Beroep maatschap tegen GLB-steunweigering ongegrond verklaard
ECLI:NL:CBB:2026:446, College van Beroep voor het bedrijfsleven, 22-09-2026, 25/229
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)Aanmelding en subsidieaanvraag voor premie brede weersverzekering – gedaan in dezelfde in Gecombineerde opgave 2024 – zijn te laat ontvangen. Geen sprake van overmacht. Beroep op hardheidsclausule faalt. Situatie verschilt van de situatie die heeft geleid tot de uitspraak van 14 januari 2025 (ECLI:NL:CBB:2025:8). Evenmin sprake van strijd met evenredigheidsbeginsel. Verschoonbare termijnoverschrijding niet aan de orde (geen sprake van het te laat aanwenden van een rechtsmiddel).
Kern van de zaak
Een maatschap (landbouwbedrijf) heeft beroep ingesteld tegen een besluit van de minister waarbij haar bezwaar ongegrond werd verklaard. De zaak betreft de aanmelding voor GLB-steun 2024, waarbij de aanmeldtermijn gold van 1 maart tot 15 mei 2024, later verlengd tot 17 mei 2024 vanwege systeemoverbelasting. De maatschap heeft kennelijk niet tijdig of correct een aanmelding ingediend via de Gecombineerde opgave.
Beslissing van de rechter
Het College van Beroep voor het bedrijfsleven verklaart het beroep ongegrond. De doorslaggevende reden is dat de maatschap niet heeft voldaan aan de aanmeldvereisten uit de Uitvoeringsregeling GLB 2023, die een verplichte aanmelding voorafgaand aan de definitieve aanvraag voorschrijven. Er is geen proceskosten-vergoeding toegewezen.
Impactscore
LaagHet betreft een individuele zaak over een gemiste aanmeldtermijn in het GLB-stelsel zonder nieuwe rechtsvragen; de uitkomst is voorspelbaar en heeft beperkte precedentwerking.
Belangrijkste punten
- 1De GLB-systematiek 2023-2024 vereist een voorafgaande aanmelding via de Gecombineerde opgave vóór een definitieve aanvraag om steun mogelijk is
- 2De aanmeldtermijn voor 2024 liep van 1 maart tot 15 mei 2024 (artikel 10 lid 1 en 7 Uitvoeringsregeling GLB 2023)
- 3De minister verlengde de termijn op 14 mei 2024 tot 17 mei 2024 wegens systeemoverbelasting
- 4Het bezwaar van de maatschap was door de minister reeds ongegrond verklaard; het beroep leidt tot dezelfde uitkomst
- 5De uitspraak is summier gemotiveerd; de volledige overwegingen ontbreken gedeeltelijk in de beschikbare tekst
Impactanalyse
Juridische impact
De uitspraak bevestigt de strikte toepassing van de aanmeldvereisten onder de Uitvoeringsregeling GLB 2023 en biedt weinig ruimte voor afwijking bij gemiste termijnen. De uitspraak heeft beperkte precedentwerking nu de motivering onvolledig beschikbaar is.
Praktische impact
Landbouwers die de aanmeldtermijn voor de Gecombineerde opgave missen, verliezen hun aanspraak op GLB-steun voor dat jaar, ook bij systeemproblemen waarvan de verlenging reeds een beperkte compensatie bood.
Onderwerp-impact
In de agrarische sector onderstreept deze uitspraak het belang van tijdige aanmelding binnen het vernieuwde GLB-stelsel; de twee-staps-procedure (aanmelding + definitieve aanvraag) laat weinig herstelmogelijkheden bij termijnoverschrijding.
Samenvatting
In deze zaak heeft een maatschap beroep ingesteld bij het College van Beroep voor het bedrijfsleven tegen een beslissing van de minister van Landbouw, die het bezwaar van de maatschap ongegrond had verklaard. De achterliggende kwestie betreft de aanmelding voor landbouwsteun in het kader van het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB) 2024. Onder de Uitvoeringsregeling GLB 2023 gold voor het aanvraagjaar 2024 een tweeledige procedure: landbouwers dienden eerst een aanmelding in te dienen via de Gecombineerde opgave, voordat zij een definitieve aanvraag konden indienen. De aanmeldtermijn liep van 1 maart tot 15 mei 2024. Vanwege overbelasting van het digitale systeem door het grote aantal gelijktijdig ingediende opgaves verlengde de minister op 14 mei 2024 de termijn met twee dagen tot 17 mei 2024. De maatschap heeft naar het oordeel van de minister en het College niet aan de geldende aanmeldvereisten voldaan. Het College verklaart het beroep ongegrond en volgt daarmee het oordeel van de minister. Proceskosten worden niet vergoed. De juridische kern van de zaak ligt in de strikte toepassing van de termijn- en procedurele vereisten van de Uitvoeringsregeling GLB 2023. Het College laat zien dat de door de minister geboden noodverlenging tot 17 mei 2024 de enige uitzonderingsruimte bood, en dat verdere clementie buiten de wettelijke kaders valt. Hoewel de beschikbare tekst van de uitspraak onvolledig is en de volledige motivering ontbreekt, wijst de uitkomst op een bestendiging van een formele lijn: het missen van de aanmeldingstermijn leidt tot verlies van GLB-steun, zonder nadere herstelmogelijkheid. De uitspraak heeft beperkte bredere precedentwerking maar is praktisch relevant voor agrarische ondernemers die met het vernieuwde GLB-aanvraagproces te maken hebben.