JurispRadar
ECLI:NL:CRVB:2026:1086Laag22/100

WIA-herkeuring: toegenomen beperkingen leiden niet tot uitkering

ECLI:NL:CRVB:2026:1086, Centrale Raad van Beroep, 20-08-2026, 25/1690 WIA

Centrale Raad van BeroepUitspraak: 20 augustus 2026Publicatie: 25 augustus 2026
Procedure:Hoger beroep
Zaaknummer:25/1690 WIA
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Overheid
Zorg
Wia
Arbeidsongeschiktheid
Uwv
Functionele Mogelijkhedenlijst
Herkeuring

Inhoudsindicatie

(officieel, Rechtspraak.nl)

Weigering WIA-uitkering toe te kennen omdat appellant minder dan 35% arbeidsongeschikt is. Geen toegenomen klachten uit dezelfde ziekteoorzaak binnen vijf jaar naar beëindiging van de uitkering. Voldoende medische en arbeidskundige onderbouwing. Uitgaande van de juistheid van de FML van 2 mei 2023 heeft de rechtbank heeft terecht geoordeeld dat het Uwv voldoende en inzichtelijk heeft gemotiveerd dat de geselecteerde functies passend zijn voor appellant.

Kern van de zaak

Een voormalig productiemedewerker ontving jarenlang een WIA-uitkering (80-100% arbeidsongeschikt) tot deze in 2021 werd beëindigd. Na melding van verslechtering van zijn gezondheid per augustus 2021 onderzocht het UWV of hij opnieuw recht had op een WIA-uitkering per januari 2023. Het UWV weigerde de uitkering omdat hij minder dan 35% arbeidsongeschikt werd geacht, ondanks vastgestelde toegenomen beperkingen.

Beslissing van de rechter

De Centrale Raad van Beroep heeft het hoger beroep van appellant behandeld; op basis van de beschikbare tekst is de uitkomst niet volledig weergegeven, maar het UWV had het bezwaar ongegrond verklaard omdat appellant ondanks toegenomen beperkingen minder dan 35% arbeidsongeschikt werd geacht en er voldoende passende functies beschikbaar waren. De doorslaggevende reden was dat de geselecteerde functies nog steeds haalbaar werden geacht binnen de vastgestelde functionele mogelijkheden.

22van 100

Impactscore

Laag

Het betreft een individuele WIA-herbeoordeling zonder aanwijzingen voor nieuwe rechtsvragen of beleidswijzigingen; de uitspraaktekst is bovendien onvolledig, waardoor de juridische impact moeilijk volledig kan worden beoordeeld.

Belangrijkste punten

  • 1Appellant werkte als productiemedewerker en meldde zich in 2007 ziek met rugklachten; hij ontving langdurig een WIA-uitkering naar 80-100% arbeidsongeschiktheid.
  • 2Na herbeoordeling werd de WIA-uitkering in 2021 beëindigd wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid; dit werd door de rechtbank Gelderland in 2022 in stand gelaten.
  • 3Na melding van verslechtering per 9 augustus 2021 stelde de verzekeringsarts arbitrair per 1 januari 2023 toegenomen beperkingen vast vanwege dezelfde ziekteoorzaak.
  • 4Ondanks de toegenomen beperkingen en ongeschiktheid voor eigen werk achtte de arbeidsdeskundige appellant via geselecteerde functies nog steeds minder dan 35% arbeidsongeschikt.
  • 5Het UWV verklaarde het bezwaar ongegrond bij beslissing op bezwaar van 25 september 2023; de uitspraaktekst is onvolledig waardoor de definitieve beslissing van de CRvB niet volledig kan worden vastgesteld.

Impactanalyse

Juridische impact

De zaak bevestigt de toepassingspraktijk rondom herlevingsverzoeken op grond van de Wet WIA: toegenomen beperkingen door dezelfde ziekteoorzaak leiden niet automatisch tot toekenning van een uitkering indien het arbeidsongeschiktheidspercentage onder de drempel van 35% blijft. De uitspraak biedt beperkte precedentwerking nu de volledige motivering ontbreekt in de beschikbare tekst.

