JurispRadar
ECLI:NL:CBB:2026:413Middel38/100

Last onder bestuursdwang wilde zwijnen herroepen wegens willekeur

ECLI:NL:CBB:2026:413, College van Beroep voor het bedrijfsleven, 01-09-2026, 23/1995

College van Beroep voor het bedrijfslevenUitspraak: 1 september 2026Publicatie: 31 augustus 2026
Procedure:Eerste aanleg - meervoudig
Zaaknummer:23/1995
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht
Overheid
Handhaving
Vergunningen
Nvwa
Last Onder Bestuursdwang
Wilde Zwijnen
Willekeur
Dierziekten

Inhoudsindicatie

(officieel, Rechtspraak.nl)

Last onder bestuursdwang. Kostenbeschikking. Het is voldoende aannemelijk dat de last onder bestuursdwang voor de dierhouder niet uitvoerbaar was. Het belang van het voorkomen van (de verspreiding van) dierziekten woog niet op tegen het voor de minister bij een zorgvuldige voorbereiding van de last onder bestuursdwang kenbare belang van de dierhouder om niet te worden geconfronteerd met een voor hem niet uitvoerbare last. Strijd met het evenredigheidsbeginsel van artikel 3:4, tweede lid, van de Awb. De last onder bestuursdwang houdt geen stand en daarom de kostenbeschikking ook niet.

Kern van de zaak

Een houder van wilde zwijnen (naam 1) werd door de minister verplicht tot bloedonderzoek bij zijn dieren via een last onder bestuursdwang. Hij betwistte de noodzaak daarvan, wees op ongelijke behandeling ten opzichte van vergelijkbare parken en stelde dat de last onuitvoerbaar was. Tevens bestreed hij de kostenbeschikking voor de uitgevoerde bestuursdwang.

Beslissing van de rechter

Het College van Beroep voor het bedrijfsleven verklaart het beroep gegrond, vernietigt beide bestreden besluiten en herroept zowel de last onder bestuursdwang als de kostenbeschikking. Doorslaggevend is dat de minister niet kon verklaren waarom het beleid bij vergelijkbare natuurparken niet op appellant van toepassing was, wat leidt tot de conclusie dat sprake is van willekeur, en dat de last bovendien niet uitvoerbaar was door het ontbreken van een veiligheidsprotocol voor bloedafname bij wilde zwijnen.

38van 100

Impactscore

Middel

De uitspraak heeft betekenis voor de praktijk van dierhouders en NVWA-handhaving, maar betreft een feitelijk specifieke situatie en is gewezen door een lagere instantie zonder fundamentele rechtsvraag.

Belangrijkste punten

  • 1De minister kon geen deugdelijke verklaring geven voor de ongelijke behandeling ten opzichte van Natuurpark en Stadspark, wat wijst op willekeur en zwalkend beleid.
  • 2De last onder bestuursdwang was niet uitvoerbaar: geen enkele dierenarts wilde meewerken bij gebrek aan een NVWA-protocol voor veilig werken met wilde zwijnen.
  • 3De kostenbeschikking is in strijd met het evenredigheidsbeginsel, mede omdat de minister niet eerst de reguliere (onverdoofde) bloedafname heeft geprobeerd.
  • 4Het College herroept zowel de last als de kostenbeschikking en treedt zelf in de plaats van de vernietigde besluiten.
  • 5Griffierecht van € 184,- wordt aan appellant vergoed.

Impactanalyse

Juridische impact

De uitspraak bevestigt dat een last onder bestuursdwang niet mag worden opgelegd als de overheid zelf geen uitvoerbare handelwijze kan faciliteren (ontbrekend protocol) en als gelijksoortige gevallen aantoonbaar anders worden behandeld zonder rechtvaardiging.

Praktische impact

De houder van de wilde zwijnen hoeft de kosten van de uitgevoerde bestuursdwang niet te dragen en heeft zijn dieren niet langer te onderwerpen aan verplicht bloedonderzoek op grond van de herroepen last.

Onderwerp-impact

Voor houders van (wilde) dieren in Nederland schept deze uitspraak een precedent dat de NVWA bij handhaving via bestuursdwang een werkbaar en consistent beleid moet voeren en een uitvoerbaar protocol beschikbaar moet stellen.

Samenvatting

Een houder van wilde zwijnen (appellant) ontving van de minister een last onder bestuursdwang inhoudende dat hij bloedonderzoek moest laten uitvoeren bij zijn dieren ter controle op dierziekten. Appellant verzette zich hiertegen en voerde onder meer aan dat zijn dieren er gezond uitzagen, dat vervoer naar een slachthuis gevolgd door postmortale controle een reëler alternatief was, en dat hij de enige wildhouder in Nederland was die tot een dergelijk bloedonderzoek werd verplicht. Hij wees erop dat vergelijkbare inrichtingen – Natuurpark en Stadspark – niet aan dezelfde verplichting werden onderworpen, terwijl de minister dit verschil in behandeling niet kon rechtvaardigen. Bovendien was de last niet uitvoerbaar: de door appellant ingeschakelde dierenarts weigerde mee te werken bij gebrek aan een protocol van de NVWA voor het veilig afnemen van bloed bij wilde zwijnen. Nadat de minister vervolgens de dieren had verdoofd om bloed af te nemen, volgde ook een kostenbeschikking die appellant bestreed als onevenredig. Het College van Beroep voor het bedrijfsleven oordeelt dat het beroep gegrond is. De minister heeft niet kunnen aantonen waarom het beleid bij vergelijkbare parken niet eveneens op appellant van toepassing zou zijn, wat de conclusie rechtvaardigt dat sprake is van willekeur en een inconsistent handhavingsbeleid. Daar komt bij dat de last feitelijk onuitvoerbaar was, omdat de NVWA zelf geen protocol kon verstrekken dat een dierenarts in staat zou stellen veilig bloed af te nemen. Door vervolgens direct over te gaan tot verdoving zonder de reguliere methode te proberen, handelde de minister ook in strijd met het evenredigheidsbeginsel bij de kostenbeschikking. Het College vernietigt beide bestreden besluiten, herroept de last onder bestuursdwang en de kostenbeschikking, en bepaalt dat de uitspraak in de plaats treedt van de vernietigde besluiten. Tevens wordt het griffierecht van € 184,- vergoed aan appellant.

Bron: Rechtspraak.nl Open Data· Geanalyseerd op 3 september 2026 met claude-sonnet-4-6
Originele uitspraak
38van 100
MiddelLees toelichting ↓

Meer Bestuursrecht

ECLI:NL:RVS:2026:5339Laag
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:RVS:2026:5339, Raad van State, 09-09-2026, 202500974/1/R3

Raad van State9 sep 2026VastgoedVergunningen
18/100Bekijk
ECLI:NL:RVS:2026:5326Laag
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:RVS:2026:5326, Raad van State, 09-09-2026, 202505339/1/R3

Raad van State9 sep 2026VastgoedVergunningen
18/100Bekijk
ECLI:NL:RVS:2026:5361Laag
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:RVS:2026:5361, Raad van State, 09-09-2026, 202503177/1/R1

Raad van State9 sep 2026VastgoedVergunningen
18/100Bekijk
ECLI:NL:RVS:2026:5354Laag
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:RVS:2026:5354, Raad van State, 09-09-2026, 202406781/1/A3

Raad van State9 sep 2026OverheidVergunningen
18/100Bekijk
Alle uitspraken in dit rechtsgebied