ISDE-subsidie warmtepompen afgewezen wegens ontbreken stimulerend effect
ECLI:NL:CBB:2026:435, College van Beroep voor het bedrijfsleven, 27-08-2026, 25/766
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van 27 augustus 2026. Beroep ongegrond. De minister heeft de aanvraag terecht afgewezen, gezien de warmtepompen al zijn aangeschaft voor de subsidieaanvraag en daarmee niet aan het vereiste voor stimulerend effect is voldaan.
Kern van de zaak
Een verhuurder installeerde vier warmtepompen in zijn huurappartementen en diende daarna een ISDE-subsidieaanvraag in. Omdat hij geen eigenaar-bewoner is, gold het vereiste van stimulerend effect: investeringen mogen pas na de aanvraag worden gedaan. De aanvraag werd afgewezen en de verhuurder ging in beroep.
Beslissing van de rechter
Het beroep is ongegrond verklaard. Doorslaggevend is dat de aanvrager de warmtepompen al had aangeschaft vóór de subsidieaanvraag, waarmee niet wordt voldaan aan het vereiste van stimulerend effect dat geldt voor niet-eigenaar-bewoners, mede gelet op Europese staatssteunregels.
Impactscore
LaagDe uitspraak betreft een individueel geval en past bestaand beleid en regelgeving toe zonder nieuwe rechtsnormen te stellen; de uitkomst is in lijn met vaste praktijk rondom het stimulerend-effectvereiste.
Belangrijkste punten
- 1Verhuurder is geen eigenaar-bewoner, waardoor het stimulerend-effectvereiste van toepassing is
- 2Warmtepompen waren aangeschaft vóór de subsidieaanvraag, waarmee het stimulerend effect ontbreekt
- 3De minister kan niet van de subsidieregeling afwijken vanwege Europese staatssteunregels
- 4Verkeerd advies van de installateur komt voor rekening en risico van de aanvrager zelf
- 5Aanvrager had zelf de subsidievoorwaarden moeten nagaan; goede intenties vormen geen grond voor subsidieverstrekking
Impactanalyse
Juridische impact
De uitspraak bevestigt dat het stimulerend-effectvereiste bij ISDE-subsidies voor niet-eigenaar-bewoners strikt wordt toegepast en dat de minister hiervan niet kan afwijken, ook niet op grond van onvoorziene omstandigheden aan de kant van de aanvrager.
Praktische impact
Verhuurders en andere niet-eigenaar-bewoners dienen de ISDE-subsidieaanvraag aantoonbaar in te dienen vóórdat zij de investering doen; achteraf aanvragen na reeds gedane aankopen leidt onherroepelijk tot afwijzing, ook bij adviseursfout.
Onderwerp-impact
Voor de energietransitie in de verhuurmarkt onderstreept deze uitspraak het belang van correcte procedurele volgorde bij subsidieaanvragen voor duurzame energiemaatregelen; installateurs en verhuurders dienen hierover beter geïnformeerd te zijn.
Samenvatting
Een particuliere verhuurder diende bij de minister van Klimaat en Groene Groei een aanvraag in voor de Investeringssubsidie duurzame energie en energiebesparing (ISDE) in verband met de installatie van vier warmtepompen in zijn huurappartementen. Omdat de aanvrager de warmtepompen reeds had aangeschaft vóórdat hij de subsidieaanvraag indiende, wees de minister de aanvraag af. De aanvrager stelde beroep in bij het College van Beroep voor het bedrijfsleven. Het College verklaart het beroep ongegrond. De centrale juridische vraag was of de minister de aanvraag terecht had afgewezen vanwege het ontbreken van het zogenoemde stimulerend effect. Dit vereiste houdt in dat een niet-eigenaar-bewoner de betrokken investering pas mag doen nádat de subsidieaanvraag is ingediend. Omdat de aanvrager zijn warmtepompen al had aangeschaft vóór de aanvraag, was aan dit vereiste niet voldaan. Het College oordeelt dat de subsidievoorwaarden helder zijn en dat de minister hiervan niet zonder meer kan afwijken. Afwijking zou in strijd komen met de Europese staatssteunregels, die het stimulerend-effectvereiste dwingend voorschrijven voor steunontvangers die geen eigenaar-bewoner zijn. De omstandigheid dat de aanvrager handelde op basis van verkeerd advies van zijn installateur — wiens bedrijf inmiddels is opgeheven — doet hieraan niet af. Het College oordeelt dat de aanvrager zelf verantwoordelijk was voor het nagaan van de geldende subsidievoorwaarden. Hoewel wordt erkend dat de aanvrager te goeder trouw heeft gehandeld, leidt dit niet tot een andere beoordeling. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden. De uitspraak bevestigt daarmee de strikte toepassing van het stimulerend-effectvereiste bij ISDE-subsidies voor verhuurders.