Stichting niet-ontvankelijk bij verlopen handhavingsbevoegdheid dierenwelzijn
ECLI:NL:CBB:2026:419, College van Beroep voor het bedrijfsleven, 08-09-2026, 24/784
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)Vervolg op ECLI:NL:CBB:2024:263. Beroep tegen de afwijzing van handhavingsverzoeken uit 2020. Dieren met hittestress in drie weilanden zonder beschutting tegen de zon. College oordeelt dat beroep niet-ontvankelijk is omdat niet langer sprake is van procesbelang. Met het beroep kan niet worden bewerkstelligd dat alsnog handhavend wordt opgetreden tegen de houders van de dieren. De bevoegdheid van de staatssecretaris om handhavend op te treden bestaat niet meer.
Kern van de zaak
Een stichting verzocht handhaving tegen houders van dieren op drie locaties wegens overtredingen van het Besluit houders van dieren (Bhd) in augustus 2020. De staatssecretaris trad niet handhavend op, waarna de stichting beroep instelde. De staatssecretaris betwistte het procesbelang van de stichting.
Beslissing van de rechter
Het College van Beroep voor het bedrijfsleven verklaart het beroep niet-ontvankelijk wegens het ontbreken van procesbelang. De doorslaggevende reden is dat de handhavingsbevoegdheid van de staatssecretaris niet meer bestaat, omdat de in 2020 geconstateerde overtredingen niet voortdurend van aard waren en er geen overtreding meer valt te beëindigen, ongedaan te maken of te voorkomen.
Impactscore
LaagDe uitspraak past volledig binnen gevestigde jurisprudentie over procesbelang en herstelsancties en bevat geen nieuwe rechtsontwikkeling; de praktische relevantie is beperkt tot de directe partijen en vergelijkbare handhavingsverzoeken inzake niet-voortdurende overtredingen.
Belangrijkste punten
- 1Procesbelang vereist een feitelijk bereikbaar en niet louter hypothetisch resultaat; een principieel of formeel belang volstaat niet.
- 2De bevoegdheid tot het opleggen van een herstelsanctie (last onder bestuursdwang of dwangsom) vervalt indien er geen voortdurende of herhaalbare overtreding meer bestaat.
- 3De in augustus 2020 geconstateerde overtredingen van artikel 1.6 lid 3 Bhd waren niet voortdurend van aard, waardoor handhaving achteraf niet meer mogelijk is.
- 4Het College sluit aan bij vaste jurisprudentie van zowel het CBb (ECLI:NL:CBB:2022:415) als de Afdeling bestuursrechtspraak RvS (ECLI:NL:RVS:2020:2571) over het ontbreken van procesbelang bij vervallen handhavingsbevoegdheid.
- 5Niet-ontvankelijkverklaring betekent dat de inhoudelijke rechtmatigheid van de weigering tot handhaving onbeoordeeld blijft.
Impactanalyse
Juridische impact
De uitspraak bevestigt de bestaande lijn dat procesbelang bij handhavingsverzoeken vervalt zodra de bestuurlijke bevoegdheid tot herstel is komen te vervallen door het niet-voortdurende karakter van de overtreding. Dit onderstreept het belang van tijdig procederen bij incidentele overtredingen.
Praktische impact
De stichting kan alsnog geen handhaving afdwingen op de drie locaties. Derden-belanghebbenden die handhaving willen bewerkstelligen dienen tijdig beroep in te stellen zolang overtredingen nog voortduren of herhaling mogelijk is.
Onderwerp-impact
Voor dierenwelzijnsorganisaties en andere handhavingsverzoekende stichtingen verduidelijkt deze uitspraak dat bij niet-voortdurende overtredingen van het Bhd een procesbelang snel kan komen te ontbreken, wat de effectiviteit van bestuursrechtelijke handhaving via derden beperkt.
Samenvatting
In deze zaak had een stichting de staatssecretaris verzocht handhavend op te treden tegen houders van dieren op drie locaties wegens overtredingen van artikel 1.6, derde lid, van het Besluit houders van dieren (Bhd), geconstateerd in augustus 2020. Nadat de staatssecretaris weigerde te handhaven, stelde de stichting beroep in bij het College van Beroep voor het bedrijfsleven. De staatssecretaris verzocht het beroep niet-ontvankelijk te verklaren wegens het ontbreken van procesbelang. Het College buigt zich primair over de ontvankelijkheidsvraag. Volgens vaste jurisprudentie is procesbelang slechts aanwezig wanneer het nagestreefde resultaat daadwerkelijk bereikbaar is en feitelijke betekenis heeft; een louter formeel of principieel belang volstaat niet. De stichting bevestigde dat zij met haar beroep alsnog handhaving op de drie locaties wilde afdwingen. Het College stelt vast dat de handhavingsbevoegdheid van de staatssecretaris inmiddels is vervallen. Een herstelsanctie in de zin van artikel 5:2, eerste lid, aanhef en onder b, Awb kan immers slechts worden opgelegd zolang er een overtreding valt te beëindigen, ongedaan te maken of te voorkomen. De in 2020 geconstateerde overtredingen waren niet voortdurend van aard, zodat er op het moment van de beoordeling geen overtreding meer bestaat waarop handhavend kan worden opgetreden. Het College verwijst daarbij naar de uitspraken van het CBb van 19 juli 2022 en de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 28 oktober 2020. Nu het door de stichting beoogde resultaat niet meer bereikbaar is, ontbreekt procesbelang en verklaart het College het beroep niet-ontvankelijk. De inhoudelijke rechtmatigheid van de weigering tot handhaving blijft daarmee onbeoordeeld. De uitspraak bevestigt het belang van tijdig procederen voor derden die handhaving nastreven bij incidentele overtredingen.