TLN wel, Fenex niet ontvankelijk bij ACM-klacht Schiphol tarieven
ECLI:NL:CBB:2026:354, College van Beroep voor het bedrijfsleven, 28-07-2026, 25/116 en 25/234
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)Tarieven en voorwaarden voor Schiphol voor de periode 2025-2027. Aanvragen bij de ACM om vast te stellen dat de tarieven en voorwaarden in strijd zijn met bij of krachtens de Wet luchtvaart gestelde regels. Aanvragen niet-ontvankelijk verklaard. Is sprake van representatieve organisaties van gebruikers? Eén aanvraag ten onrechte niet-ontvankelijk verklaard.
Kern van de zaak
Brancheorganisaties TLN (transport en logistiek) en Fenex (expediteurs) dienden bij de ACM een aanvraag in om te laten vaststellen of de tarieven en voorwaarden van luchthaven Schiphol in strijd zijn met de Wet luchtvaart. De ACM verklaarde beide aanvragen niet-ontvankelijk omdat TLN en Fenex volgens haar geen representatieve organisaties van gebruikers zouden zijn.
Beslissing van de rechter
Het College van Beroep voor het bedrijfsleven verklaart het beroep van TLN gegrond en dat van Fenex ongegrond. Het bestreden ACM-besluit wordt vernietigd voor zover de aanvraag van TLN niet-ontvankelijk was verklaard, omdat het College oordeelt dat TLN wél als representatieve organisatie van gebruikers kwalificeert; de ACM moet binnen drie weken een nieuw besluit nemen op de aanvraag van TLN.
Impactscore
MiddelDe uitspraak heeft sectorspecifieke betekenis voor de luchtvracht- en transportsector en introduceert een nuancering in de interpretatie van het begrip 'gebruiker' onder de Wet luchtvaart, maar heeft een beperkt toepassingsbereik buiten de luchtvaartregulering en betreft een ontvankelijkheidsvraag zonder inhoudelijk oordeel over de tarieven zelf.
Belangrijkste punten
- 1De ACM had op grond van artikel 8.25f Wet luchtvaart de aanvraag van TLN inhoudelijk moeten behandelen, omdat TLN als representatieve organisatie van gebruikers kwalificeert.
- 2Fenex kwalificeert niet als representatieve organisatie van gebruikers in de zin van de Wet luchtvaart; haar aanvraag is terecht niet-ontvankelijk verklaard.
- 3Het begrip 'gebruiker' in de Wet luchtvaart speelt een centrale rol; de ACM legde dit begrip ten aanzien van TLN onjuist uit.
- 4Wegvervoerders die luchtvrachtvervangend wegvervoer uitvoeren, kunnen mogelijk als 'gebruiker' worden aangemerkt, wat TLN de positie geeft als meest logische representatieve organisatie voor deze groep.
- 5De ACM wordt opgedragen binnen drie weken een nieuw besluit te nemen op de aanvraag van TLN en het griffierecht van € 385,- aan TLN te vergoeden.
Impactanalyse
Juridische impact
De uitspraak verduidelijkt de reikwijdte van het begrip 'gebruiker' en 'representatieve organisatie' in de Wet luchtvaart, en bepaalt dat ook brancheorganisaties van wegvervoerders onder omstandigheden een aanvraagrecht bij de ACM kunnen hebben bij luchthavengerelateerde tariefgeschillen. Dit kan de kring van ontvankelijke aanvragers bij de ACM in luchtvaartreguleringszaken uitbreiden.
Praktische impact
TLN krijgt alsnog de mogelijkheid om via de ACM de tarieven en voorwaarden van Schiphol te laten toetsen, wat relevant is voor transportbedrijven die luchtvrachtvervangend wegvervoer uitvoeren en indirect afhankelijk zijn van Schiphol-tariefstelling. Fenex en haar leden blijven verstoken van deze directe toegangsroute via de ACM.
Onderwerp-impact
Voor de transport- en logistieksector bevestigt deze uitspraak dat wegvervoerders via hun brancheorganisatie TLN invloed kunnen uitoefenen op de tariefstelling van Schiphol, hetgeen de concurrentiepositie van luchtvrachtvervangend wegvervoer raakt.
Samenvatting
TLN, de brancheorganisatie voor de Nederlandse transport- en logistieksector, en Fenex, de organisatie voor expediteurs en logistieke dienstverleners, dienden bij de ACM aanvragen in op grond van artikel 8.25f van de Wet luchtvaart. Zij verzochten de ACM vast te stellen of de tarieven en voorwaarden van luchthaven Schiphol in strijd zijn met de wettelijke regels. De ACM verklaarde beide aanvragen niet-ontvankelijk, omdat zij van oordeel was dat noch TLN noch Fenex als representatieve organisaties van 'gebruikers' in de zin van de Wet luchtvaart konden worden aangemerkt. Het College van Beroep voor het bedrijfsleven oordeelt anders voor wat betreft TLN. De centrale rechtsvraag betrof de uitleg van het begrip 'gebruiker' zoals gedefinieerd in artikel 8.1b van de Wet luchtvaart. Het College stelt vast dat de ACM dit begrip ten aanzien van TLN onjuist heeft uitgelegd. Wegvervoerders die luchtvrachtvervangend wegvervoer uitvoeren, kunnen onder de definitie van gebruiker vallen, en TLN is de meest aangewezen representatieve organisatie voor deze groep. Daarmee kwalificeert TLN als representatieve organisatie van gebruikers en had de ACM haar aanvraag inhoudelijk moeten behandelen. Voor Fenex luidt het oordeel anders: haar leden kwalificeren niet als gebruikers in de bedoelde zin, zodat de niet-ontvankelijkverklaring van haar aanvraag in stand blijft. Het beroep van Fenex wordt ongegrond verklaard. Het College vernietigt het ACM-besluit voor zover de aanvraag van TLN daarin niet-ontvankelijk was verklaard en draagt de ACM op binnen drie weken een nieuw besluit te nemen. Tevens dient de ACM het griffierecht van € 385,- aan TLN te vergoeden. De uitspraak heeft praktische betekenis voor de transportsector en verduidelijkt wie toegang heeft tot het ACM-toezichtmechanisme voor luchthavengerelateerde tarieven.