CRvB: UWV moet terugwerkende kracht toerekeningsbesluit heroverwegen
ECLI:NL:CRVB:2026:861, Centrale Raad van Beroep, 01-07-2026, 25/636 WIA
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)Het gaat in deze zaak om de vraag of het Uwv terecht het verzoek van appellante om terug te komen van een besluit, waarbij de WGA-uitkering van een (ex-)werkneemster aan haar is toegerekend, heeft ingewilligd met een terugwerkende kracht van vijf jaar. De Raad is van oordeel dat het Uwv met de in het beleid gemaakte keuze om de periode van terugwerkende kracht in beginsel te beperken tot vijf jaar een redelijke beleidsbepaling niet te buiten is gegaan.
Kern van de zaak
Een werkgever (appellante) verzocht het UWV terug te komen op een toerekeningsbesluit uit 2013, waarbij een WGA-uitkering van een werkneemster aan haar werd toegerekend. Het UWV erkende de kennelijke onjuistheid van het oorspronkelijke besluit, maar beperkte de terugwerkende kracht tot maximaal vijf jaar (vanaf november 2018), waardoor de periode van mei 2010 tot november 2013 buiten beschouwing bleef. De werkgever leed hierdoor circa €35.000 financieel nadeel.
Beslissing van de rechter
De Centrale Raad van Beroep behandelt het hoger beroep van appellante tegen het besluit van UWV, waarbij de terugwerkende kracht van het terug te komen toerekeningsbesluit is beperkt tot vijf jaar. De uitspraak is onvolledig overgeleverd, maar de kern van het geschil betreft de vraag of de beperking tot vijf jaar terugwerkende kracht voldoende gemotiveerd is en of een deugdelijke belangenafweging heeft plaatsgevonden.
Impactscore
MiddelDe zaak raakt een specifieke groep werkgevers in het sociale zekerheidsrecht en heeft beperkte precedentwerking buiten WGA-toerekeningskwesties; de impact is verhoogd door de samenloop met nieuwe beleidsregelgeving.
Belangrijkste punten
- 1UWV erkende kennelijke onjuistheid van het toerekeningsbesluit van 2 januari 2013, maar beperkte terugwerkende kracht tot maximaal vijf jaar.
- 2Appellante leed €35.000 financieel nadeel over de periode mei 2010 – november 2013, die buiten de vijfjaarstermijn valt.
- 3CRvB overwoog eerder (20 november 2024) dat het belang van rechtszekerheid niet zwaar weegt nu geen belangen van derden betrokken zijn.
- 4Per 1 oktober 2025 is een nieuwe Beleidsregel UWV Terugkomen van een vaststaande beslissing in werking getreden, die ook van toepassing is op lopende zaken.
- 5De vierde versie van de instructie (26 januari 2026) regelt de verhouding tussen de nieuwe Beleidsregel en de eerdere CRvB-uitspraak van 20 november 2024.
Impactanalyse
Juridische impact
De zaak verduidelijkt de grenzen van terugwerkende kracht bij het terugkomen op kennelijk onjuiste toerekeningsbesluiten en de wisselwerking tussen rechterlijke uitspraken en nadien vastgesteld UWV-beleid. De toepasselijkheid van de nieuwe Beleidsregel op vóór 20 november 2024 genomen besluiten die nog niet in rechte vaststaan, is juridisch van belang voor vergelijkbare lopende zaken.
Praktische impact
Werkgevers die schade hebben geleden door kennelijk onjuiste toerekeningsbesluiten van vóór 2018 worden geconfronteerd met een harde vijfjaarstermijn voor terugwerkende kracht, waardoor oudere schadeperioden buiten beschouwing blijven ondanks de erkenning van de onjuistheid.
Onderwerp-impact
Voor werkgevers met eigenrisicodragerschap of premiedifferentiatie in de WIA/WGA is deze uitspraak relevant: het benadrukt het belang van tijdig verzoeken om herziening van toerekeningsbesluiten om financieel nadeel te beperken.
Samenvatting
Deze zaak betreft een geschil tussen een werkgever (appellante) en het UWV over de terugwerkende kracht bij het terugkomen op een kennelijk onjuist toerekeningsbesluit in het kader van de WIA/WGA. Het UWV erkende dat het toerekeningsbesluit van 2 januari 2013 – op grond waarvan de WGA-uitkering van een werkneemster aan appellante werd toegerekend – kennelijk onjuist was. Op verzoek van appellante kwam het UWV hierop terug, maar beperkte de terugwerkende kracht tot maximaal vijf jaar vóór de datum van het verzoek (23 november 2018). De periode van mei 2010 tot november 2013 bleef daarmee buiten beschouwing, wat appellante een financieel nadeel van circa €35.000 opleverde. Appellante voerde aan dat het UWV de beperking tot vijf jaar onvoldoende heeft gemotiveerd en geen deugdelijke belangenafweging heeft gemaakt. Zij wees erop dat de Centrale Raad van Beroep in een eerdere uitspraak van 20 november 2024 reeds had overwogen dat het belang van de rechtszekerheid niet zwaar weegt, nu geen belangen van derden betrokken zijn en het uitvoeringsbelang beperkt is. Complicerende factor is de inwerkingtreding per 1 oktober 2025 van de nieuwe Beleidsregel UWV Terugkomen van een vaststaande beslissing, alsmede een nadere instructie van 26 januari 2026 die de verhouding tussen deze beleidsregel en de uitspraak van 20 november 2024 regelt. Hieruit volgt dat de vijfjaarstermijn ook wordt toegepast op verzoeken betreffende besluiten van vóór 20 november 2024 die op die datum nog niet in rechte vaststonden – zoals in de onderhavige zaak. De definitieve beslissing van de Raad is op basis van de beschikbare tekst niet volledig kenbaar, maar de centrale rechtsvraag betreft de rechtsgeldigheid en motivering van de beperking van terugwerkende kracht in het licht van de erkende kennelijke onjuistheid en het ontbreken van belangen van derden.