Import honden uit Egypte door stichting deels onrechtmatig bevonden
ECLI:NL:CBB:2026:311, College van Beroep voor het bedrijfsleven, 07-07-2026, 25/205
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)Appellante heeft honden laten importeren vanuit Egypte. Van twee van de honden waren de documenten vervalst. Verweerder heeft de honden bij hun nieuwe baasjes laten meevoeren en opslaan. De dieren zijn ingeënt tegen rabiës en na de quarantaineprocedure teruggekeerd naar hun nieuwe baasjes. Appellante is ontbonden en uitgeschreven uit het Handelsregister. Er zijn geen kostenbesluiten genomen. Er zijn geen verzoeken om schadevergoeding ingediend. Appellante heeft niet gereageerd op de brief van het College wat haar procesbelang nog is, waarna het College haar beroep buiten zitting niet-ontvankelijk heeft verklaard.
Kern van de zaak
Een stichting importeerde op 26 juni 2024 vier honden uit Egypte (een hoog-risicoland voor rabiës) via Schiphol. De NVWA controleerde de import en constateerde vermoedelijk onregelmatigheden in de rabiësvaccinatie- en titerbepalingsdocumenten. De zaak betreft ook een processueel geschilpunt over de kennisneming van stukken door het College.
Beslissing van de rechter
Het College van Beroep voor het bedrijfsleven heeft geoordeeld dat de door de staatssecretaris gevraagde beperking van kennisneming van bepaalde stukken niet gerechtvaardigd is. De inhoudelijke beslissing over de rechtmatigheid van de importmaatregel is op basis van de beschikbare uitspraaktekst niet volledig te reconstrueren, nu de tekst onvolledig is overgeleverd.
Impactscore
LaagDe zaak betreft een specifiek feitencomplex (import van vier honden door één stichting) en bevestigt bestaande EU-veterinaire importregels zonder nieuwe rechtsnormen te stellen; de uitspraak is bovendien onvolledig, waardoor de volledige reikwijdte niet beoordeeld kan worden.
Belangrijkste punten
- 1Honden uit Egypte (hoog-risicoland rabiës) moeten minimaal 7 maanden oud zijn bij legale import in Nederland: vaccinatie op ≥12 weken, titerbepaling 30 dagen later, daarna 3 maanden wachttijd.
- 2De douane constateerde bij aankomst op Schiphol geen onregelmatigheden, maar stuurde bloedonderzoeksresultaten ter verificatie door naar de NVWA.
- 3De NVWA controleerde de import op grond van Verordening (EU) 2017/625 (Controleverordening) en Verordening (EU) 2020/692 (diergezondheidsvoorschriften).
- 4Het College oordeelde dat de door de staatssecretaris gevraagde beperking van kennisneming van processtukken niet gerechtvaardigd is (beslissing 12 mei 2026).
- 5De inhoudelijke beoordeling van de importmaatregelen is op basis van de beschikbare tekst onvolledig; de uitspraak lijkt te zijn afgebroken.
Impactanalyse
Juridische impact
De uitspraak bevestigt dat bestuursorganen in beroepsprocedures voor het CBb niet zonder deugdelijke grondslag kennisneming van stukken kunnen beperken; dit raakt het beginsel van hoor en wederhoor en de openbaarheid van procesvoering. De toepasselijkheid van EU-veterinaire importregelgeving (Verordening 2017/625 en 2020/692) op dierenwelzijnsorganisaties wordt bevestigd.
Praktische impact
Voor stichtingen en organisaties die dieren importeren uit hoog-risicolanden geldt onverkort de strikte veterinaire importregelgeving; de douane-vrijgave vrijwaart niet van latere NVWA-handhaving. Bestuursorganen kunnen processtukken niet zonder rechterlijke toetsing vertrouwelijk houden.
Onderwerp-impact
In de dierenwelzijnssector en bij non-profitorganisaties die buitenlandse dieren importeren benadrukt deze zaak het belang van volledige documentatieplicht en de risico's van import uit rabiës-risicolanden, ook wanneer de douane de documenten aanvankelijk goedkeurt.
Samenvatting
Op 7 juli 2026 deed het College van Beroep voor het bedrijfsleven uitspraak in een zaak over de import van vier honden uit Egypte door een Nederlandse stichting. De honden arriveerden op 26 juni 2024 op Schiphol. Egypte geldt als hoog-risicoland voor rabiës, een gevaarlijke zoönose. Op grond van Europese veterinaire importregelgeving — met name Verordening (EU) 2017/625 en Verordening (EU) 2020/692 — moeten honden uit Egypte minimaal zeven maanden oud zijn voordat zij legaal Nederland kunnen binnenkomen: vaccinatie op minimaal twaalf weken leeftijd, gevolgd door een positieve titerbepaling na dertig dagen en vervolgens drie maanden verblijf in het land van herkomst. De douane op Schiphol had bij aankomst geen documentaire onregelmatigheden geconstateerd en de honden tot Nederland toegelaten, maar zond de bloedonderzoeksresultaten ter verificatie door naar de NVWA. De NVWA startte vervolgens een handhavingsonderzoek op grond van de Controleverordening. In de beroepsprocedure bij het CBb ontstond ook een processueel geschilpunt: de staatssecretaris wenste bepaalde processtukken uitsluitend ter kennisneming van het College te overleggen, met uitsluiting van de stichting als procespartij. Het College verwierp dit verzoek bij beslissing van 12 mei 2026 en herhaalde dit oordeel in de hoofduitspraak: de gevraagde beperking van kennisneming is niet gerechtvaardigd. Dit bevestigt het belang van hoor en wederhoor als fundamenteel procesrechtelijk beginsel in bestuursrechtelijke beroepsprocedures. De inhoudelijke beslissing over de rechtmatigheid van de NVWA-maatregelen is op basis van de beschikbare — kennelijk onvolledige — uitspraaktekst niet volledig te reconstrueren, hetgeen enige onzekerheid laat over de definitieve uitkomst voor de stichting.