JurispRadar
ECLI:NL:CBB:2026:445Middel58/100

SDE-correctiebedragen onverbindend wegens strijd met Besluit SDE

ECLI:NL:CBB:2026:445, College van Beroep voor het bedrijfsleven, 22-09-2026, 25/697, 25/698, 25/719, 25/726, 25/731, 25/732, 25/733, 25/734, 25/735, 25/758, 25/806, 25/811, 25/830, 25/853 en 25/943

College van Beroep voor het bedrijfslevenUitspraak: 22 september 2026Publicatie: 17 september 2026
Procedure:Eerste aanleg - meervoudig
Zaaknummer:25/697, 25/698, 25/719, 25/726, 25/731, 25/732, 25/733, 25/734, 25/735, 25/758, 25/806, 25/811, 25/830, 25/853 en 25/943
Bestuursrecht
Europees bestuursrecht
Handhaving
Vergunningen
Energie
Duurzame Energie
Sde Subsidie
Correctiebedragen
Elektriciteitsprijs
Onverbindendheid

Inhoudsindicatie

(officieel, Rechtspraak.nl)

SDE-subsidie. Vaststelling van de correctiebedragen voor 2024 in strijd met artikel 14 van het Besluit SDE. Artikel 2 van de Regeling vaststelling definitieve correcties duurzame energieproductie en klimaattransitie onverbindend. Beroepen gegrond.

Kern van de zaak

Meerdere energieondernemingen met SDE-subsidies gingen in beroep tegen correctiebedragen die de minister had vastgesteld op grond van artikel 2 van de Regeling. Zij stelden dat deze correctiebedragen in strijd waren met de hogere regelgeving, met name artikel 14 van het Besluit SDE. De zaak draait om de wijze waarop de elektriciteitsprijs als correctiefactor wordt berekend bij de jaarlijkse aanpassing van fase- en basisbedragen.

Beslissing van de rechter

Het College van Beroep voor het bedrijfsleven verklaart de beroepen gegrond en vernietigt de bestreden besluiten. Het College oordeelt dat artikel 2 van de Regeling onverbindend is voor zover daarin de toegepaste correctiebedragen zijn vastgesteld, omdat deze in strijd zijn met artikel 14 van het Besluit SDE. De minister moet binnen dertien weken nieuwe besluiten nemen met inachtneming van de aanwijzingen in de uitspraak.

58van 100

Impactscore

Middel

De uitspraak raakt een groot aantal ondernemingen (vijftien gevoegde zaken) en stelt een ministeriële regeling buiten werking, maar de reikwijdte is beperkt tot SDE-beschikkingen van vóór 2020 vanwege de overgangsbepaling. De fundamentele rechtsregel is niet nieuw maar de toepassing ervan is relevant voor de betrokken sector.

Belangrijkste punten

  • 1Artikel 2 van de Regeling is onverbindend voor zover daarin de correctiebedragen zijn vastgesteld, wegens strijd met artikel 14 Besluit SDE.
  • 2Op grond van de overgangsbepaling in artikel 74, derde lid, Besluit SDEK is het recht van toepassing zoals dat luidde vóór 1 november 2020.
  • 3De elektriciteitsprijs als correctiefactor dient te worden berekend als gemiddelde waarde verminderd met profielkosten en onbalanskosten conform het Besluit SDE.
  • 4Vijftien zaken zijn gevoegd behandeld, wat wijst op een structureel probleem met de vaststelling van correctiebedragen voor SDE-subsidiehouders.
  • 5De minister moet griffierecht terugbetalen aan de appellanten en binnen dertien weken nieuwe besluiten nemen.

Impactanalyse

Juridische impact

De uitspraak stelt vast dat lagere regelgeving (de Regeling) onverbindend is wegens strijd met het Besluit SDE, wat de grenzen verduidelijkt van de ministeriële bevoegdheid bij het vaststellen van correctiebedragen binnen het SDE-subsidiestelsel. Dit dwingt de minister tot heroverweging van de correctiemethodiek conform de wettelijke kaders.