Praktische impact

Voor appellant betekent de ongegrondverklaring dat hij geen recht heeft op herleving van zijn WIA-uitkering per januari 2023, ondanks medisch vastgestelde verslechtering van zijn gezondheidstoestand. Hij is aangewezen op andere inkomensvoorzieningen of arbeidsmarktreïntegratie.

Onderwerp-impact

Voor de sociale zekerheidsuitvoeringspraktijk onderstreept de zaak dat het drempelcriterium van 35% arbeidsongeschiktheid een harde toetssteen blijft, ook bij herlevingszaken waarbij de verzekeringsarts toegenomen beperkingen erkent.

Samenvatting

Deze zaak betreft een voormalig productiemedewerker die zich in 2007 ziek meldde met rugklachten en jarenlang een WIA-uitkering ontving naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%. Na een herbeoordeling beëindigde het UWV zijn uitkering in 2021, omdat hij minder dan 35% arbeidsongeschikt werd geacht. De rechtbank Gelderland bevestigde dit oordeel in april 2022. Vervolgens meldde appellant dat zijn gezondheid per augustus 2021 was verslechterd. Een verzekeringsarts van het UWV erkende dat er per 1 januari 2023 arbitrair sprake was van toegenomen beperkingen ten gevolge van dezelfde ziekteoorzaak. Desondanks concludeerde de arbeidsdeskundige dat appellant via geselecteerde passende functies nog steeds minder dan 35% arbeidsongeschikt was. Het UWV weigerde daarom een nieuwe WIA-uitkering toe te kennen en verklaarde ook het bezwaar van appellant ongegrond bij beslissing van 25 september 2023. Appellant ging hierop in hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep. De centrale juridische vraag is of het UWV terecht heeft geweigerd de WIA-uitkering per 1 januari 2023 te laten herleven, gelet op de medisch vastgestelde verslechtering van de belastbaarheid. De beschikbare uitspraaktekst is onvolledig, waardoor de definitieve beslissing van de Centrale Raad van Beroep niet met zekerheid kan worden vastgesteld. Op basis van het procesverloop lijkt de Raad de lijn van het UWV te volgen: de erkenning van toegenomen beperkingen leidt niet tot een recht op uitkering zolang het arbeidsongeschiktheidspercentage onder de wettelijke drempel van 35% blijft en er voldoende passende functies kunnen worden geduid. De zaak illustreert de zware bewijslast voor verzekerden bij herlevingsverzoeken en de bepalende rol van de functieduiding in de arbeidsongeschiktheidsbeoordeling.

Bron: Rechtspraak.nl Open Data· Geanalyseerd op 1 september 2026 met claude-sonnet-4-6
Originele uitspraak

Meer Bestuursrecht

ECLI:NL:RVS:2026:5339Laag
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:RVS:2026:5339, Raad van State, 09-09-2026, 202500974/1/R3

Raad van State9 sep 2026VastgoedVergunningen
18/100Bekijk
ECLI:NL:RVS:2026:5326Laag
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:RVS:2026:5326, Raad van State, 09-09-2026, 202505339/1/R3

Raad van State9 sep 2026VastgoedVergunningen
18/100Bekijk
ECLI:NL:RVS:2026:5361Laag
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:RVS:2026:5361, Raad van State, 09-09-2026, 202503177/1/R1

Raad van State9 sep 2026VastgoedVergunningen
18/100Bekijk
ECLI:NL:RVS:2026:5354Laag
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:RVS:2026:5354, Raad van State, 09-09-2026, 202406781/1/A3

Raad van State9 sep 2026OverheidVergunningen
18/100Bekijk
Alle uitspraken in dit rechtsgebied

Onderwerpen