JurispRadar
ECLI:NL:CRVB:2026:1080Laag22/100

ZW-uitkering terecht beëindigd ondanks beroep op WIA-functies

ECLI:NL:CRVB:2026:1080, Centrale Raad van Beroep, 13-08-2026, 25/702 ZW

Centrale Raad van BeroepUitspraak: 13 augustus 2026Publicatie: 25 augustus 2026
Procedure:Hoger beroep
Zaaknummer:25/702 ZW
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Arbeidsrelaties
Overheid
Wia
Arbeidsongeschiktheid
Uwv
Ziektewet
Zw Beoordeling

Inhoudsindicatie

(officieel, Rechtspraak.nl)

Het gaat in deze zaak over de vraag of het Uwv terecht de ZW-uitkering van appellant per 22 november 2023 heeft beëindigd. Volgens appellant was hij toen door zijn (medische) beperkingen niet in staat de eerder in het kader van de WIA-beoordeling geselecteerde functies te verrichten. De Raad volgt dit standpunt van appellant niet en komt tot het oordeel dat het Uwv de ZW-uitkering terecht heeft beëindigd. Eerst in hoger beroep heeft het Uwv een deugdelijke motivering (maatstaf arbeid) aan het bestreden besluit ten grondslag gelegd, veroordeling in de proceskosten en vergoeding griffierecht in hoger beroep.

Kern van de zaak

Een voormalig tramconducteur, die zich in september 2023 ziek meldde vanwege fysieke en mentale klachten, bestreed de beëindiging van zijn ZW-uitkering. Hij betoogde dat hij vanwege zijn medische beperkingen niet in staat was de functies te verrichten die eerder in het kader van zijn WIA-beoordeling waren geselecteerd. Het UWV had de ZW-uitkering beëindigd op basis van een verzekeringsartsbeoordeling.

Beslissing van de rechter

De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak en oordeelt dat het UWV de ZW-uitkering terecht heeft beëindigd. De Raad volgt het standpunt van appellant niet dat hij door zijn medische beperkingen de in het WIA-kader geselecteerde functies niet kon verrichten. Het UWV wordt wel veroordeeld in de proceskosten van appellant tot een bedrag van € 3.736,-.

22van 100

Impactscore

Laag

Het betreft een enkelvoudige kamer-uitspraak in een individuele ZW-zaak die vaste jurisprudentie toepast zonder nieuwe rechtsvragen te beantwoorden. De precedentwerking is beperkt.

Belangrijkste punten

  • 1Appellant meldde zich op 13 september 2023 ziek vanwege fysieke en mentale klachten, terwijl hij een WW-uitkering ontving na beëindiging van een leer-werktraject als taxichauffeur.
  • 2Het UWV had eerder geweigerd een WIA-uitkering toe te kennen omdat appellant minder dan 35% arbeidsongeschikt werd geacht per 18 april 2023.
  • 3Appellant betoogde dat hij door zijn beperkingen niet in staat was de in het WIA-kader geselecteerde functies te vervullen, hetgeen de Raad verwerpt.
  • 4De ZW-beoordeling is mede gebaseerd op de FML van 23 juli 2024 en een verzekeringsartsadvies van november 2023.
  • 5De Raad bevestigt de uitspraak van de lagere rechter en kent appellant wel vergoeding van griffierecht (€ 194,-) en proceskosten (€ 3.736,-) toe.

Impactanalyse

Juridische impact

De uitspraak bevestigt dat bij een ZW-beoordeling de in het WIA-kader geselecteerde functies als maatstaf kunnen dienen en dat een appellant het tegendeel voldoende medisch moet onderbouwen. De uitkomst sluit aan bij vaste CRvB-jurisprudentie over de ZW-maatstaf na WIA-beoordeling.

Praktische impact

Appellant ontvangt geen ZW-uitkering meer en moet terugvallen op andere inkomensvoorzieningen. Hij ontvangt wel een proceskostenvergoeding van € 3.736,- en het betaalde griffierecht van € 194,-.

Onderwerp-impact

Voor uitkeringsgerechtigden die na een WIA-weigering opnieuw een ZW-uitkering aanvragen, verduidelijkt deze uitspraak dat de WIA-functiebeoordeling zwaarwegend meespeelt bij de ZW-geschiktheidsbeoordeling.

Samenvatting

Deze zaak betreft een voormalig tramconducteur die zich op 13 september 2023 ziekmeldde met fysieke en mentale klachten, op een moment dat hij een WW-uitkering ontving na het mislopen van een leer-werktraject als taxichauffeur. Het UWV kende hem een ZW-uitkering toe, maar beëindigde deze nadien op basis van een verzekeringsartsadvies. Appellant stelde in hoger beroep dat hij vanwege zijn medische beperkingen niet in staat was de functies te verrichten die eerder in het kader van zijn WIA-beoordeling waren geselecteerd. Die WIA-aanvraag was eerder afgewezen omdat hij minder dan 35% arbeidsongeschikt werd geacht per 18 april 2023. De rechtsvraag was of het UWV de ZW-uitkering terecht had beëindigd, in het bijzonder of appellant geschikt kon worden geacht voor de in het WIA-kader geselecteerde functies. De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat het UWV de ZW-uitkering terecht heeft beëindigd. De Raad volgt het betoog van appellant niet dat hij door zijn beperkingen die functies niet kon verrichten. De beoordeling is mede gebaseerd op de Functionele Mogelijkheden Lijst van 23 juli 2024 en de bevindingen van de verzekeringsarts. De aangevallen uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd. Hoewel appellant inhoudelijk in het ongelijk wordt gesteld, wordt het UWV veroordeeld in de proceskosten ten bedrage van € 3.736,- en dient het het betaalde griffierecht van in totaal € 194,- te vergoeden. De uitspraak past binnen vaste CRvB-jurisprudentie over de ZW-maatstaf na een WIA-weigering en heeft geen bijzondere precedentwerking. Gelijktijdig werd ook de samenhangende WIA-zaak (25/2374 WIA) behandeld, waarover afzonderlijk uitspraak is gedaan.

Bron: Rechtspraak.nl Open Data· Geanalyseerd op 1 september 2026 met claude-sonnet-4-6
Originele uitspraak

Meer Bestuursrecht

ECLI:NL:RVS:2026:5339Laag
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:RVS:2026:5339, Raad van State, 09-09-2026, 202500974/1/R3

Raad van State9 sep 2026VastgoedVergunningen
18/100Bekijk
ECLI:NL:RVS:2026:5326Laag
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:RVS:2026:5326, Raad van State, 09-09-2026, 202505339/1/R3

Raad van State9 sep 2026VastgoedVergunningen
18/100Bekijk
ECLI:NL:RVS:2026:5361Laag
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:RVS:2026:5361, Raad van State, 09-09-2026, 202503177/1/R1

Raad van State9 sep 2026VastgoedVergunningen
18/100Bekijk
ECLI:NL:RVS:2026:5354Laag
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:RVS:2026:5354, Raad van State, 09-09-2026, 202406781/1/A3

Raad van State9 sep 2026OverheidVergunningen
18/100Bekijk
Alle uitspraken in dit rechtsgebied