ISDE-subsidie afgewezen: woning niet bewoond vóór investering
ECLI:NL:CBB:2026:432, College van Beroep voor het bedrijfsleven, 27-08-2026, 24/796
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van 27 augustus 2026. Beroep ongegrond. De minister heeft de aanvraag terecht afgewezen gezien er niet is voldaan aan de voorwaarde dat de woning bewoond moet zijn geweest voorafgaand aan de investeringen. Ook is er geen sprake van bijzondere omstandigheden die maken dat er van de regeling moest worden afgeweken.
Kern van de zaak
Een particulier diende een aanvraag in voor een ISDE-subsidie (warmtepomp en isolatie), maar de minister wees deze af omdat de woning niet als zodanig bewoond was voorafgaand aan de investeringen, zoals vereist door artikel 4.5.1 van de Regeling nationale EZK- en LNV-subsidies. De aanvrager ging hiertegen in beroep.
Beslissing van de rechter
Het College van Beroep voor het bedrijfsleven verklaart het beroep ongegrond. De doorslaggevende reden is dat de woning aantoonbaar niet aan de definitie-eis voldeed dat deze voorafgaand aan de investeringen bewoond moest zijn, en er zijn geen bijzondere omstandigheden die afwijking van de regeling rechtvaardigen.
Impactscore
LaagHet betreft een toepassing van bestaande subsidieregels in een individuele zaak zonder nieuwe rechtsvragen; de uitkomst is weinig verrassend en heeft geen bredere precedentwerking.
Belangrijkste punten
- 1De ISDE-subsidieaanvraag werd afgewezen wegens niet-voldoen aan de woningdefinitie in artikel 4.5.1 van de Regeling nationale EZK- en LNV-subsidies.
- 2Voorwaarde is dat de woning vóór de investeringen als zodanig bewoond was; hieraan was niet voldaan.
- 3Het College toetst strikt aan de subsidieregeling en kan niet afwijken zonder bijzondere omstandigheden.
- 4De minister heeft beleidsruimte bij het maken van politieke keuzes in subsidievoorwaarden; rechterlijke toetsing is beperkt.
- 5Geen proceskosten worden vergoed aan de aanvrager.
Impactanalyse
Juridische impact
De uitspraak bevestigt dat rechters strikt toetsen aan de letter van subsidievoorwaarden en dat ontevredenheid met beleidskeuzes van de wetgever/minister geen grond is voor afwijking van de regeling. De beleidsruimte van de minister bij subsidieverlening wordt uitdrukkelijk erkend.
Praktische impact
Aanvragers van ISDE-subsidie dienen er zeker van te zijn dat hun woning aantoonbaar bewoond was vóór de energiebesparende investeringen; het ontbreken hiervan leidt onherroepelijk tot afwijzing zonder ruimte voor hardheidsclausule.
Onderwerp-impact
Voor de energietransitie en verduurzaming van woningen onderstreept dit vonnis het belang van strikte naleving van subsidievoorwaarden; burgers die een nieuwbouw- of leegstaand pand verduurzamen vallen buiten de ISDE-regeling.
Samenvatting
Op 5 maart 2024 diende een particulier een aanvraag in voor een Investeringssubsidie duurzame energie en energiebesparing (ISDE) in verband met de installatie van een warmtepomp, vloerisolatie, gevelisolatie en glasisolatie. De minister van Klimaat en Groene Groei wees de aanvraag af op grond van artikel 4.5.1 van de Regeling nationale EZK- en LNV-subsidies, omdat de betreffende woning niet vóór de investeringen als zodanig bewoond was geweest — een harde voorwaarde in de subsidieregeling. De aanvrager ging in beroep bij het College van Beroep voor het bedrijfsleven en betwistte in essentie de redelijkheid van deze beleidsmatige keuze. Het College verklaart het beroep ongegrond. Het College stelt voorop dat het gebonden is aan de voorwaarden zoals opgenomen in de subsidieregeling. Nu niet voldaan is aan de bewonerseis, was de minister gehouden de aanvraag af te wijzen. Het College onderzoekt vervolgens of er bijzondere omstandigheden aanwezig zijn die afwijking van de regeling zouden rechtvaardigen, maar treft deze niet aan. Daarbij benadrukt het College uitdrukkelijk dat de minister bij het vaststellen van subsidieregels eigen politieke keuzes mag maken en dat de rechter deze inhoudelijk niet toetst. De enkele omstandigheid dat de aanvrager het oneens is met die beleidskeuzes, maakt de afwijzing juridisch niet onjuist. Deze uitspraak heeft beperkte maar duidelijke praktische betekenis: wie ISDE-subsidie aanvraagt voor energiebesparende maatregelen aan een woning die ten tijde van de investeringen niet reeds bewoond was — bijvoorbeeld een recent aangekochte leegstaande woning of nieuwbouw — komt niet in aanmerking. Er is geen ruimte voor een hardheidsclausule. De uitspraak illustreert de beperkte rechterlijke toetsingsruimte bij subsidiebesluiten die zijn gebaseerd op gedetailleerde en duidelijke wettelijke regelingen.