Beperkte kennisneming bedrijfsgegevens gerechtvaardigd in CBb-procedure
ECLI:NL:CBB:2026:325, College van Beroep voor het bedrijfsleven, 07-07-2026, 24/404
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)Beslissing 8:29 Awb. Beperkte kennisneming persoons- en bedrijfsgegevens gerechtvaardigd.
Kern van de zaak
Een veehouderij is in beroep bij het College van Beroep voor het bedrijfsleven tegen een beslissing van de staatssecretaris, vermoedelijk in verband met het aantreffen van coumatetralyl (rodenticide) in de lever van een kalf. De staatssecretaris verzocht om beperkte kennisneming van bedrijfsnamen, adressen en logboekgegevens van derden. De veehouderij betwistte de gerechtvaardigdheid van dit verzoek.
Beslissing van de rechter
De rechter-commissaris heeft geoordeeld dat de beperkte kennisneming van drie specifieke stukken (mailwisseling, logboekanalyse en bevindingen toepassingsinspectie) gerechtvaardigd is. De doorslaggevende reden is dat onbeperkte kennisneming tot onevenredig nadeel voor derden (andere bedrijven) zou leiden, terwijl de informatie niet noodzakelijk is voor de veehouderij om haar belangen behoorlijk te kunnen bepleiten.
Impactscore
LaagHet betreft een procedurele tussenbeslissing over beperkte kennisneming in een individuele zaak, zonder nieuwe rechtsnormen; de uitkomst past geheel binnen de gevestigde artikel 8:29 Awb-rechtspraktijk.
Belangrijkste punten
- 1Toepassing van artikel 8:29 lid 3 jo. artikel 8:12 Awb: rechter-commissaris beslist over gerechtvaardigdheid beperkte kennisneming
- 2Belangen afweging: processuele gelijkheid en volledigheid dossier versus onevenredig nadeel voor derden en toekomstige informatieaanlevering
- 3Beperking geldt voor drie stukken: mailwisseling met naam 2, logboekanalyse veehouders Racumin Foam en bevindingen toepassingsinspectie kalverhouderij
- 4Veehouderij betoogde dat het verzoek geen blijk geeft van gewichtige redenen; rechter-commissaris volgde dit standpunt niet
- 5Uitspraak is deelbeslissing (interlocutoir); de hoofdzaak over de rodenticidecontaminatie loopt nog
Impactanalyse
Juridische impact
De uitspraak bevestigt de toepassing van de artikel 8:29 Awb-procedure bij het CBb waarbij concurrentiegevoelige bedrijfsgegevens van derden worden afgeschermd, mits deze niet noodzakelijk zijn voor adequate rechtsbescherming van de appellerende partij.
Praktische impact
De veehouderij krijgt geen inzage in de namen en adressen van de betreffende kalverhouderij en klanten van de rodenticidetoepassers, wat haar mogelijkheden om de feitelijke achtergrond van de besmetting te controleren beperkt.
Onderwerp-impact
In de agrarische sector bevestigt dit dat toezichthouders bedrijfsgevoelige informatie van derden kunnen afschermen in handhavingsprocedures, zolang de kern van het verweer door appellanten zonder die informatie gevoerd kan worden.
Samenvatting
In deze procedure bij het College van Beroep voor het bedrijfsleven staat centraal of de staatssecretaris terecht heeft verzocht om beperkte kennisneming van bepaalde stukken op grond van artikel 8:29 Awb. De zaak heeft betrekking op een veehouderij waarbij coumatetralyl — een rodenticide dat als werkzame stof voorkomt in Racumin Foam — is aangetroffen in de lever van een kalf. De staatssecretaris wenste de identiteit van de betreffende kalverhouderij en de klanten van de rodenticidetoepassers (naam 2) af te schermen, omdat openbaarmaking van deze concurrentiegevoelige bedrijfsgegevens tot onevenredig nadeel voor die derden zou leiden. De rechter-commissaris, aangewezen op grond van artikel 8:12 Awb, heeft de belangen gewogen. Enerzijds geldt het fundamentele procesrechtelijke beginsel dat partijen over dezelfde voor het beroep relevante informatie dienen te beschikken en dat de rechter volledig geïnformeerd moet zijn. Anderzijds kunnen derdenbelangen — bescherming van bedrijfsidentiteit en het in stand houden van de bereidheid om informatie aan te leveren bij toezichthouders — beperking rechtvaardigen. De veehouderij had aangevoerd dat het verzoek geen blijk geeft van gewichtige redenen en dat inzage weliswaar niet strikt noodzakelijk maar wel wenselijk zou zijn. De rechter-commissaris heeft dit standpunt verworpen en geoordeeld dat de beperkte kennisneming van drie stukken — de mailwisseling met naam 2, de logboekanalyse van veehouders waar Racumin Foam was toegepast en de bevindingen van de toepassingsinspectie bij de kalverhouderij — gerechtvaardigd is. Doorslaggevend was dat de veehouderij haar belangen zonder die specifieke bedrijfsgegevens adequaat kan bepleiten, terwijl openbaarmaking onevenredig nadeel voor de betrokken derden zou veroorzaken. De hoofdzaak dient nog te worden behandeld.