TVL-herzieningsverzoek na gesloten loket terecht afgewezen
ECLI:NL:CBB:2026:433, College van Beroep voor het bedrijfsleven, 27-08-2026, 25/680 en 25/681
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van 27 augustus 2026. Beroep ongegrond. De minister heeft de herzieningsverzoeken terecht afgewezen gezien er geen sprake is van kennelijke onredelijkheid van het besluit of nieuwe feiten en omstandigheden.
Kern van de zaak
Een ondernemer diende in april 2024 alsnog TVL-subsidieaanvragen in voor periodes uit 2020 en 2021, terwijl de aanvraagperiode al lang was verstreken. Na afwijzing van de aanvragen én latere herzieningsverzoeken stapte de ondernemer naar de rechter.
Beslissing van de rechter
Het College van Beroep voor het bedrijfsleven verklaart de beroepen ongegrond. Doorslaggevend is dat er geen nieuwe feiten of omstandigheden zijn die herziening rechtvaardigen en dat het bestreden besluit niet evident onredelijk is; bovendien waren de subsidietermijnen en staatssteunperiode al geruime tijd verstreken.
Impactscore
LaagDe uitspraak past binnen vaste bestuursrechtelijke jurisprudentie over herziening van onherroepelijke besluiten en voegt geen nieuwe rechtsregels toe; de TVL-regelingen zijn bovendien uitgewerkt, waardoor de precedentwaarde beperkt is.
Belangrijkste punten
- 1TVL-aanvragen ingediend in april 2024 voor periodes 2020-2021, ruim na sluiting van de aanvraaglokketten
- 2Geen bezwaar gemaakt tegen de oorspronkelijke afwijzingen, waardoor die onherroepelijk zijn geworden
- 3Herziening van een onherroepelijk besluit vereist nieuwe feiten/omstandigheden of evidente onredelijkheid; hieraan was niet voldaan
- 4De tijdelijke staatssteuntoestemming (Tijdelijk Kader) was ten tijde van de aanvragen al verlopen
- 5Een beroep op de 'menselijke maat' is onvoldoende om alle procedurele belemmeringen te overwinnen
Impactanalyse
Juridische impact
De uitspraak bevestigt dat een beroep op de menselijke maat niet volstaat om de strikte voorwaarden voor herziening van onherroepelijke besluiten te omzeilen. De drempel voor herziening (nova of evidente onredelijkheid) blijft onverkort gelden, ook bij subsidies met maatschappelijk gewicht.
Praktische impact
Ondernemers die destijds geen tijdige TVL-aanvraag hebben ingediend of geen bezwaar hebben gemaakt, kunnen geen herstel meer verwachten via herzieningsverzoeken. Definitief gesloten loketten en verlopen staatssteunperiodes vormen absolute belemmeringen.
Onderwerp-impact
Voor COVID-19-steunregelingen zoals de TVL markeert deze uitspraak de definitieve afsluiting: ook met een beroep op billijkheid of hardheidsclausule is herbeoordeling na het verstrijken van alle termijnen niet meer mogelijk.
Samenvatting
In deze zaak oordeelt het College van Beroep voor het bedrijfsleven over de vraag of de minister van Economische Zaken terecht heeft geweigerd TVL-subsidieaanvragen te herzien die buiten de aanvraagperiode waren ingediend. De betrokken ondernemer had in april 2024 aanvragen ingediend voor TVL-subsidie over de periode juni-september 2020 en het derde kwartaal van 2021, terwijl de aanvraagperiodes voor deze regelingen al jaren eerder waren gesloten. De minister wees de aanvragen af wegens termijnoverschrijding. De ondernemer maakte geen bezwaar, waardoor de afwijzingen onherroepelijk werden. In februari 2025 verzocht de ondernemer de minister de besluiten te herzien. De minister wees ook deze herzieningsverzoeken af, een beslissing die na bezwaar in stand bleef. Het College verklaart de beroepen ongegrond. Daartoe overweegt het College dat herziening van een onherroepelijk besluit alleen aan de orde is indien sprake is van nieuwe feiten of omstandigheden, dan wel indien het gehandhaafde besluit evident onredelijk is. Aan geen van beide voorwaarden is in dit geval voldaan. Het College benadrukt bovendien dat de tijdelijke staatssteuntoestemming op grond waarvan de TVL kon worden verleend, ten tijde van de aanvragen al geruime tijd was verlopen, en dat de subsidieloketten al jaren gesloten waren. Een beroep op de menselijke maat brengt hierin geen verandering: dit beginsel kan niet bewerkstelligen dat ondanks alle procedurele en staatsrechtelijke belemmeringen de aanvragen alsnog inhoudelijk worden beoordeeld. De uitspraak illustreert de definitieve afsluitingsfase van de COVID-19-steunregelingen en bevestigt dat de bestuursrechtelijke herzieningsdrempel ook in maatschappelijk gevoelige dossiers onverkort geldt.