WIA-dagloon hoger na correcte verwerking IKB-uitbetaling
ECLI:NL:CRVB:2026:1078, Centrale Raad van Beroep, 12-08-2026, 25/1151 WIA
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)Het gaat in deze zaak om de vraag of het Uwv het dagloon van de per 16 mei 2023 aan appellante toegekende WIAuitkering terecht heeft vastgesteld op € 182,90. Appellante heeft aangevoerd dat sprake is van bijzondere omstandigheden die maken dat strikte toepassing van de dagloonregels in haar geval leidt tot een onevenwichtige uitkomst. De Raad volgt het standpunt van appellante niet, het Uwv heeft het WIAdagloon juist vastgesteld en het beroep op het evenredigheidsbeginsel slaagt niet.
Kern van de zaak
Een voormalig gemeenteambtenaar ontving na einde dienstverband in juli 2020 een IKB-uitbetaling en verlofvergoeding. Bij toekenning van haar WIA-uitkering in 2023 was het UWV het dagloon te laag vastgesteld. Appellante bestreed de hoogte van het WIA-dagloon via bezwaar en beroep.
Beslissing van de rechter
De Centrale Raad van Beroep behandelt het beroep tegen de beslissingen op bezwaar; hangende de procedure heeft het UWV het bezwaar alsnog gegrond verklaard en het WIA-dagloon verhoogd van € 117,23 naar € 182,90. De doorslaggevende reden is dat de periode augustus–december 2020 (zonder SV-loon) terecht buiten de dagloonberekening valt, terwijl juli 2020 vanwege de IKB- en verlofuitbetaling geen loonloze periode is.
Impactscore
MiddelDe uitspraak past bestaande jurisprudentie toe op een individueel geval en heeft geen zelfstandige rechtsvorming, maar de correctie van de IKB-kwalificatie is relevant voor vergelijkbare gevallen bij overheidswerkegevers die IKB kennen.
Belangrijkste punten
- 1Het WIA-dagloon werd initieel vastgesteld op € 117,23 maar na heroverweging verhoogd naar € 182,90.
- 2De dagloondagen in de periode 1 augustus – 31 december 2020 worden niet meegenomen omdat appellante in die periode geen SV-loon ontving.
- 3Juli 2020 wordt niet als loonloze periode aangemerkt vanwege uitbetaling van IKB (€ 3.698,97) en restant verlofuren (€ 399,65).
- 4Het UWV baseerde de correctie op een uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 30 juli 2024 over de dagloonvaststelling bij loonloze perioden.
- 5De herziene beslissing op bezwaar (bestreden besluit 3) is hangende het beroep op 12 december 2024 genomen.
Impactanalyse
Juridische impact
De uitspraak bevestigt de lijn uit de CRvB-uitspraak van 30 juli 2024 dat perioden zonder SV-loon buiten de dagloonreferteperiode vallen, maar dat uitbetalingen van IKB en verlofuren een maand niet als loonloos kwalificeren. Dit geeft nadere invulling aan de toepassing van het Dagloonbesluit werknemersverzekeringen.
Praktische impact
Voor appellante resulteert de correctie in een significant hoger WIA-dagloon (stijging van circa 56%), hetgeen de grondslag voor eventuele toekomstige WIA-uitbetaling aanzienlijk verbetert. Andere werknemers die na einde dienstverband opgebouwd IKB of verlof uitbetaald kregen, kunnen mogelijk een vergelijkbare correctie claimen.
Onderwerp-impact
Bij gemeentelijke en andere overheidswerkgevers die IKB uitbetalen bij vertrek, dient het UWV deze betalingen correct als SV-loon mee te nemen in de dagloonreferteperiode, wat de uitkeringshoogte bij latere arbeidsongeschiktheid beïnvloedt.
Samenvatting
Appellante was van 2014 tot 1 juli 2020 in dienst bij een gemeente. Bij uitdiensttreding ontving zij in juli 2020 een uitbetaling van opgebouwd Individueel Keuze Budget (IKB) van € 3.698,97 en een verlofvergoeding van € 399,65. Vanaf januari 2021 trad zij in dienst bij een andere gemeente, waar zij zich op 18 mei 2021 ziek meldde. Per 16 mei 2023 kende het UWV haar een WIA-uitkering toe, waarbij het dagloon aanvankelijk werd vastgesteld op € 117,23 — een bedrag dat zij te laag achtte. Appellante maakte bezwaar, dat ongegrond werd verklaard. In beroep bij de Centrale Raad van Beroep herzag het UWV hangende de procedure zijn standpunt. De juridische kernvraag was hoe de referteperiode voor de dagloonberekening moest worden afgebakend: welke perioden tellen mee en welke worden als loonloos buiten beschouwing gelaten? Op basis van een eerdere uitspraak van de Centrale Raad van 30 juli 2024 concludeerde het UWV dat de maanden augustus tot en met december 2020 — waarin appellante geen SV-loon ontving — buiten de dagloonreferteperiode dienden te vallen. Dit leidde tot een hogere gemiddelde dagloongrondslag. Tegelijkertijd werd juli 2020 niet als loonloze maand aangemerkt, omdat appellante in die maand de IKB-uitbetaling en verlofvergoeding ontving, die als SV-loon kwalificeren. Dit resulteerde in een herziene vaststelling van het WIA-dagloon op € 182,90 — een stijging van ruim 56% ten opzichte van de oorspronkelijke vaststelling. De uitspraak illustreert het belang van een correcte kwalificatie van uitbetalingen bij einde dienstverband voor de dagloonberekening in het sociale zekerheidsrecht, en laat zien hoe IKB-uitbetalingen een maand uit de loonloze-periodenregeling kunnen houden.