WGA-vervolguitkering na wijziging eerste ziektedag serviceonderhoudsmonteur
ECLI:NL:CRVB:2026:1084, Centrale Raad van Beroep, 20-08-2026, 25/928 WIA
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)Vaststelling mate van arbeidsongeschiktheid op 40,79%. Voldoende zorgvuldig medisch onderzoek en voldoende arbeidskundige onderbouwing. De rechtbank heeft terecht geoordeeld dat het Uwv voldoende en inzichtelijk heeft gemotiveerd dat de geselecteerde functies passend zijn voor appellant.
Kern van de zaak
Een serviceonderhoudsmonteur meldde zich ziek met rugklachten en vroeg een WIA-uitkering aan. Na bezwaar werd de eerste ziektedag vervroegd van 4 oktober 2019 naar 2 september 2019, waardoor de ingangsdatum van de uitkering verschoof en appellant niet langer in aanmerking kwam voor een loongerelateerde WGA-uitkering maar voor een WGA-vervolguitkering. Appellant ging in beroep en vervolgens in hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep.
Beslissing van de rechter
De uitspraak is op basis van de beschikbare tekst onvolledig; de eindbeslissing van de Centrale Raad van Beroep ontbreekt. Uit de feiten blijkt dat het UWV in beroep een gewijzigde beslissing op bezwaar heeft genomen waarbij een WGA-vervolguitkering is toegekend in plaats van een loongerelateerde WGA-uitkering, als gevolg van de vervroegde eerste ziektedag.
Impactscore
LaagDe zaak betreft een individueel geval over de toepassing van bekende WIA-systematiek en introduceert geen nieuwe rechtsvragen; de uitspraaktekst is bovendien onvolledig, waardoor de juridische impact moeilijk volledig te beoordelen is.
Belangrijkste punten
- 1Wijziging van de eerste ziektedag (van 4 oktober 2019 naar 2 september 2019) leidde automatisch tot een vervroegde ingangsdatum van de WIA-uitkering.
- 2De vervroegde ingangsdatum resulteerde in verlies van het recht op de gunstiger loongerelateerde WGA-uitkering ten gunste van een WGA-vervolguitkering.
- 3Het UWV heeft de teveel betaalde uitkering niet teruggevorderd van appellant.
- 4De arbeidsongeschiktheid werd vastgesteld op 40,79%, waarmee appellant in de WGA-klasse valt.
- 5De uitspraaktekst is onvolledig; de definitieve oordelen van de Centrale Raad van Beroep over de inhoudelijke gronden zijn niet weergegeven.
Impactanalyse
Juridische impact
De zaak illustreert dat een voor appellant gunstige aanpassing van de eerste ziektedag paradoxaal kan uitpakken doordat de vervroegde ingangsdatum de toegang tot de loongerelateerde WGA-uitkering blokkeert. Dit raakt de systematiek van de Wet WIA rondom het samenspel tussen wachttijd en uitkeringstype.
Praktische impact
Voor appellant betekende de wijziging een financieel nadeel: in plaats van de loongerelateerde WGA-uitkering (gebaseerd op het loon) ontvangt hij de doorgaans lagere WGA-vervolguitkering. De niet-terugvordering biedt enige compensatie voor het verleden.
Onderwerp-impact
Binnen de sociale zekerheid benadrukt deze zaak het belang van de vaststelling van de eerste ziektedag: een ogenschijnlijk voordelige correctie kan ingrijpende gevolgen hebben voor het type en de hoogte van de uitkering.
Samenvatting
Deze zaak bij de Centrale Raad van Beroep betreft een serviceonderhoudsmonteur die zich in september/oktober 2019 ziek meldde met rugklachten. Na een aanvraag voor een WIA-uitkering stelde het UWV zijn arbeidsongeschiktheid vast op 40,79% en kende hem een loongerelateerde WGA-uitkering toe met ingang van 1 oktober 2021. In bezwaar werd – op verzoek van appellant zelf – de eerste ziektedag vervroegd naar 2 september 2019. Dit had echter een onverwacht negatief gevolg: door de vervroegde eerste ziektedag verschoof ook de ingangsdatum van de WIA-uitkering naar 30 augustus 2021, waardoor de wachttijd op een eerder moment eindigde. Als gevolg hiervan voldeed appellant niet langer aan de voorwaarden voor de loongerelateerde WGA-uitkering en werd hem in beroep bij besluit van 2 augustus 2023 slechts een WGA-vervolguitkering toegekend. De WGA-vervolguitkering is doorgaans financieel minder gunstig dan de loongerelateerde variant, die is gekoppeld aan het eerder verdiende loon. Het UWV heeft besloten de teveel betaalde uitkering over de periode vóór de wijziging niet terug te vorderen. Appellant heeft vervolgens gronden aangevoerd tegen deze gewijzigde beslissing op bezwaar. De kern van het juridische geschil ligt in de vraag of de gevolgen van de vervroegde eerste ziektedag voor het type uitkering rechtmatig zijn en of de medische en arbeidskundige grondslag van de beperkingenbeoordeling deugdelijk is. De beschikbare tekst van de uitspraak is echter onvolledig: de overwegingen en het dictum van de Centrale Raad van Beroep ontbreken, waardoor de definitieve uitkomst en motivering niet kunnen worden vastgesteld. De zaak illustreert de complexe wisselwerking binnen de WIA-systematiek, waarbij een voor de verzekerde bedoeld voordeel (vervroegde eerste ziektedag) kan omslaan in een financieel nadeel.