Beperkte kennisneming inspectiegegevens gerechtvaardigd in Woo-zaak
ECLI:NL:CBB:2026:387, College van Beroep voor het bedrijfsleven, 18-08-2026, 25/577
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)Beslissing 8:29 Awb. Beperkte kennisneming is gerechtvaardigd vanwege persoons- en bedrijfsgegevens en de manier waarop namens de minister de inspectie, de controle en het toezicht wordt uitgeoefend.
Kern van de zaak
Een partij ([naam 1]) is betrokken in een beroepsprocedure bij het College van Beroep voor het bedrijfsleven. De minister heeft bepaalde stukken (deels) gelakt op grond van artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder d Woo (inspectie, controle en toezicht) en bescherming van bedrijfs- en persoonsgegevens van derden. De rechter-commissaris moet beoordelen of deze beperking van kennisneming gerechtvaardigd is.
Beslissing van de rechter
De rechter-commissaris oordeelt dat de beperking van kennisneming van bijlagen 1, 4, 5, 6 en 7 gerechtvaardigd is op grond van artikel 8:29, derde lid, Awb. De doorslaggevende reden is dat de gelakte informatie betrekking heeft op inspectie- en toezichtsmethoden in andere zaken en op persoonsgegevens en bedrijfsnamen van derden, waarvan onbeperkte kennisneming tot onevenredig nadeel zou leiden terwijl inzage voor [naam 1] niet noodzakelijk is voor de beoordeling van zijn zaak.
Impactscore
LaagHet betreft een tussenuitspraak van een rechter-commissaris over een procedurele kwestie (beperking kennisneming), zonder inhoudelijke beslissing over de hoofdzaak. De uitspraak past geheel binnen de bestaande rechtspraktijk rondom artikel 8:29 Awb en heeft geen richtinggevend karakter.
Belangrijkste punten
- 1Rechter-commissaris mr. M.P. Glerum is aangewezen op grond van artikel 8:12 Awb om te beslissen over de beperking van kennisneming ex artikel 8:29, derde lid, Awb.
- 2De weigeringsgrond betreft artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder d Woo (inspectie, controle en toezicht door bestuursorganen).
- 3Gelakte informatie omvat inspectie- en toezichtsmethoden in andere zaken, namen van personen, bedrijfsnamen en adresgegevens van derden.
- 4De afweging vindt plaats tussen het beginsel van equality of arms (gelijke informatiepositie) en het belang bij bescherming van concurrentiegevoelige en vertrouwelijke gegevens.
- 5Kennisneming door [naam 1] is niet noodzakelijk voor de beoordeling van zijn beroep, hetgeen de beperking legitimeert.
Impactanalyse
Juridische impact
De beslissing bevestigt de standaard toepassing van artikel 8:29 Awb in combinatie met de Woo-uitzonderingsgrond voor inspectie en toezicht: beperkte kennisneming is gerechtvaardigd wanneer openbaarmaking derden onevenredig schaadt en de informatie niet noodzakelijk is voor de betrokken procedure. Dit heeft beperkte precedentwaarde omdat het een procedurebeslissing betreft.
Praktische impact
Voor [naam 1] betekent dit dat hij geen inzage krijgt in de gelakte delen van de stukken; de rechter kan deze wel bij zijn beoordeling betrekken. Voor bestuursorganen bevestigt het dat inspectiegegevens en gegevens van derden in Woo-gerelateerde procedures beschermd kunnen worden via artikel 8:29 Awb.
Onderwerp-impact
In Woo-procedures waarbij toezicht en inspectie centraal staan, kunnen bestuursorganen met succes beperking van kennisneming verzoeken voor methodieken en gegevens van andere ondertoezichtstaanden, mits de verzoekende partij daarzonder haar zaak afdoende kan voeren.
Samenvatting
In deze procedure bij het College van Beroep voor het bedrijfsleven heeft de minister in het kader van een Woo-gerelateerde beroepszaak verzocht om beperkte kennisneming van bepaalde bijlagen. De gelakte onderdelen betreffen de wijze waarop inspectie, controle en toezicht worden uitgeoefend in andere zaken dan die van verzoeker [naam 1], alsmede persoonsgegevens, bedrijfsnamen en adresgegevens van derden. De grondslag voor de weigering is artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder d van de Wet open overheid, dat voorziet in een uitzonderingsgrond voor gegevens betreffende inspectie en toezicht. Op grond van artikel 8:29, derde lid, Awb is de rechter-commissaris mr. M.P. Glerum aangewezen om te beoordelen of de gevraagde beperking gerechtvaardigd is. Bij deze beoordeling weegt de rechter-commissaris twee belangen af: enerzijds het belang van een gelijke informatiepositie van partijen en het belang van het College om over volledige informatie te beschikken voor een juiste en zorgvuldige afdoening; anderzijds het belang van derden bij bescherming van hun gegevens en het belang van de minister om ook in de toekomst concurrentiegevoelige informatie aangeleverd te krijgen. De rechter-commissaris oordeelt dat de beperking van kennisneming van bijlagen 1, 4, 5, 6 en 7 gerechtvaardigd is. De gelakte informatie in bijlagen 1 en 7 heeft betrekking op toezichtsmethodieken in andere zaken. Bijlagen 4, 5 en 6 bevatten namen en adresgegevens van derden. Onbeperkte kennisneming van al deze informatie kan leiden tot onevenredig nadeel voor de verstrekkers, terwijl inzage door [naam 1] niet noodzakelijk is voor de behandeling van zijn beroep. Het is een procedurele tussenbeslissing die de gangbare toepassing van artikel 8:29 Awb bevestigt, zonder inhoudelijk de hoofdzaak te beslechten.