Agruniek's beroep tegen biologische afwijkingenbrief ongegrond
ECLI:NL:CBB:2026:461, College van Beroep voor het bedrijfsleven, 29-09-2026, 23/792
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)Skalzaak. Afwijkingenbrief, waarbij Skal aan appellante meedeelt dat kritieke afwijkingen zijn geconstateerd en dat appellante die per direct moet herstellen. Het College oordeelt dat Skal terecht afwijkingen heeft geconstateerd. Appellante nam mais af van een leverancier die niet langer biogecertificeerd was. De vaststelling van de afwijkingen en de daaraan verbonden waarschuwing is niet disproportioneel.
Kern van de zaak
Agruniek heeft beroep ingesteld tegen een afwijkingenbrief van Skal (de biologische certificeringsinstantie), waarin Skal twee kritieke afwijkingen constateert: aankoop bij een niet meer gecertificeerde leverancier (DFI Food Sourcing) en het verhandelen van gangbare producten als biologisch. Agruniek bestrijdt deze bevindingen en de daaruit voortvloeiende maatregelen.
Beslissing van de rechter
Het beroep van Agruniek is ongegrond verklaard; het College oordeelt dat de afwijkingenbrief als besluit in de zin van de Awb moet worden aangemerkt en inhoudelijk standhoudend is. Doorslaggevend is het tijdstip van 'in de handel brengen' door DFI Food Sourcing, beoordeeld aan de hand van de definitie in Verordening 178/2002, waarbij de aankoop plaatsvond op een moment dat de leverancier niet (meer) gecertificeerd was.
Impactscore
MiddelDe uitspraak heeft praktische relevantie voor actoren in de biologische voedselketen en bevestigt bestaande CBB-jurisprudentie over de rechtspositie van afwijkingsbrieven, maar stelt geen nieuwe fundamentele rechtsregel; de impact blijft daarmee sectorspecifiek en van beperkte precedentwerking.
Belangrijkste punten
- 1De afwijkingenbrief van Skal wordt ambtshalve gelijkgesteld met een appellabel besluit in de zin van de Awb (conform CBB 1 juni 2021, ECLI:NL:CBB:2021:515).
- 2Bepalend voor de beoordeling is het moment van 'in de handel brengen' door DFI Food Sourcing, als bedoeld in artikel 3 lid 8 van Verordening 178/2002.
- 3Skal heeft twee kritieke afwijkingen geconstateerd: aankoop bij een niet-gecertificeerde leverancier én het verhandelen van gangbare producten onder de biologische labelclaim.
- 4Agruniek's bezwaar was eerder al ongegrond verklaard door Skal; het College bevestigt dit oordeel in beroep.
- 5De uitspraak is gebaseerd op Verordening 834/2007 (biologische productie) en Verordening 178/2002 (levensmiddelenwetgeving) als toepasselijk Europees regelgevingskader.
Impactanalyse
Juridische impact
De uitspraak bevestigt dat waarschuwingsbrieven van toezichthouders als Skal als appellabele besluiten worden aangemerkt en dat het moment van 'in de handel brengen' in de zin van Verordening 178/2002 bepalend is voor de vaststelling van overtredingen van biologische certificeringsregels. Dit sluit aan bij eerdere CBB-jurisprudentie en verduidelijkt de rechtsbescherming in het biologisch toezichtrecht.
Praktische impact
Voor Agruniek betekent de uitspraak dat de twee kritieke afwijkingen in stand blijven en direct hersteld moeten worden, met mogelijk gevolgen voor het biologisch certificaat en de marktpositie. Andere gecertificeerde marktdeelnemers worden gewaarschuwd de certificeringsstatus van leveranciers nauwkeurig en tijdig te controleren.
Onderwerp-impact
In de biologische voedselketen benadrukt deze uitspraak het belang van doorlopende leverancierscontrole: afnemers dragen medeverantwoordelijkheid wanneer zij producten afnemen van leveranciers die op het moment van transactie niet (meer) gecertificeerd zijn.
Samenvatting
Deze zaak betreft een geschil tussen Agruniek, een marktdeelnemer in de biologische voedselketen, en Skal Biocontrole, de Nederlandse toezichthouder op biologische productie en handel. Skal stuurde Agruniek een zogenoemde afwijkingenbrief, waarin twee kritieke afwijkingen werden vastgesteld: (i) de aankoop van producten bij DFI Food Sourcing, een leverancier die op het moment van de transactie niet meer over een geldige biologische certificering beschikte, en (ii) het voorhanden hebben en verhandelen van gangbare (niet-biologische) producten terwijl deze als biologisch werden aangeboden. Agruniek maakte bezwaar, maar Skal verklaarde dit ongegrond. Vervolgens stelde Agruniek beroep in bij het College van Beroep voor het bedrijfsleven. Het College stelt ambtshalve vast dat de afwijkingenbrief moet worden gelijkgesteld met een besluit in de zin van de Awb, zodat daartegen beroep openstaat. Dit oordeel volgt de eerder uitgezette lijn in de uitspraak van 1 juni 2021 (ECLI:NL:CBB:2021:515). Inhoudelijk draait de zaak om de vraag wanneer DFI Food Sourcing de producten 'in de handel heeft gebracht' in de zin van Verordening 178/2002, welke definitie via Verordening 834/2007 van toepassing is op biologische producten. Onder 'in de handel brengen' wordt verstaan het voorhanden hebben met het oog op verkoop. Het College concludeert dat de aankoop plaatsvond op een moment waarop DFI Food Sourcing niet meer gecertificeerd was, zodat de afwijking terecht is geconstateerd. Het beroep wordt ongegrond verklaard. De uitspraak onderstreept dat gecertificeerde marktdeelnemers een actieve verificatieplicht hebben ten aanzien van de certificeringsstatus van hun leveranciers op het moment van de transactie.