Beroep kweker tegen last plantenpaspoorten ongegrond verklaard
ECLI:NL:CBB:2026:428, College van Beroep voor het bedrijfsleven, 22-09-2026, 25/690
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)Last onder dwangsom en verbeurde dwangsommen voor het afgeven van plantenpaspoorten zonder dat aan de voorwaarden daarvoor is voldaan. Appellant heeft plantenpaspoorten afgegeven voor materiaal afkomstig van percelen die hij niet heeft opgegeven bij Naktuinbouw, terwijl hij daar wel toe was gehouden en dit nodig is om Naktuinbouw in staat te stellen het vereiste toezicht uit te voeren.
Kern van de zaak
Een kweker ([naam 1]) heeft beroep ingesteld tegen een opgelegde last onder dwangsom van de staatssecretaris, waarbij hij verboden werd opnieuw plantenpaspoorten af te geven voor materiaal afkomstig van niet bij Naktuinbouw aangemelde percelen. De kweker betwistte zowel de reikwijdte van de last als de wettelijke grondslag voor de jaarlijkse aanmeldingsplicht van percelen.
Beslissing van de rechter
Het College van Beroep voor het bedrijfsleven verklaart het beroep ongegrond. De doorslaggevende redenen zijn dat de aanvulling van de wettelijke grondslag in het dwangsombesluit geen wezenlijke wijziging van de last opleverde en niet in strijd was met artikel 7:11 Awb of de rechtszekerheid, en dat de kern van het verwijt in beide besluiten gelijk bleef: het afgeven van plantenpaspoorten voor materiaal van niet-aangemelde percelen.
Impactscore
LaagDe uitspraak betreft een sectorspecifiek fytosanitair handhavingsgeschil zonder bredere precedentwerking; de toegepaste juridische regels zijn gevestigd en de zaak is feitelijk van beperkte reikwijdte.
Belangrijkste punten
- 1De last onder dwangsom verbiedt [naam 1] plantenpaspoorten af te geven voor materiaal van niet bij Naktuinbouw aangemelde percelen, op grond van Verordening 2016/2031.
- 2De aanvulling van de wettelijke grondslag met artikel 84, eerste lid, Verordening 2016/2031 bij heroverweging in bezwaar levert geen wezenlijke wijziging van de last op.
- 3Op grond van artikel 5:39, eerste lid, Awb heeft het beroep ook betrekking op het betwiste invorderingsbesluit.
- 4De kweker betwistte de wettelijke grondslag voor de jaarlijkse aanmeldingsplicht van percelen bij Naktuinbouw, maar dit betoog slaagde niet.
- 5De overtreding bestond uit het op 7 november 2024 afgeven van plantenpaspoorten voor materiaal van niet-aangemelde percelen.
Impactanalyse
Juridische impact
De uitspraak bevestigt dat de bevoegdheid van het bestuursorgaan om bij heroverweging in bezwaar de wettelijke grondslag van een last aan te vullen niet in strijd hoeft te zijn met artikel 7:11 Awb of de rechtszekerheid, mits de kern van de last ongewijzigd blijft. Tevens wordt de ruime toepassing van Verordening 2016/2031 en de bijbehorende uitvoeringsverordeningen in het fytosanitair toezicht bevestigd.
Praktische impact
Kwekers die plantenpaspoorten afgeven zijn gehouden al hun percelen jaarlijks aan te melden bij Naktuinbouw; het niet naleven hiervan kan leiden tot een geldig opgelegde last onder dwangsom met invordering.
Onderwerp-impact
Voor de agrarische sector en plantenkwekers betekent deze uitspraak dat strikte naleving van de Europese fytosanitaire regelgeving, inclusief de aanmeldingsplicht van percelen, wordt gehandhaafd en dat bestuursrechtelijke sancties bij overtreding standhouden.
Samenvatting
In deze zaak stond een last onder dwangsom centraal die de staatssecretaris had opgelegd aan een kweker ([naam 1]) wegens overtreding van de Europese fytosanitaire regelgeving, in het bijzonder Verordening 2016/2031. De overtreding bestond eruit dat de kweker op 7 november 2024 plantenpaspoorten had afgegeven voor plantaardig materiaal afkomstig van percelen die niet waren aangemeld bij Naktuinbouw. De last verbood hem dit opnieuw te doen, terwijl hij voor materiaal van wél aangemelde percelen of van andere kwekers aangekocht materiaal plantenpaspoorten mocht blijven afgeven. De kweker voerde in beroep twee hoofdgronden aan. Ten eerste betoogde hij dat de staatssecretaris de last in bezwaar ontoelaatbaar had uitgebreid door de wettelijke grondslag aan te vullen met artikel 84, eerste lid, van Verordening 2016/2031, waardoor het karakter van het verwijt zou zijn veranderd van gebrekkig onderzoek naar het ontbreken van toezicht. Het College verwierp dit betoog: de aanvulling van de grondslag was niet meer dan een nadere motivering en de kern van de last bleef in beide besluiten gelijk, namelijk het verbod op het afgeven van plantenpaspoorten voor materiaal van niet-aangemelde percelen. Er was dan ook geen strijd met artikel 7:11, eerste lid, Awb of met de rechtszekerheid. Ten tweede betwistte de kweker de wettelijke grondslag voor de jaarlijkse aanmeldingsplicht van percelen bij Naktuinbouw. Ook dit betoog slaagde niet, aldus het College. Op grond van artikel 5:39, eerste lid, Awb had het beroep tevens betrekking op het invorderingsbesluit, waartegen dezelfde beroepsgronden waren aangevoerd. Het College van Beroep voor het bedrijfsleven verklaarde het beroep ongegrond. De uitspraak bevestigt de handhavingsbevoegdheid van de overheid bij overtreding van Europese fytosanitaire regelgeving en de beperkte ruimte voor kwekers om aanvullingen van wettelijke grondslagen in bezwaar met succes aan te vechten.