Elektrische rolstoel geweigerd: handbewogen rolstoel volstaat voor participatie
ECLI:NL:CRVB:2026:1327, Centrale Raad van Beroep, 08-10-2026, 25/1725 WMO15
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)Afwijzing aanvraag maatwerkvoorziening Wmo 2015 voor een elektrische rolstoel. Met de eerder verstrekte handbewogen rolstoel en de deeltaxipas wordt een passende bijdrage geleverd aan de zelfredzaamheid en participatie van appellant.
Kern van de zaak
Een man (geboren 1988) met lichamelijke klachten vraagt een elektrische rolstoel aan via de Wmo 2015. Het college weigert de aanvraag omdat hij al beschikt over een handbewogen rolstoel en een deeltaxipas. Appellant gaat in beroep en hoger beroep tegen deze afwijzing.
Beslissing van de rechter
Het hoger beroep is ongegrond verklaard; de afwijzing van de elektrische rolstoel blijft in stand. Doorslaggevend is dat medisch onderzoek geen grote spierzwakte van de bovenste extremiteit aantoont en appellant met de bestaande voorzieningen in aanvaardbare mate kan participeren.
Impactscore
LaagHet betreft een individuele Wmo-zaak zonder rechtsontwikkeling; de uitkomst past volledig binnen bestaande jurisprudentie over het participatiecriterium en maatwerkvoorzieningen onder de Wmo 2015.
Belangrijkste punten
- 1Medisch advies (JPH Consult) toont geen medische noodzaak voor elektrische rolstoel aan: geen grote spierzwakte bovenste extremiteit.
- 2Appellant kan zich binnen- en buitenshuis verplaatsen met handbewogen rolstoel en deeltaxipas.
- 3De wens voor een elektrische rolstoel is voornamelijk gebaseerd op praktische problemen (kapotte rolstoel, lekke banden), niet op medische gronden.
- 4Appellant heeft niet gesteld dat hij om medische redenen geen gebruik meer kan maken van de handbewogen rolstoel.
- 5Het college voldoet aan de Wmo 2015-compensatieplicht met de reeds verstrekte maatwerkvoorzieningen.
Impactanalyse
Juridische impact
De uitspraak bevestigt dat onder de Wmo 2015 de compensatieplicht niet vereist dat de meest gewenste voorziening wordt verstrekt, maar slechts dat aanvaardbare participatie wordt gerealiseerd met de beschikbare voorzieningen. Praktische bezwaren tegen een reeds verstrekte voorziening zijn onvoldoende grond voor een duurdere alternatieve voorziening.
Praktische impact
Appellant ontvangt geen elektrische rolstoel en dient gebruik te blijven maken van de handbewogen rolstoel en deeltaxipas. Klachten over onderhoudsproblemen met de rolstoel zijn geen rechtens relevante grond voor een andere voorziening.
Onderwerp-impact
Voor zorgaanbieders en gemeenten bevestigt deze uitspraak dat het 'aanvaardbaar participeren'-criterium bij Wmo-aanvragen strikt wordt getoetst aan medische noodzaak, niet aan gebruikscomfort of onderhoudsklachten van bestaande voorzieningen.
Samenvatting
Een man met lichamelijke klachten, die reeds beschikte over een handbewogen rolstoel en een deeltaxipas verstrekt door de gemeente, deed op 15 september 2023 een aanvraag voor een elektrische rolstoel op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo 2015). Het college wees de aanvraag af op basis van een medisch advies van JPH Consult, waaruit bleek dat appellant geen grote spierzwakte had van de bovenste extremiteit en dat hij met de bestaande voorzieningen in aanvaardbare mate kon participeren. Zowel de bezwaarfase als de beroepsfase bij de rechtbank leverde appellant niets op: het bestreden besluit werd in stand gelaten. In hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep stelde appellant dat zijn klachten waren onderschat en dat deze ernstig zijn. De Raad volgde dit betoog niet. Doorslaggevend was dat appellant zelf niet had gesteld dat hij om medische redenen geen gebruik meer kon maken van de handbewogen rolstoel. De primaire reden voor zijn wens naar een elektrische rolstoel bleek te zijn gelegen in praktische problemen, zoals een rolstoel die vaak kapot is of lekke banden heeft. Dit zijn geen omstandigheden die een aanspraak op een duurdere maatwerkvoorziening rechtvaardigen onder de Wmo 2015. De Wmo 2015 verplicht het college tot compensatie van beperkingen in zelfredzaamheid en participatie, maar niet tot verstrekking van de door de cliënt gewenste voorziening wanneer de bestaande voorzieningen voldoende compensatie bieden. Nu appellant met de handbewogen rolstoel en de deeltaxipas zijn bestemmingen binnen en buiten kan bereiken, is aan het wettelijke criterium van aanvaardbare participatie voldaan. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard.