S&O-afdrachtvermindering van €83.824 volledig teruggedraaid wegens ontbrekende administratie
ECLI:NL:CBB:2026:390, College van Beroep voor het bedrijfsleven, 25-08-2026, 23/1952
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)Onderneming voldoet niet aan administratieplicht Speur- en Ontwikkelingswerk (S&O). De S&O-verklaringen zijn op goede gronden gemotiveerd. De boetes zijn passend en geboden. Hoger beroep ongegrond. Wel is de redelijke termijn overschreden.
Kern van de zaak
Een onderneming ontving S&O-afdrachtverminderingen (WBSO) voor speur- en ontwikkelingswerk van medewerker [naam 1]. De uitvoeringsinstantie (RVO/verweerder) corrigeerde de S&O-verklaringen naar nul uren omdat uit de administratie niet bleek dat het S&O-werk daadwerkelijk was verricht. De onderneming bestreed deze correctie als onevenredig.
Beslissing van de rechter
Het College van Beroep voor het bedrijfsleven bevestigt de uitspraak van de rechtbank en wijst het beroep ongegrond. De volledige correctie van de S&O-uren naar nul is rechtmatig en niet onevenredig, omdat de onderneming niet heeft voldaan aan haar administratieverplichting ex artikel 24 lid 1 Wva en uit de overgelegde administratie onvoldoende bleek dat het S&O-werk daadwerkelijk was verricht.
Impactscore
MiddelDe uitspraak bevestigt bestaande jurisprudentie van het CBb zonder nieuwe rechtsnormen te stellen, maar is praktisch relevant voor de brede groep WBSO-gebruikers vanwege de strikte administratievereisten en de substantiële financiële gevolgen.
Belangrijkste punten
- 1Verweerder heeft een grote beoordelingsruimte bij toepassing van artikel 25 lid 3 Wva en mag 'onvoldoende aannemelijk' ruim uitleggen.
- 2De bewijslast ligt bij de aanvrager: hij moet aannemelijk maken dat S&O-werk daadwerkelijk is verricht.
- 3Correctie naar nul uren is een geschikt én noodzakelijk middel als uit de administratie niet blijkt dat werkzaamheden zijn uitgevoerd.
- 4Een volledige correctie van €83.824 aan afdrachtvermindering is niet onevenredig als er geen administratief bewijs is van de verrichte werkzaamheden.
- 5De Staat wordt veroordeeld tot €500 immateriële schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn en €467 proceskosten.
Impactanalyse
Juridische impact
De uitspraak bevestigt vaste CBb-jurisprudentie over de grote beoordelingsruimte van de uitvoeringsinstantie bij de beoordeling van S&O-administratie en de toelaatbaarheid van volledige correcties naar nul uren. De drempel voor ondernemingen om een correctie succesvol te bestrijden blijft hoog.
Praktische impact
Ondernemingen die WBSO-voordeel genieten moeten een sluitende urenadministratie per S&O-medewerker bijhouden; ontbrekende of onvoldoende administratie leidt tot volledige terugvordering van de ontvangen afdrachtvermindering.
Onderwerp-impact
Voor innovatieve bedrijven die gebruik maken van de WBSO-regeling onderstreept deze uitspraak het cruciale belang van een adequate projectadministratie per medewerker als voorwaarde voor behoud van het fiscale voordeel.
Samenvatting
Een onderneming had voor de werkzaamheden van medewerker [naam 1] S&O-verklaringen verkregen op grond van de Wet vermindering afdracht loonbelasting en premie voor de volksverzekeringen (Wva), resulterend in een totale afdrachtvermindering van €83.824. Naar aanleiding van een controle concludeerde verweerder dat uit de ingediende administratie onvoldoende bleek dat [naam 1] het vergunde S&O-werk daadwerkelijk had verricht. Verweerder corrigeerde de S&O-verklaringen volledig naar nul uren, waarna de onderneming bezwaar maakte en vervolgens beroep instelde. De centrale juridische vraag was of de volledige correctie naar nul uren rechtmatig was en of deze niet onevenredig uitpakt voor de onderneming. Het College van Beroep voor het bedrijfsleven bevestigt de uitspraak van de rechtbank en oordeelt dat de correctie terecht en evenredig is. Conform vaste CBb-jurisprudentie heeft verweerder een grote beoordelingsruimte bij de toepassing van artikel 25 lid 3 Wva en mag het begrip 'onvoldoende aannemelijk' ruim worden uitgelegd. Verweerder is niet gehouden op detailniveau te onderzoeken hoeveel S&O-werk wél aannemelijk is; de bewijslast rust op de aanvrager zelf. Nu de onderneming niet heeft aangetoond dat [naam 1] de werkzaamheden feitelijk heeft verricht, is een volledige correctie zowel een geschikt als noodzakelijk middel: belastingaftrek zonder aantoonbare prestatie is niet de bedoeling van de regeling. De financiële schade voor de onderneming (€83.824) doet aan de evenredigheid niet af, omdat er simpelweg geen administratief bewijs was van de verrichte werkzaamheden. Wel wordt de Staat veroordeeld tot betaling van €500 immateriële schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn en €467 proceskosten. De uitspraak benadrukt voor WBSO-gebruikers hoe essentieel een volledige en controleerbare urenadministratie per medewerker is.