JurispRadar
ECLI:NL:CBB:2026:448Laag22/100

Dwangsommen verbeurd wegens niet-naleving toezichtmaatregelen

ECLI:NL:CBB:2026:448, College van Beroep voor het bedrijfsleven, 22-09-2026, 24/819

College van Beroep voor het bedrijfslevenUitspraak: 22 september 2026Publicatie: 18 september 2026
Procedure:Eerste aanleg - enkelvoudig
Zaaknummer:24/819
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht
Overheid
Handhaving
Vergunningen
Dwangsom
Invordering
Handhaving
Hercontrole
Omvang Geschil

Inhoudsindicatie

(officieel, Rechtspraak.nl)

Niet naleven van een last onder dwangsom. Verbeurde dwangsommen worden ingevorderd. Geen reden om te twijfelen aan de bevindingen van de toezichthouder. Dat de gezondheid en financiële situatie van de eigenaar niet optimaal is, betekent niet dat de staatssecretaris de verbeurde dwangsommen niet mocht invorderen.

Kern van de zaak

Een bedrijf ([naam 1]) kreeg een dwangsombesluit opgelegd met maatregelen 3, 4 en 5. Na een hercontrole stelde de staatssecretaris vast dat de maatregelen niet (voldoende) waren nageleefd en vorderde € 750,- aan verbeurde dwangsommen in. Het bedrijf bestreed de invordering bij het College van Beroep voor het bedrijfsleven.

Beslissing van de rechter

Het beroep is ongegrond verklaard; de staatssecretaris heeft terecht vastgesteld dat [naam 1] de opgelegde maatregelen niet (voldoende) heeft nageleefd en de verbeurde dwangsommen van € 750,- terecht ingevorderd. Doorslaggevend was dat het dwangsombesluit zelf in rechte vaststond (nu daartegen geen beroep was ingesteld) en de bezwaren tegen de betrouwbaarheid van het hercontrolerapport onvoldoende onderbouwd waren.

22van 100

Impactscore

Laag

De uitspraak bevestigt reeds bestaande, vaste rechtspraak over de omvang van het geschil bij invorderingsbesluiten en voegt geen nieuwe rechtsnormen toe. Het financiële belang is beperkt (€ 750,-) en de zaak heeft een sterk casuïstisch karakter.

Belangrijkste punten

  • 1Het dwangsombesluit is in rechte komen vast te staan omdat [naam 1] geen beroep heeft ingesteld tegen de beslissing op bezwaar over dat besluit, alleen tegen het invorderingsbesluit.
  • 2De omvang van het geschil is daardoor beperkt tot de vraag of de maatregelen zijn nageleefd en de dwangsommen verbeurd zijn.
  • 3De grief dat het hercontrolerapport onbetrouwbaar was omdat het was opgemaakt door een toezichthouder over wie eerder beklag was gedaan, werd verworpen als onvoldoende onderbouwd.
  • 4Het louter herhalen en inlassen van bezwaargronden zonder nadere onderbouwing vormt geen voldoende beroepsgrond waarop het College moet ingaan.
  • 5De verbeurde dwangsommen bedroegen in totaal € 750,-, een relatief laag bedrag wat wijst op een zaak van beperkte financiële omvang.

Impactanalyse

Juridische impact

De uitspraak bevestigt vaste lijn dat het niet instellen van beroep tegen een dwangsombesluit betekent dat de daarin opgelegde maatregelen in rechte vaststaan en niet meer ter discussie gesteld kunnen worden in een procedure over het invorderingsbesluit. Voorts wordt benadrukt dat het enkel herhalen van bezwaargronden in beroep zonder nadere onderbouwing onvoldoende is als beroepsgrond.

Praktische impact

Betrokkenen die een dwangsombesluit ontvangen, dienen tijdig en afzonderlijk rechtsmiddelen aan te wenden tegen zowel het dwangsombesluit als een later invorderingsbesluit, omdat anders het dwangsombesluit onherroepelijk wordt en niet meer kan worden aangevochten in de invorderingsprocedure.

Onderwerp-impact

Voor ondernemingen die onder toezicht staan en te maken krijgen met handhavingsbesluiten, benadrukt deze uitspraak het belang van procedurele alertheid: elk besluit in de handhavingsketen dient zelfstandig en tijdig aangevochten te worden.

Samenvatting

In deze zaak stond de vraag centraal of de staatssecretaris terecht had vastgesteld dat [naam 1] drie maatregelen uit een eerder opgelegd dwangsombesluit niet (voldoende) had nageleefd, en of de verbeurde dwangsommen van in totaal € 750,- rechtsgeldig waren ingevorderd. Het College van Beroep voor het bedrijfsleven beantwoordde beide vragen bevestigend en verklaarde het beroep ongegrond. Cruciale omstandigheid was dat [naam 1] weliswaar bezwaar had gemaakt tegen het dwangsombesluit, maar vervolgens geen beroep had ingesteld tegen de beslissing op bezwaar die op dat dwangsombesluit betrekking had. Hierdoor was het dwangsombesluit – inclusief de daarin opgelegde maatregelen – in rechte komen vast te staan. In de procedure over het invorderingsbesluit kon [naam 1] de rechtmatigheid van die maatregelen zelf dan ook niet meer aanvechten. De omvang van het geschil was daarmee beperkt tot de vraag óf de maatregelen waren nageleefd. [Naam 1] voerde aan dat het hercontrolerapport onbetrouwbaar was, omdat de toezichthouder die het had opgesteld dezelfde persoon was over wie zij eerder een klacht had ingediend. Dit betoog werd door het College verworpen wegens onvoldoende onderbouwing. Ook het verzoek om het bezwaarschrift als herhaald en ingelast te beschouwen, bood geen soelaas: het College herhaalt zijn vaste lijn dat het enkel verwijzen naar eerdere bezwaargronden zonder uit te leggen waarom het bestreden besluit daarom onjuist is, niet kwalificeert als een beroepsgrond waarop inhoudelijk moet worden ingegaan. De uitspraak onderstreept het belang van procedurele waakzaamheid in handhavingszaken: wie een dwangsombesluit wil bestrijden, moet dat tijdig en zelfstandig doen en kan die strijd niet alsnog voeren in een latere procedure over de invordering.

Bron: Rechtspraak.nl Open Data· Geanalyseerd op 22 september 2026 met claude-sonnet-4-6
Originele uitspraak

Meer Bestuursrecht

College van Beroep voor het bedrijfsleven·22 sep 2026
Bestuursrecht
Europees bestuursrecht
Overheid
Handhaving
ECLI:NL:CBB:2026:455

Beroep landbouwers tegen afwijzing GLB-steun 2024 ongegrond

28/100Bekijk
College van Beroep voor het bedrijfsleven·22 sep 2026
Bestuursrecht
Europees bestuursrecht
Handhaving
Vergunningen
ECLI:NL:CBB:2026:445

SDE-correctiebedragen onverbindend wegens strijd met Besluit SDE

58/100Bekijk
College van Beroep voor het bedrijfsleven·22 sep 2026
Bestuursrecht
Europees bestuursrecht
Overheid
Transport
ECLI:NL:CBB:2026:427

Exportcertificaten planten naar VK terecht geweigerd

28/100Bekijk
College van Beroep voor het bedrijfsleven·22 sep 2026
Bestuursrecht
Europees bestuursrecht
Overheid
Handhaving
ECLI:NL:CBB:2026:454

Beroep agrariër over eco-regeling groene braak ongegrond

28/100Bekijk
Alle uitspraken in dit rechtsgebied