JurispRadar
ECLI:NL:CBB:2026:389Laag28/100

Boete slachterij verlaagd wegens fecale bezoedeling varkenspoot

ECLI:NL:CBB:2026:389, College van Beroep voor het bedrijfsleven, 25-08-2026, 23/2002

College van Beroep voor het bedrijfslevenUitspraak: 25 augustus 2026Publicatie: 21 augustus 2026
Procedure:Hoger beroep
Zaaknummer:23/2002
Bestuursrecht
Europees bestuursrecht
Handhaving
Vergunningen
Retail
Bestuurlijke Boete
Slachterij
Vleeskeuring
Fecale Bezoedeling
Verordening 853 2004

Inhoudsindicatie

(officieel, Rechtspraak.nl)

Het hoger beroep slaagt niet. De minister heeft terecht een boete aan de slachterij opgelegd wegens fecale bezoedeling van een karkas. Er is sprake van een overtreding van punt 7 en 10 van Hoofdstuk IV, sectie I, Bijlage III, van Verordening 853/2004. Geen matiging op grond van artikel 5:46, derde lid, van de Awb. Overschrijding redelijke termijn.

Kern van de zaak

Een slachterij (eiseres) kreeg een bestuurlijke boete opgelegd door de minister (verweerder) wegens fecale bezoedeling aangetroffen op een varkenspoot na de stempelautomaat. De slachterij betwistte de overtreding en de hoogte van de boete. De zaak betreft de vraag of werd voldaan aan de hygiënevoorschriften van Verordening 853/2004 inzake vleesveiligheid.

Beslissing van de rechter

Het College van Beroep voor het bedrijfsleven bevestigt de uitspraak van de rechtbank voor het overige, maar vernietigt het bestreden besluit voor zover het de hoogte van de boete betreft en stelt de boete vast op € 2.250,-. Doorslaggevend is dat de overtreding van de hygiënevoorschriften (punten 7 en 10 van Bijlage III, sectie I, hoofdstuk IV, Verordening 853/2004) vaststaat, maar dat de hoogte van de oorspronkelijk opgelegde boete niet in stand kan blijven.

28van 100

Impactscore

Laag

De uitspraak past binnen een bestaande, vaste jurisprudentielijn van het CBb en introduceert geen nieuwe rechtsregels. De betekenis is vooral bevestigend en heeft beperkte precedentwerking buiten de directe vleessector.

Belangrijkste punten

  • 1Fecale bezoedeling na de stempelautomaat staat vast en is niet betwist door de slachterij.
  • 2Punten 7 en 10 van Verordening 853/2004 bevatten een resultaatsverplichting: het karkas mag niet verontreinigd zijn vóór en op het moment van de postmortemkeuring.
  • 3Het tijdstip van de controle (na de stempelautomaat, na afronding PM-keuring en HACCP-controles) is bepalend; latere correctie door een medewerker is niet relevant.
  • 4Het niet-onderbouwde verweer dat bezoedeling vóór bedwelming in de stal zou zijn ontstaan, wordt verworpen.
  • 5Het College vernietigt uitsluitend het onderdeel van het besluit dat de hoogte van de boete betreft en stelt deze vast op € 2.250,-.

Impactanalyse

Juridische impact

De uitspraak bevestigt de vaste lijn uit eerdere CBb-jurisprudentie (ECLI:NL:CBB:2021:1029 en ECLI:NL:CBB:2017:426) dat de hygiënevoorschriften van Verordening 853/2004 resultaatsverplichtingen zijn die uiterlijk bij afloop van de postmortemkeuring moeten zijn nageleefd. De bevoegdheid om de boete te matigen wordt in dit geval benut.

Praktische impact

Voor de betrokken slachterij leidt de uitspraak tot een (vermoedelijk) lagere boete van € 2.250,- in plaats van het oorspronkelijk oplegde bedrag. Slachterijen worden herinnerd aan hun strikte resultaatsverplichting om verontreiniging te voorkomen vóór het gezondheidsmerk wordt aangebracht.

Onderwerp-impact

In de vleessector en voedselverwerking benadrukt deze uitspraak dat hygiënecontroles op het juiste moment in het slachtproces moeten plaatsvinden en dat een eigenhandig herstel na het controlepunt niet volstaat om aansprakelijkheid te ontlopen.

Samenvatting

Deze zaak betreft een bestuurlijke boete opgelegd aan een slachterij wegens een overtreding van de Europese hygiëneverordening voor levensmiddelen van dierlijke oorsprong (Verordening 853/2004). Na afloop van het slachtproces – na de stempelautomaat en nadat alle postmortemkeuringen en HACCP-controles waren afgerond – constateerde een toezichthouder fecale bezoedeling op een varkenspoot. De slachterij betwistte de overtreding niet inhoudelijk, maar voerde aan dat een medewerker de bezoedeling achteraf had kunnen verwijderen en opperde dat de vervuiling mogelijk al vóór de bedwelming in de stal was ontstaan. Het College van Beroep voor het bedrijfsleven verwerpt beide verweren. Op grond van punten 7 en 10 van Bijlage III, sectie I, hoofdstuk IV van Verordening 853/2004 geldt een resultaatsverplichting: het karkas mag op het moment dat het gezondheidsmerk wordt aangebracht niet verontreinigd zijn. Het tijdstip van de controle – na de stempelautomaat en na afsluiting van alle keurings- en HACCP-handelingen – is het relevante toetsmoment. Dat een medewerker de bezoedeling daarna mogelijk zou hebben weggesneden, is juridisch niet relevant. Het verweer over bezoedeling vóór bedwelming in de stal is onvoldoende onderbouwd en zou bovendien niet leiden tot een ander oordeel over de aanwezigheid van verontreiniging. Het College bevestigt hiermee de vaste lijn uit eerdere uitspraken (ECLI:NL:CBB:2021:1029 en ECLI:NL:CBB:2017:426). De rechtbank wordt op het punt van de overtreding zelf gevolgd. Echter, voor zover het bestreden besluit de hoogte van de boete betreft, wordt dit vernietigd. Het College herroept het boetebesluit op dit punt en stelt de boete zelf vast op € 2.250,-. De uitspraak heeft beperkte precedentwerking, omdat zij een bestaande jurisprudentielijn bevestigt, maar is praktisch relevant als herinnering aan de strikte hygiënenormen in de vleessector.

Bron: Rechtspraak.nl Open Data· Geanalyseerd op 26 augustus 2026 met claude-sonnet-4-6
Originele uitspraak

Meer Bestuursrecht

ECLI:NL:RVS:2026:5339Laag
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:RVS:2026:5339, Raad van State, 09-09-2026, 202500974/1/R3

Raad van State9 sep 2026VastgoedVergunningen
18/100Bekijk
ECLI:NL:RVS:2026:5326Laag
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:RVS:2026:5326, Raad van State, 09-09-2026, 202505339/1/R3

Raad van State9 sep 2026VastgoedVergunningen
18/100Bekijk
ECLI:NL:RVS:2026:5361Laag
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:RVS:2026:5361, Raad van State, 09-09-2026, 202503177/1/R1

Raad van State9 sep 2026VastgoedVergunningen
18/100Bekijk
ECLI:NL:RVS:2026:5354Laag
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:RVS:2026:5354, Raad van State, 09-09-2026, 202406781/1/A3

Raad van State9 sep 2026OverheidVergunningen
18/100Bekijk
Alle uitspraken in dit rechtsgebied