Bijstand herzien wegens niet-gemeld cryptohandel via Bitvavo
ECLI:NL:CRVB:2026:1091, Centrale Raad van Beroep, 18-08-2026, 23/2773 PW-T
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)Intrekking, herziening en terugvordering van bijstand. Boete. Schending inlichtingenverplichting. Crypto-activiteiten. Inkomen uit vermogen. Recht vaststellen. Opdracht nieuw besluit. Als een betrokkene incidenteel ten behoeve van zichzelf en met eigen middelen crypto’s koopt en deze nadien verkoopt is slechts sprake van een mutatie van eigen vermogen en niet van het verkrijgen van inkomsten. Het incidenteel aankopen of verkopen van crypto’s met eigen middelen valt onder het algemeen gangbaar vermogensbeheer van de betrokkene en kan niet worden geacht te zijn gericht op het verkrijgen van inkomsten uit vermogen. Dergelijke incidentele crypto-activiteiten, die in beginsel slechts vermogensmutaties behelzen, zijn op zichzelf dan ook niet van invloed op het recht op bijstand. Daarvan hoeft dus ook geen mededeling te worden gedaan aan de bijstandverlenende instantie. Als echter de aan- en verkoop van crypto’s met eigen middelen, gelet op de omvang, de duur en het terugkerende karakter ervan, het algemeen gangbaar vermogensbeheer van de betrokkene overstijgen, dan kunnen die crypto-activiteiten wel van invloed zijn op het recht op bijstand. Crypto-activiteiten die het algemeen gangbaar vermogensbeheer overstijgen kunnen immers worden geacht te zijn gericht op het verkrijgen van inkomsten uit vermogen en moeten daarom gemeld worden aan de bijstandverlenende instantie. Uit het transactieoverzicht volgt dat de aan- en verkoop van crypto’s door appellant het algemeen gangbaar vermogensbeheer overstegen, o.m. doordat appellant op ongeveer 600 verschillende tijdstippen aan- of verkooptransacties van crypto’s heeft verricht. Van het incidenteel aan- en verkopen van crypto’s was in het geval van appellant dan ook geen sprake.
Kern van de zaak
Appellant ontving bijstand als alleenstaande en deed aan cryptohandel via een Bitvavo-account. Na een anonieme melding bij het Fraudemeldpunt onderzocht de gemeente Leeuwarden de rechtmatigheid van de bijstand. Het college herzag en trok de bijstand gedeeltelijk in en vorderde ruim €8.900 terug.
Beslissing van de rechter
De Centrale Raad van Beroep behandelt het hoger beroep tegen de herziening, intrekking en terugvordering van bijstand over diverse maanden in 2021 en 2022. De doorslaggevende reden is dat appellant inkomsten uit cryptoactiviteiten via Bitvavo niet had gemeld, hetgeen in strijd is met de inlichtingenplicht van artikel 17 lid 1 PW. De uitkomst van de definitieve beslissing is op basis van de beschikbare tekst niet volledig reconstrueerbaar.
Impactscore
MiddelDe uitspraak past in een bredere lijn over de inlichtingenplicht bij bijstand, maar is specifiek voor het relatief nieuwe thema van cryptohandel als niet-gemeld inkomen of vermogen; de impact is regionaal en feitelijk van aard, zonder fundamentele nieuwe rechtsregels.
Belangrijkste punten
- 1Appellant ontving bijstand naar de norm voor een alleenstaande sinds 2 februari 2019.
- 2Na een anonieme fraudemelding werd onderzoek gedaan naar cryptoactiviteiten via een Bitvavo-account.
- 3Het college herzag de bijstand over specifieke maanden en trok deze over andere maanden in.
- 4Het totale terugvorderingsbedrag bedraagt €8.922,56 wegens niet-gemelde cryptoinkomsten.
- 5De zaak betreft schending van de inlichtingenplicht (artikel 17 lid 1 PW), met mogelijke bestuurlijke boete als gevolg.
Impactanalyse
Juridische impact
De uitspraak bevestigt dat inkomsten en vermogensmutaties via cryptoplatforms zoals Bitvavo vallen onder de inlichtingenplicht van de Participatiewet en bij niet-melding leiden tot herziening en terugvordering van bijstand. Dit verduidelijkt de reikwijdte van de inlichtingenplicht in het digitale vermogensdomein.
Praktische impact
Bijstandsgerechtigden die cryptovaluta kopen, verkopen of aanhouden moeten dit actief melden bij het college; nalaten hiervan kan leiden tot aanzienlijke terugvorderingen en bestuurlijke boetes.
Onderwerp-impact
Voor de uitvoeringspraktijk van sociale zekerheid onderstreept dit arrest de noodzaak om cryptoplatformtransacties standaard te betrekken bij rechtmatigheidsonderzoeken, wat de handhaving van bijstandsfraude in het digitale domein versterkt.
Samenvatting
Appellant ontving sinds februari 2019 bijstand naar de norm voor een alleenstaande van de gemeente Leeuwarden. Naar aanleiding van een anonieme melding bij het Fraudemeldpunt, inhoudende dat appellant als bezorger zou werken, startte een handhavingsmedewerker een rechtmatigheidsonderzoek. Tijdens dit onderzoek bleek dat appellant een Bitvavo-account aanhield en via dat account in cryptovaluta handelde. Appellant verstrekte bankafschriften en een transactieoverzicht van zijn Bitvavo-account over de periode januari 2021 tot en met februari 2022. Op basis van de onderzoeksresultaten herzag het college de bijstand over de maanden maart, juli, september en oktober 2021 en februari 2022 en trok de bijstand in over april, mei, november en december 2021 en januari 2022. Het college vorderde in totaal €8.922,56 terug wegens ten onrechte of tot een te hoog bedrag verleende bijstand. De centrale juridische vraag betreft of de cryptoactiviteiten van appellant als inkomen of vermogen hadden moeten worden gemeld op grond van de inlichtingenplicht van artikel 17 lid 1 van de Participatiewet, en of de herziening, intrekking en terugvordering rechtmatig zijn. De zaak is bij de Centrale Raad van Beroep in hoger beroep behandeld. Op basis van de beschikbare tekst is de definitieve uitkomst van het hoger beroep niet volledig reconstrueerbaar, maar de overwegingen richten zich op de vraag of de niet-gemelde cryptotransacties terecht aan de inzet van het handhavingsinstrumentarium ten grondslag zijn gelegd. De zaak illustreert de toenemende aandacht van uitvoerende instanties voor digitale vermogenscomponenten bij de vaststelling van bijstandsrechten en de toepassing van de inlichtingenplicht in het tijdperk van cryptovaluta.