Slachthuis aansprakelijk voor levend varken in broeibak
ECLI:NL:CBB:2026:394, College van Beroep voor het bedrijfsleven, 25-08-2026, 24/687
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)Het hoger beroep slaagt niet. De minister heeft terecht een boete aan de slachterij opgelegd omdat verdere uitslachting of broeiing na eenvoudige bedwelming plaatsvond zonder dat werd vastgesteld of het dier geen tekenen van leven meer vertoonde. Het dier gaspte negen keer binnen 37 seconden. Dit had aanleiding moeten zijn voordat het dier de broeibak inging nader te controleren of het dier dood was.
Kern van de zaak
Slachterij [naam 1] werd door de NVWA beboet wegens een overtreding van slachtvoorschriften: een varken vertoonde na het verbloeden nog tekenen van leven (gaspen) voordat het de broeibak inging. Het bedrijf bestreed de overtreding en stelde dat het dier mogelijk al dood was.
Beslissing van de rechter
Het hoger beroep van [naam 1] is ongegrond; het College van Beroep voor het bedrijfsleven bevestigt de uitspraak van de rechtbank en het opgelegde handhavingsbesluit. Doorslaggevend is dat het gaspen van het varken een teken van leven kón zijn en dat [naam 1] naliet een corneareflex-controle uit te voeren en zo nodig gebruik te maken van de aanwezige back-up apparatuur.
Impactscore
LaagDe uitspraak past bestaande regelgeving (Verordening 1099/2009) toe op een specifieke casus zonder nieuwe rechtsregels te stellen; de impact is beperkt tot de vleessector en betreft een feitelijk oordeel in een individueel handhavingsgeval.
Belangrijkste punten
- 1Na het verbloeden mag een dier geen enkel teken van leven meer vertonen voordat het de broeibak ingaat (Verordening (EG) nr. 1099/2009, bijlage III).
- 2Het varken gaspte 9 keer in 37 seconden; dit kán een teken van leven zijn en volstaat als grond voor nader onderzoek.
- 3De symptomenlijst voor onvoldoende bedwelming uit NVWA-werkvoorschrift WLZVL-017 bijlage 4 ziet op een eerdere slachtfase en is hier niet van toepassing.
- 4Het ontbreken van een reactie bij het ingaan van de broeibak sluit de mogelijkheid van leven niet met zekerheid uit.
- 5Het slachthuis beschikte over een elektrische tang als back-upapparatuur maar heeft deze niet gebruikt, wat als nalaten wordt aangerekend.
Impactanalyse
Juridische impact
De uitspraak verduidelijkt dat het criterium 'geen enkel teken van leven' na verbloeding strikt wordt uitgelegd en dat een mogelijk teken van leven – ook bij twijfel – een controleplicht en eventuele interventieplicht voor de exploitant activeert. De NVWA-werkvoorschriften voor eerdere slachtfasen bieden geen verweer in de verbloedingsfase.
Praktische impact
Slachterijen dienen na het verbloeden actief te controleren op tekenen van leven (corneareflex) voordat dieren de broeibak ingaan, en moeten back-upapparatuur zoals een elektrische tang daadwerkelijk inzetten bij twijfel; nalaten leidt tot een vastgestelde overtreding.
Onderwerp-impact
Voor de vleessector bevestigt deze uitspraak dat toezicht op dierenwelzijn bij het slachten strikt wordt gehandhaafd en dat procesverantwoordelijkheid bij de exploitant ligt, ook als de NVWA-toezichthouder de waarneming doet.
Samenvatting
In deze zaak stond de vraag centraal of slachterij [naam 1] de Europese dierenwelzijnsregels bij het slachten had overtreden door een varken de broeibak in te laten gaan terwijl het mogelijk nog leefde. De NVWA had waargenomen dat het dier na het verbloeden negen keer gaspte binnen 37 seconden. [naam 1] betwistte niet de feitelijke waarnemingen van de toezichthouder, maar stelde dat niet met zekerheid kon worden vastgesteld dat het gaspen een teken van leven was. Zij verwees daarbij naar de symptomenlijst voor onvoldoende bedwelming in NVWA-werkvoorschrift WLZVL-017, bijlage 4, en betoogde dat niet aan de daarin gestelde drempel van twee of meer symptomen was voldaan. Het College van Beroep voor het bedrijfsleven verwierp dit verweer. De werkvoorschriften waarop [naam 1] zich beriep, gelden voor een eerdere fase in het slachtproces – de bedwelmingsfase – en zijn niet van toepassing op de fase ná het verbloeden. In die laatste fase schrijft Verordening (EG) nr. 1099/2009 voor dat er géén enkel teken van leven meer aanwezig mag zijn. Het College oordeelde dat het gaspen van het varken kón duiden op leven, en dat dit voor [naam 1] een aanleiding had moeten zijn om vooraf een cornareflexcontrole uit te voeren. Bovendien beschikte het slachthuis over een elektrische tang als back-upapparatuur, die in een dergelijk geval had moeten worden ingezet. Doordat [naam 1] beide stappen heeft nagelaten, is de overtreding terecht vastgesteld. Het hoger beroep is ongegrond verklaard. Het College bevestigt daarmee de uitspraak van de rechtbank en het handhavingsbesluit van de NVWA. De uitspraak onderstreept dat slachthuisexploitanten een actieve controleplicht hebben na het verbloeden en dat twijfel over de doodstoestand van een dier niet ten voordele van de exploitant werkt.