JurispRadar
ECLI:NL:CRVB:2026:1309Middel38/100

WW-uitkering niet gekort ondanks zelf ontslag nemen

ECLI:NL:CRVB:2026:1309, Centrale Raad van Beroep, 30-09-2026, 25/1398 WW

Centrale Raad van BeroepUitspraak: 30 september 2026Publicatie: 2 oktober 2026
Procedure:Hoger beroep
Zaaknummer:25/1398 WW
Arbeidsrecht
Socialezekerheidsrecht
Arbeidsrelaties
Overheid
Ww Uitkering
Verwijtbare Werkloosheid
Reistijd
Zelf Ontslag
Werkomstandigheden

Inhoudsindicatie

(officieel, Rechtspraak.nl)

Weigering WW-uitkering wegens verwijtbare werkloosheid. Geen medische noodzaak voor ontslag. Wijziging grondslag in nader besluit. Herhaling gronden in beroep en hoger beroep. Tegenvallende reistijd komt voor risico van appellant. Geen dringende reden om van maatregel af te zien. Niet gebleken van toezegging dat uitkering wel zou worden betaald.

Kern van de zaak

Een afdelingsleider nam ontslag bij zijn werkgever vanwege ziekmakende werkomstandigheden, met name extreme reistijden (3-4 uur per dag in de file). Het UWV weigerde de WW-uitkering over de eerste drie maanden uit te betalen omdat hij verwijtbaar werkloos zou zijn geworden. De werknemer vocht dit besluit aan.

Beslissing van de rechter

De Centrale Raad van Beroep bevestigt de uitspraak van de rechtbank die het besluit van het UWV vernietigde. De doorslaggevende reden is dat voortzetting van het dienstverband redelijkerwijs niet van appellant kon worden gevergd, zodat geen sprake was van verwijtbare werkloosheid.

38van 100

Impactscore

Middel

De uitspraak is inhoudelijk relevant voor de toepassing van het verwijtbaarheidscriterium in de WW bij zelf ontslag nemen, maar betreft een casuïstische bevestiging van eerder recht en is afkomstig van de Centrale Raad van Beroep zonder fundamenteel nieuwe rechtsregel.

Belangrijkste punten

  • 1Werknemer nam zelf ontslag vanwege ziekmakende werkomstandigheden (dagelijks 3-4 uur reistijd door files)
  • 2UWV kwalificeerde dit als verwijtbare werkloosheid en schortte uitbetaling WW-uitkering gedurende 3 maanden op
  • 3Rechtbank verklaarde beroep gegrond en vernietigde het besluit van UWV
  • 4Centrale Raad van Beroep bevestigt de uitspraak van de rechtbank: geen verwijtbare werkloosheid
  • 5UWV moet griffierecht van € 143,- vergoeden aan appellant

Impactanalyse

Juridische impact

De uitspraak bevestigt dat extreme en structurele reisbelasting als ziekmakende werkomstandigheid kan kwalificeren die maakt dat voortzetting van het dienstverband redelijkerwijs niet kan worden gevergd, waardoor zelf ontslag nemen niet leidt tot verwijtbare werkloosheid in de zin van de WW.

Praktische impact

Werknemers die om zwaarwegende persoonlijke of arbeidsomstandighedenredenen zelf ontslag nemen, kunnen onder omstandigheden toch aanspraak maken op een volledige WW-uitkering zonder kortingsperiode, mits zij aantonen dat voortzetting niet redelijkerwijs van hen kon worden gevergd.

Onderwerp-impact

Voor werknemers in arbeidsrechtelijke geschillen over WW-uitkeringen biedt deze uitspraak steun voor de stelling dat langdurige en structurele reisbelasting als relevante omstandigheid bij de verwijtbaarheidsbeoordeling wordt meegewogen.

Samenvatting

Een afdelingsleider trad op 1 augustus 2022 in dienst bij een onderwijsstichting op basis van een tijdelijke arbeidsovereenkomst van één jaar. Op 31 maart 2023 nam hij zelf ontslag met ingang van 1 mei 2023, omdat hij een nieuwe functie had aanvaard. Hij legde daarbij uit dat de werkomstandigheden bij zijn werkgever ziekmakend waren, met als voornaamste klacht een dagelijkse reistijd van drie tot vier uur als gevolg van files. Hij vroeg vervolgens een WW-uitkering aan. Het UWV kende de uitkering toe per 1 mei 2023, maar weigerde uitbetaling over de periode 1 mei 2023 tot 1 augustus 2023 – de resterende duur van de oorspronkelijke arbeidsovereenkomst. Het UWV stelde dat de werknemer verwijtbaar werkloos was geworden, omdat hij zelf ontslag had genomen terwijl hij nog tot 1 augustus 2023 in dienst had kunnen blijven. In de beslissing op bezwaar handhaafde het UWV dit standpunt en oordeelde dat aan de voortzetting van het dienstverband geen zodanige bezwaren waren verbonden dat die voortzetting redelijkerwijs niet van hem kon worden gevergd. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond en vernietigde het besluit van het UWV. De Centrale Raad van Beroep bevestigt in hoger beroep deze uitspraak. De centrale juridische vraag was of de werknemer verwijtbaar werkloos is geworden in de zin van de Werkloosheidswet, nu hij zelf ontslag nam. De Raad oordeelt dat de extreme reisbelasting – dagelijks drie tot vier uur reizen – als ziekmakende werkomstandigheid moet worden aangemerkt, en dat voortzetting van het dienstverband redelijkerwijs niet van appellant kon worden gevergd. Er is daarmee geen sprake van verwijtbare werkloosheid. Het UWV dient bovendien het door appellant in hoger beroep betaalde griffierecht van € 143,- te vergoeden.

Bron: Rechtspraak.nl Open Data· Geanalyseerd op 12 oktober 2026 met claude-sonnet-4-6
Originele uitspraak
38van 100
MiddelLees toelichting ↓

Meer Arbeidsrecht

Hoge Raad·9 okt 2026
Arbeidsrecht
Belastingrecht
Arbeidsrelaties
Financiele Dienstverlening
ECLI:NL:HR:2026:1631

Hoge Raad: aftrek aandelenopties onder opschortende voorwaarden bevestigd

62/100Bekijk
Hoge Raad·2 okt 2026
Arbeidsrecht
Aansprakelijkheidsrecht
Arbeidsrelaties
Schadevergoeding
ECLI:NL:HR:2026:1586

Hoge Raad: Staat niet verplicht Afghaanse bewakers te evacueren

72/100Bekijk
Gerechtshof Den Haag·29 sep 2026
Arbeidsrecht
Aansprakelijkheidsrecht
Arbeidsrelaties
Schadevergoeding
ECLI:NL:GHDHA:2026:2970

Werknemer vordert schadevergoeding wegens fysieke overbelasting havenwerk

28/100Bekijk
Gerechtshof Amsterdam·29 sep 2026
Arbeidsrecht
Socialezekerheidsrecht
Arbeidsrelaties
Schadevergoeding
ECLI:NL:GHAMS:2026:2742

Werknemer verliest hoger beroep over benadeling en transitievergoeding

28/100Bekijk
Alle uitspraken in dit rechtsgebied