Beroep boer over subsidiabele hectares GLB ongegrond
ECLI:NL:CBB:2026:453, College van Beroep voor het bedrijfsleven, 22-09-2026, 25/225
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)GLB 2023. Niet alleen de poel is als landschapselement ingetekend en opgegeven als perceel 51, maar ook de eromheen liggende grond. Die grond is geen poel, maar moet, zoals de minister terecht heeft uiteengezet, worden aangemerkt als erf. Die grond ligt namelijk direct om de bebouwing en is ook duidelijk te onderscheiden van de eromheen liggende percelen bouwland. Omdat de poel volledig is omsloten door niet subsidiabel areaal – erf –, is de poel niet subsidiabel (artikel 7, zevende lid van de Uitvoeringsregeling GLB 2023). Het mislopen van de extra betaling voor de eco-regeling voor het tarief goud is geen sanctie, de toegezegde coulance voor administratieve fouten in aanvraagjaar 2023 is niet van toepassing op deze situatie.
Kern van de zaak
Een landbouwer ging in beroep tegen een beslissing van de minister over de vaststelling van subsidiabele hectares in het kader van de basispremie en eco-regeling onder het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB) 2023. In geschil was vermoedelijk de kwalificatie van bepaald areaal, zoals erven of watervlakten, als al dan niet subsidiabele hectare.
Beslissing van de rechter
Het College van Beroep voor het bedrijfsleven verklaart het beroep ongegrond; de minister hoeft geen proceskosten te vergoeden. De doorslaggevende reden is dat het betrokken areaal op grond van de Uitvoeringsregeling GLB 2023 terecht als niet-subsidiabel is aangemerkt, waarbij de regelgeving duidelijk de criteria voor subsidiabele hectares en landschapselementen omschrijft.
Impactscore
LaagHet betreft een toepassing van bestaande regelgeving op een individueel geval zonder nieuwe rechtsvragen; de uitspraak heeft geen richtinggevende werking buiten de directe partijen.
Belangrijkste punten
- 1Subsidie onder GLB 2023 (basispremie en eco-regeling) is gekoppeld aan subsidiabele hectares conform Verordening (EU) 2021/2115 en de Uitvoeringsregeling GLB 2023.
- 2Erven worden uitdrukkelijk aangemerkt als niet-subsidiabele hectares omdat zij overwegend voor niet-landbouwactiviteiten worden gebruikt (art. 6 lid 4 sub j Uitvoeringsregeling GLB 2023).
- 3Landschapselementen, waaronder watervlakten tussen 0,001 en 0,5 hectare, kunnen onder voorwaarden wél worden meegeteld als subsidiabele oppervlakte (art. 7 lid 3 sub b Uitvoeringsregeling GLB 2023).
- 4Het College volgt de minister in de toepassing van de nationale en Europese regelgeving op het concrete geval.
- 5De uitspraak is beperkt van omvang; de volledige feitelijke context ontbreekt deels in de beschikbare tekst, wat de analyse met enige onzekerheid omgeeft.
Impactanalyse
Juridische impact
De uitspraak bevestigt de bestaande uitleg van de criteria voor subsidiabele hectares onder het GLB 2023 en geeft geen nieuwe rechtsregel, maar illustreert de strikte toepassing van de categorisering van erven en landschapselementen.
Praktische impact
Landbouwers die bepaalde percelen, zoals erven of kleine watervlakten, willen laten meetellen voor GLB-subsidie dienen nauwkeurig te voldoen aan de wettelijke definities; de minister blijft bevoegd deze strikt te toetsen.
Onderwerp-impact
Voor de agrarische sector onderstreept deze uitspraak dat de kwalificatie van areaal als subsidiabel nauw luistert en dat bezwaar en beroep hierover weinig kans van slagen hebben wanneer de regelgeving ondubbelzinnig is.
Samenvatting
In deze zaak heeft een landbouwer beroep ingesteld bij het College van Beroep voor het bedrijfsleven tegen een beslissing van de minister over de vaststelling van subsidiabele hectares in het kader van het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB) 2023. Het GLB 2023 is gebaseerd op Verordening (EU) 2021/2115 en nationaal uitgewerkt in de Uitvoeringsregeling GLB 2023. Steun in de vorm van een basispremie en een eco-regeling wordt toegekend per subsidiabele hectare. Als subsidiabele hectares gelden landbouwareaal dat wordt gebruikt voor landbouwactiviteiten en ter beschikking staat van de landbouwer, alsmede bepaalde landschapselementen. Niet-subsidiabele hectares omvatten onder meer areaal dat overwegend voor niet-landbouwactiviteiten wordt gebruikt, waarbij erven expliciet als voorbeeld worden genoemd. Landschapselementen, waaronder watervlakten met een oppervlakte tussen 0,001 en 0,5 hectare, kunnen onder specifieke voorwaarden wél worden meegeteld. De juridische vraag betrof de kwalificatie van bepaald areaal op het bedrijf van appellant als al dan niet subsidiabele hectare. Het College van Beroep voor het bedrijfsleven verklaart het beroep ongegrond. De minister heeft de betrokken gronden terecht niet als subsidiabele hectares aangemerkt, in overeenstemming met de toepasselijke Europese en nationale regelgeving. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is een routinematige toepassing van de bestaande GLB-regelgeving op een individueel geval en heeft geen richtinggevende werking. Opgemerkt dient te worden dat de beschikbare tekst van de uitspraak onvolledig is, zodat de exacte feitelijke grondslag van het geschil met enige onzekerheid moet worden beoordeeld.