Verzoek proceskosten afgewezen wegens ontbrekende rechtsbijstand
ECLI:NL:CBB:2026:385, College van Beroep voor het bedrijfsleven, 25-08-2026, 26/252
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)Art. 8:54/8:75a Awb: In deze uitspraak wijst de voorzieningenrechter het verzoek van verzoeker om de staatssecretaris in de proceskosten te veroordelen af.
Kern van de zaak
Een particulier ([naam]) diende zelf een verzoek om een voorlopige voorziening in bij het College van Beroep voor het bedrijfsleven tegen een beslissing van de staatssecretaris. Na intrekking van het verzoek vroeg hij de staatssecretaris te veroordelen in de proceskosten en griffierecht.
Beslissing van de rechter
Het verzoek om proceskostenveroordeling is afgewezen. De doorslaggevende reden is dat verzoeker het verzoek zelf heeft ingediend zonder beroepsmatige rechtsbijstand van een derde, terwijl artikel 1 sub a Bpb uitsluitend kosten vergoedt voor door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
Impactscore
LaagDe uitspraak past bestaande, vaste rechtspraak toe over het Bpb zonder nieuwe rechtsontwikkelingen. De zaak is bovendien feitelijk van geringe omvang en betreft een enkelvoudige procedurele beslissing.
Belangrijkste punten
- 1Uitspraak zonder zitting op grond van artikel 8:84 lid 5 jo. 8:75a lid 1 Awb wegens voldoende beschikbare informatie
- 2Proceskostenveroordeling na intrekking is mogelijk op grond van artikel 8:75a Awb, mits het bestuursorgaan tegemoet is gekomen
- 3Artikel 1 sub a Bpb vereist dat kosten betrekking hebben op beroepsmatige rechtsbijstand door een derde
- 4Verzoeker diende het verzoek zelf in en heeft ook nadien geen professionele rechtsbijstand ingeschakeld
- 5De exacte uitkomst ten aanzien van het griffierecht is onvolledig weergegeven in de tekst (tekst lijkt afgekapt)
Impactanalyse
Juridische impact
De uitspraak bevestigt de vaste lijn dat zelfprocederende partijen zonder beroepsmatige rechtsbijstand geen aanspraak kunnen maken op een proceskostenveroordeling op grond van het Bpb. Dit is een toepassing van bestaand recht zonder nieuwe rechtsontwikkeling.
Praktische impact
Particulieren die zonder advocaat of gemachtigde procederen, kunnen bij intrekking van een bestuursrechtelijk verzoek geen proceskosten vergoed krijgen, ook niet als de wederpartij (het bestuursorgaan) aan hun bezwaren tegemoet is gekomen.
Onderwerp-impact
Voor zaken waarbij de overheid als verwerende partij optreedt, onderstreept dit dat proceskostenvergoeding enkel een prikkel biedt tot correcte besluitvorming wanneer professionele rechtsbijstand is ingeschakeld.
Samenvatting
In deze zaak verzocht een particulier ([naam]) de voorzieningenrechter van het College van Beroep voor het bedrijfsleven om de staatssecretaris te veroordelen in de proceskosten, nadat hij zijn verzoek om een voorlopige voorziening had ingetrokken. Het verzoek tot intrekking werd ingediend bij brief van 8 mei 2026, met daarbij een verzoek om proceskostenveroordeling en vergoeding van griffierecht. De voorzieningenrechter deed uitspraak zonder zitting, op grond van artikel 8:84 lid 5 jo. artikel 8:75a lid 1 Awb, omdat hij over voldoende informatie beschikte. Hij stelde voorop dat een proceskostenveroordeling na intrekking in beginsel mogelijk is op grond van artikel 8:75a Awb, indien het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener tegemoet is gekomen. De hoogte van eventuele vergoeding wordt dan bepaald aan de hand van het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb), dat werkt met een puntensysteem voor vaste bedragen. Het verzoek werd echter afgewezen omdat artikel 1 sub a Bpb uitsluitend voorziet in vergoeding van kosten voor door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand. Vast stond dat verzoeker het verzoekschrift zelf had ingediend en dat ook daarna geen professionele rechtsbijstandsverlener was ingeschakeld. Daarmee ontbrak de wettelijke grondslag voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak vormt een bevestiging van de vaste bestuursrechtelijke lijn: zelfprocederende partijen die geen advocaat of professionele gemachtigde hebben ingeschakeld, kunnen bij intrekking van hun beroep of verzoek geen proceskosten vergoed krijgen via het Bpb. Dit heeft voor de praktijk tot gevolg dat de financiële prikkel voor bestuursorganen om tijdig correcte besluiten te nemen, in zaken zonder professionele rechtsbijstand wegvalt. De beslissing over het griffierecht is op basis van de beschikbare tekst niet volledig reconstrueerbaar.