ECLI:NL:CRVB:2026:1196, Centrale Raad van Beroep, 25-08-2026, 23/2597 PW
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)Opgelegde maatregel. Niet meewerken aan voorziening gericht op arbeidsinschakeling. Geen dringende redenen. Toetsing aan evenredigheidsbeginsel. Geen bijzondere omstandigheden. Geen exceptieve toetsing aan verordening. Schadevergoeding redelijke termijn. Bij het opleggen van een maatregel a.b.i. art. 18 lid 4 onder h i.s.m. art. 18 lid 5 PW gaat het om een gebonden bevoegdheid. De uitoefening van die bevoegdheid kan niet worden getoetst aan het evenredigheidsbeginsel. Daarom moet eerst onderzocht worden of de opgelegde maatregel m.t.v. art. 18 lid 10 PW moet worden afgestemd. Het college heeft tot het oordeel kunnen komen dat niet is gebleken van dringende redenen die ertoe noodzaken om de opgelegde maatregel af te stemmen. Het beroep op het evenredigheidsbeginsel slaagt ook niet. Appellant heeft gesteld noch onderbouwd dat er sprake is van bijzondere omstandigheden die de wetgever niet of niet ten volle in zijn afweging heeft verdisconteerd en ook niet geconcretiseerd dat sprake zou zijn van bijzondere omstandigheden waardoor toepassing van deze wettelijke bepaling zozeer in strijd is met algemene rechtsbeginselen of (ander) ongeschreven recht dat die toepassing achterwege moet blijven.
AI-analyse is nog niet beschikbaar voor deze uitspraak.