Beroep agrariër over eco-regeling groene braak ongegrond
ECLI:NL:CBB:2026:454, College van Beroep voor het bedrijfsleven, 22-09-2026, 24/832
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)Het College komt tot de conclusie dat redelijkerwijs geen twijfel kan bestaan over de juistheid van de uitleg door de minister van het begrip bouwland. De minister heeft terecht geen punten en waarde toegekend voor de in de aanvraag op perceel 84 opgevoerde eco-activiteit, omdat geen sprake is van bouwland. Het beroep is ongegrond.
Kern van de zaak
Een landbouwer tekende beroep aan tegen een beslissing van de minister over de toekenning van steun in het kader van de eco-regeling (groene braak) onder het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid 2023. In geschil was of het betreffende areaal als subsidiabele hectare en/of bouwland kon worden aangemerkt voor de eco-activiteit groene braak.
Beslissing van de rechter
Het College van Beroep voor het bedrijfsleven verklaart het beroep ongegrond; de minister hoeft geen proceskosten te vergoeden. De doorslaggevende reden is dat het betreffende perceel niet voldeed aan de wettelijke definitie van subsidiabele hectare of bouwland zoals neergelegd in Verordening (EU) 2021/2115 en de Uitvoeringsregeling GLB 2023.
Impactscore
LaagDe uitspraak past bestaande Europese en nationale regelgeving toe op een individueel geval zonder nieuwe rechtsnormen te formuleren; de relevantie is beperkt tot vergelijkbare geschillen over GLB eco-regelingen en bouwlanddefinities.
Belangrijkste punten
- 1De eco-regeling groene braak vereist dat de landbouwer een gewas teelt uit de gewassenlijst 'groene braak' als hoofdteelt op bouwland (artikel 23 Uitvoeringsregeling GLB 2023).
- 2Subsidiabele hectares zijn alleen die percelen die kwalificeren als landbouwareaal of als areaal ingesteld/gehandhaafd uit hoofde van een eco-regeling ex artikel 31 Verordening 2021/2115.
- 3Bouwland vereist gebruik voor gewassen of beschikbaarheid daarvoor, dan wel braaklegging conform artikel 31 Verordening 2021/2115.
- 4Het College toetst de nationale uitvoeringsregelgeving in het licht van de Europese GLB-verordening, waarbij lidstaten gebonden zijn aan de Europese definitiekaders.
- 5De minister wordt niet veroordeeld tot vergoeding van proceskosten, wat impliceert dat het beroep op geen enkel punt doel trof.
Impactanalyse
Juridische impact
De uitspraak bevestigt de strikte toepassing van de Europese en nationale definitiekaders voor subsidiabele hectares en bouwland binnen de eco-regelingen van het GLB 2023, zonder nieuwe rechtsnormen te stellen. Agrariërs die aanspraak maken op eco-regelingssteun moeten aantonen dat hun percelen volledig aan alle wettelijke definitievereisten voldoen.
Praktische impact
Landbouwers die groene braak als eco-activiteit willen inzetten, dienen zorgvuldig te controleren of hun percelen als bouwland kwalificeren en of het geteelde gewas op de officiële gewassenlijst staat; ontbreekt dit, dan wordt steun geweigerd zonder proceskostenvergoeding.
Onderwerp-impact
Voor de agrarische sector benadrukt deze uitspraak dat de toegang tot GLB-ecosteun strikt afhankelijk is van het voldoen aan Europese en nationale definitievereisten, wat de administratieve nauwkeurigheid bij het indienen van steunaanvragen nog belangrijker maakt.
Samenvatting
Een landbouwer ging in beroep bij het College van Beroep voor het bedrijfsleven tegen een beslissing van de minister waarbij steun in het kader van de eco-regeling groene braak — onderdeel van het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB) 2023 — werd geweigerd of gecorrigeerd. De juridische kern van het geschil betrof de vraag of het betrokken perceel kon worden aangemerkt als een 'subsidiabele hectare' en meer specifiek als 'bouwland' in de zin van Verordening (EU) 2021/2115 en de Uitvoeringsregeling GLB 2023. Het toepasselijke kader is complex: artikel 31 van Verordening 2021/2115 biedt lidstaten de mogelijkheid vrijwillige eco-regelingen in te stellen voor klimaat, milieu en dierenwelzijn. Nederland heeft de eco-activiteit groene braak neergelegd in artikel 23 van de Uitvoeringsregeling GLB 2023, dat vereist dat een gewas uit de officiële gewassenlijst als hoofdteelt op bouwland wordt geteeld. Bouwland wordt Europees gedefinieerd als land dat voor gewassen wordt gebruikt of daarvoor beschikbaar maar braak is, dan wel braakgelegd conform artikel 31. Alleen percelen die aan al deze criteria voldoen, kwalificeren als subsidiabele hectare. Het College oordeelt dat het beroep ongegrond is. De landbouwer heeft niet aangetoond dat het betrokken areaal voldeed aan de vereisten voor bouwland en daarmee aan de voorwaarden voor de eco-regeling. De minister heeft de steun dan ook terecht geweigerd of gecorrigeerd. Er bestaat geen aanleiding voor proceskostenvergoeding. De uitspraak voegt geen nieuwe rechtsregels toe, maar bevestigt de strikte toepassing van de bestaande Europese en nationale definitiekaders. Voor agrariërs die GLB-ecosteun willen ontvangen, onderstreept dit het belang van een zorgvuldige beoordeling van de perceel- en gewaskenmerken vóór indiening van de steunaanvraag.