Voor de zorgsector en gemeentelijke Wmo-uitvoering benadrukt deze uitspraak het belang van een gedegen toets op medische noodzaak en voorzienbare beperkingen voorafgaand aan een verhuizing, en versterkt het de positie van gemeenten bij het weigeren van herhaalde of voorzienbare aanpassingsverzoeken.
Samenvatting
Deze zaak betreft een rolstoelafhankelijke man die in januari 2024 vrijwillig verhuisde van een volledig via de Wmo 2015 aangepaste studio naar een ruimer driekamerappartement met een standaardkeuken. Zijn aanvraag voor een nieuwe maatwerkvoorziening — een onderrijdbare keuken — werd door het college van Amsterdam afgewezen op grond van het oordeel dat hij zonder medische noodzaak was verhuisd van een geschikte naar een ongeschikte woning. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarna appellant hoger beroep instelde bij de Centrale Raad van Beroep. De juridische kern van de zaak draait om de vraag of een sociale reden — de studio was te klein geworden voor appellant en zijn inmiddels geboren kind — als voldoende grondslag kan gelden voor een nieuwe Wmo-woningaanpassing na een vrijwillige verhuizing. De Centrale Raad beantwoordt die vraag ontkennend. Het college mocht de aanvraag afwijzen omdat appellant kon voorzien dat de standaardkeuken in het nieuwe appartement voor hem ongeschikt zou zijn, de afschrijvingstermijn van de eerder verstrekte onderrijdbare keuken nog niet was verstreken, en er alternatieven beschikbaar waren voor het gebruik van de keuken. Een medische noodzaak voor de verhuizing ontbrak. De uitspraak bevestigt dat gemeenten op grond van de Wmo 2015 en de daarbij behorende verordeningen mogen toetsen of een verhuizing naar een ongeschikte woning voorzienbaar was en of een medische noodzaak aan die verhuizing ten grondslag lag. Het ontbreken van een dergelijke noodzaak vormt een legitieme weigeringsgrond. De uitspraak voegt geen nieuw recht toe, maar illustreert de grenzen van de gemeentelijke zorgplicht bij door de betrokkene zelf veroorzaakte woonproblemen.