CBb: Handhaving staartcouperen varkens deels gegrond verklaard
ECLI:NL:CBB:2026:488, College van Beroep voor het bedrijfsleven, 13-10-2026, 25/991
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)Verzoeken om handhaving wat betreft couperen van biggenstaarten. Aan de orde is de vraag of de staatssecretaris de verzoeken van Varkens in Nood om handhavend op te treden, terecht heeft afgewezen. Volgens de staatssecretaris kan hij, op grond van de geldende regelgeving, niet vaststellen of sprake is van een overtreding van het verbod op het couperen van biggenstaarten. Er is sprake van een overtreding van dit verbod als niet is voldaan aan de voorwaarden genoemd in artikel 2.3, aanhef en onder b, van het Besluit diergeneeskundigen. Het College komt tot het oordeel dat de regelgeving wat betreft het verbod op het couperen van biggenstaarten de staatssecretaris voldoende handvatten biedt om toezicht te kunnen uitoefenen op de naleving van het verbod. En daarom ook om vast te kunnen vaststellen of sprake is van een overtreding van de daarin opgenomen verbodsbepaling. De weigering van de staatssecretaris om handhavend op te treden is onvoldoende gemotiveerd. De staatssecretaris moet binnen zes maanden nieuwe besluiten nemen over de handhavingsverzoeken.
Kern van de zaak
Varkens in Nood verzocht de staatssecretaris te handhaven tegen varkenshouders die routinematig biggenstaarten couperen. De staatssecretaris weigerde handhaving omdat open normen niet zouden zijn ingevuld. Varkens in Nood tekende beroep aan bij het College van Beroep voor het bedrijfsleven.
Beslissing van de rechter
Het College van Beroep voor het bedrijfsleven beoordeelt het beroep van Varkens in Nood tegen de beslissing op bezwaar van de staatssecretaris van 7 november 2025. De precieze einduitkomst is op basis van de beschikbare tekst onvolledig weergegeven, maar de kern van het geschil betreft de vraag of het ontbreken van bewijs voor vervulling van uitzonderingsvoorwaarden reeds een overtreding constitueert van het verbod op routinematig couperen.
Impactscore
HoogDe zaak raakt een structurele handhavingspraktijk in de gehele varkenshouderijsector en betreft de uitleg van Unierechtelijk geïmplementeerde open normen, wat breed precedentwerking kan hebben. De tekst is echter onvolledig, waardoor de exacte einduitkomst onzeker is.
Belangrijkste punten
- 1Het verbod op routinematig couperen van biggenstaarten is neergelegd in artikel 2.8, eerste lid, Wet dieren jo. artikel 2.3 aanhef en onder b Besluit diergeneeskundigen.
- 2Deze regeling implementeert artikel 4 en bijlage I, hoofdstuk I, onder 8 van Richtlijn 2008/120/EG (varkenswelzijnsrichtlijn).
- 3Varkens in Nood betoogt dat als niet kan worden vastgesteld of aan de uitzonderingsvoorwaarden is voldaan, de wetssystematiek al een overtreding oplevert.
- 4De staatssecretaris stelde zich op het standpunt dat geen overtreding kon worden vastgesteld omdat de open normen niet waren ingevuld.
- 5De Europese Commissie benadrukt in haar brief van 15 juni 2021 dat de richtlijn een continue cyclus van preventieve maatregelen vereist ter voorkoming van staartbijten.
Impactanalyse
Juridische impact
De zaak heeft potentieel grote juridische betekenis voor de interpretatie van open normen in het dierenwelzijnsrecht: draagt de overheid of de houder de bewijslast dat aan uitzonderingsvoorwaarden is voldaan? De uitkomst kan de handhavingspraktijk rond Unierechtelijke implementatienormen structureel beïnvloeden.
Praktische impact
Varkenshouders kunnen geconfronteerd worden met strengere handhaving indien het College oordeelt dat het enkele ontbreken van bewijs voor naleving van de uitzonderingsvoorwaarden al een overtreding oplevert, wat ingrijpende gevolgen heeft voor de bedrijfsvoering.
Onderwerp-impact
Voor de veehouderijsector betekent deze uitspraak dat het routinematig couperen van biggenstaarten onder intensiever toezicht komt te staan, in lijn met Europese dierenwelzijnsdoelstellingen.
Samenvatting
In deze zaak heeft dierenrechtenorganisatie Varkens in Nood beroep ingesteld bij het College van Beroep voor het bedrijfsleven tegen een beslissing op bezwaar van de staatssecretaris van 7 november 2025. De staatssecretaris had geweigerd handhavend op te treden tegen varkenshouders die routinematig de staarten van biggen couperen, met als argument dat de in de wet opgenomen open normen niet waren ingevuld en daardoor geen overtreding kon worden vastgesteld. Varkens in Nood betwist dit standpunt en voert aan dat de wettelijke systematiek van artikel 2.8, eerste lid, Wet dieren, in verbinding met artikel 2.3, aanhef en onder b, van het Besluit diergeneeskundigen, juist andersom werkt: indien niet kan worden aangetoond dat aan de uitzonderingsvoorwaarden is voldaan, is reeds sprake van een overtreding van het coupeerverbod. De organisatie wijst er daarbij op dat deze bepalingen een implementatie vormen van artikel 4 en bijlage I, hoofdstuk I, onder 8 van Richtlijn 2008/120/EG, de Europese varkenswelzijnsrichtlijn. De richtlijn beoogt een continue cyclus van preventieve maatregelen te waarborgen ter voorkoming van staartbijten, zo volgt ook uit een brief van de Europese Commissie van 15 juni 2021 aan het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit. De centrale rechtsvraag is daarmee wie de bewijslast draagt voor de rechtmatigheid van het couperen: de handhavende overheid die een overtreding moet aantonen, of de varkenshouder die aannemelijk moet maken dat hij aan de uitzonderingsvoorwaarden voldoet. Het College heeft op 13 oktober 2026 uitspraak gedaan na een zitting op 20 juli 2026. De volledige motivering en eindconclusie zijn op basis van de beschikbare tekst niet volledig weergegeven, waardoor de precieze uitkomst met enige onzekerheid moet worden bezien.