Praktische impact

De betrokken energieondernemingen krijgen recht op herberekening van hun SDE-subsidie met correctiebedragen die wél in overeenstemming zijn met het Besluit SDE, wat mogelijk leidt tot hogere subsidiebedragen. Vergelijkbare ondernemingen met SDE-beschikkingen uit dezelfde periode kunnen mogelijk ook aanspraak maken op herziening.

Onderwerp-impact

Voor de energiesector, met name producenten van duurzame energie die vóór 2020 SDE-beschikkingen hebben ontvangen, schept deze uitspraak duidelijkheid over de reikwijdte van correctiemechanismen en de bescherming die hogere regelgeving biedt tegen onjuiste ministeriële uitvoeringsregelingen.

Samenvatting

In deze uitspraak van het College van Beroep voor het bedrijfsleven (CBb) stonden vijftien gevoegde beroepen van energieondernemingen centraal. Deze ondernemingen hadden allen een SDE-subsidie (Stimulering Duurzame Energieproductie) ontvangen vóór de wetswijziging van 1 november 2020, waarbij het Besluit SDE werd omgevormd tot het Besluit SDEK. Omdat de overgangsbepaling in artikel 74, derde lid, Besluit SDEK van toepassing is, gold voor hun zaken het recht zoals dat gold vóór die datum, waaronder artikel 14 van het Besluit SDE. De kern van het geschil was de vraag of artikel 2 van de ministeriële Regeling, op grond waarvan correctiebedragen op de fase- en basisbedragen van de SDE-subsidies werden vastgesteld, in overeenstemming was met artikel 14 van het Besluit SDE. Dat artikel schrijft voor hoe de elektriciteitsprijs als correctiefactor moet worden berekend: als de gemiddelde waarde voor elektriciteit, verminderd met profielkosten en onbalanskosten. De ondernemingen betoogden dat de in hun zaken toegepaste correctiebedragen afweken van deze wettelijke berekeningswijze en dat de Regeling daarom onverbindend was wegens strijd met hogere regelgeving. Het College oordeelde dat dit betoog slaagt. Artikel 2 van de Regeling is onverbindend voor zover daarin de betrokken correctiebedragen zijn vastgesteld. Als gevolg hiervan werden alle bestreden besluiten vernietigd en werd de minister opgedragen binnen dertien weken nieuwe besluiten te nemen, met inachtneming van de aanwijzingen in de uitspraak. Tevens werd de minister veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht aan de appellanten. Deze uitspraak maakt duidelijk dat ministeriële uitvoeringsregelingen nauwkeurig moeten aansluiten bij de hogere wettelijke berekeningssystematiek voor correctiebedragen binnen het SDE-stelsel, en dat afwijking daarvan leidt tot onverbindendheid.

Bron: Rechtspraak.nl Open Data· Geanalyseerd op 22 september 2026 met claude-sonnet-4-6
Originele uitspraak
58van 100
MiddelLees toelichting ↓

Meer Bestuursrecht

College van Beroep voor het bedrijfsleven·22 sep 2026
Bestuursrecht
Europees bestuursrecht
Overheid
Handhaving
ECLI:NL:CBB:2026:455

Beroep landbouwers tegen afwijzing GLB-steun 2024 ongegrond

28/100Bekijk
College van Beroep voor het bedrijfsleven·22 sep 2026
Bestuursrecht
Europees bestuursrecht
Overheid
Transport
ECLI:NL:CBB:2026:427

Exportcertificaten planten naar VK terecht geweigerd

28/100Bekijk
College van Beroep voor het bedrijfsleven·22 sep 2026
Bestuursrecht
Europees bestuursrecht
Overheid
Handhaving
ECLI:NL:CBB:2026:454

Beroep agrariër over eco-regeling groene braak ongegrond

28/100Bekijk
College van Beroep voor het bedrijfsleven·22 sep 2026
Bestuursrecht
Europees bestuursrecht
Overheid
Handhaving
ECLI:NL:CBB:2026:446

Beroep maatschap tegen GLB-steunweigering ongegrond verklaard

22/100Bekijk
Alle uitspraken in dit rechtsgebied