JurispRadar
ECLI:NL:CBB:2026:276Middel38/100

Lbv-subsidie geweigerd ondanks AERIUS-onzekerheidsmarge landbouwbedrijf

ECLI:NL:CBB:2026:276, College van Beroep voor het bedrijfsleven, 16-06-2026, 25/377

College van Beroep voor het bedrijfslevenUitspraak: 16 juni 2026Publicatie: 15 juni 2026
Procedure:Eerste aanleg - meervoudig
Zaaknummer:25/377
Bestuursrecht
Europees bestuursrecht
Omgevingsrecht
Overheid
Handhaving
Vergunningen
Milieu
Veehouderij
Stikstof
Natura 2000
Lbv Subsidie
Aerius Calculator

Inhoudsindicatie

(officieel, Rechtspraak.nl)

Afwijzing subsidie voor melkveehouderij omdat de stikstofvracht die de locatie veroorzaakt op een overbelast Natura 2000-gebied niet boven de drempelwaarden uit de Lbv uitkomt. De minister mocht de afwijzing baseren op de uitkomst van de AERIUS Check. Het gebruik van de AERIUS Check als rekeninstrument in de Lbv is niet ontoelaatbaar en kan de (terughoudende) exceptieve toetsing aan algemene rechtsbeginselen doorstaan. Geen strijd met het vertrouwensbeginsel.

Kern van de zaak

Een landbouwbedrijf heeft beroep ingesteld tegen de weigering van de minister om Lbv-subsidie (Landelijke beëindigingsregeling veehouderijlocaties) toe te kennen. Het bedrijf stelt dat bij de berekening van de stikstofvracht via de AERIUS Calculator rekening gehouden had moeten worden met een onzekerheidsmarge van tot 30%, en dat een medewerker van RVO via e-mail gerechtvaardigd vertrouwen had gewekt op toekenning.

Beslissing van de rechter

Het College van Beroep voor het bedrijfsleven oordeelt – voor zover uit de beschikbare tekst blijkt – dat de minister binnen zijn beslisruimte heeft gehandeld door AERIUS als rekenmethode te hanteren zonder correctie voor de onzekerheidsmarge, gelet op de beleidsdoelstelling van maximale stikstofwinst. De keuze voor drempelwaarden en het berekeningsinstrument valt binnen de aan de minister toekomende beleids- en beoordelingsvrijheid op grond van de Kaderwet EKZ- en LNV-subsidies.

38van 100

Impactscore

Middel

De uitspraak bevestigt bestaande lijn over beslisruimte bij technische subsidiebesluiten en heeft directe relevantie voor Lbv-aanvragers, maar stelt geen nieuwe rechtsregels en betreft een specifieke subsidiaire context zonder fundamentele rechtsvraag.

Belangrijkste punten

  • 1Het AERIUS-model kent een onzekerheidsmarge van tot 30% volgens RIVM-publicaties, maar dit maakt het model niet onbruikbaar; de regelgever heeft bewust voor dit instrument gekozen.
  • 2De minister heeft bij de vaststelling van drempelwaarden voor stikstofvracht beslisruimte die voortvloeit uit feitelijke, technische en politiek-bestuurlijke complexiteit.
  • 3Het landbouwbedrijf beroept zich op gewekt vertrouwen via een e-mailbericht van RVO d.d. 30 september 2024; het College beoordeelt of dit rechtens relevant vertrouwen oplevert.
  • 4De Lbv heeft als doel structurele en blijvende reductie van stikstofdepositie op stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden; veehouderijen met beperkte depositie worden bewust uitgesloten.
  • 5De uitspraak sluit aan bij eerdere CBb-jurisprudentie over de beoordelingsruimte bij subsidiebesluiten met technisch-bestuurlijke complexiteit (ECLI:NL:CBB:2024:190).

Impactanalyse

Juridische impact

De uitspraak bevestigt dat de minister bij de inrichting van de AERIUS-gebaseerde Lbv-toets ruime beslisruimte toekomt en niet gehouden is een onzekerheidsmarge in te bouwen, wat de rechterlijke terughoudendheid bij technisch-bestuurlijke subsidiebesluiten onderstreept. Vertrouwensbeginsel-verweren gebaseerd op informele e-mailcorrespondentie van uitvoeringsorganen blijven kritisch getoetst.

Praktische impact

Landbouwbedrijven die net buiten de Lbv-drempelwaarden vallen kunnen zich niet succesvol beroepen op modelonzekerheid om alsnog voor subsidie in aanmerking te komen. Informele toezeggingen van RVO-medewerkers per e-mail scheppen in beginsel geen afdwingbaar recht op subsidietoekenning.

Onderwerp-impact

Voor de agrarische sector bevestigt deze uitspraak dat de AERIUS Calculator als harde meetlat geldt bij Lbv-aanvragen en dat modelonzekerheden geen grond zijn voor individuele correcties, wat de rechtszekerheid vergroot maar tegelijk onzekerheid laat bestaan voor bedrijven die marginaal buiten de norm vallen.

Samenvatting

Een landbouwbedrijf dat geen Lbv-subsidie (Landelijke beëindigingsregeling veehouderijlocaties) ontving, heeft beroep ingesteld bij het College van Beroep voor het bedrijfsleven. De kern van het geschil betreft twee vragen: ten eerste of de minister bij de berekening van de stikstofvracht via de AERIUS Calculator rekening had moeten houden met een onzekerheidsmarge van tot 30%, zoals gedocumenteerd door het RIVM, en ten tweede of een e-mailbericht van RVO van 30 september 2024 gerechtvaardigd vertrouwen heeft gewekt op subsidietoekenning. Het landbouwbedrijf erkent dat het AERIUS-model bruikbaar is, maar betoogt dat de marge niet zonder gevolgen mag blijven voor de drempeltoetsing. Zonder correctie valt het bedrijf net buiten de Lbv-norm en mist het de subsidie. Het College stelt vast dat de keuze voor AERIUS, de hoogte van de drempelwaarden en de berekeningssystematiek binnen de discretionaire ruimte van de minister vallen die voortvloeit uit de Kaderwet EKZ- en LNV-subsidies. Deze beslisruimte is ruimer wanneer de besluitvorming feitelijk en technisch complex is of politiek-bestuurlijke afwegingen vergt, conform de vaste CBb-lijn (ECLI:NL:CBB:2024:190). De doelstelling van de Lbv — maximale en structurele reductie van stikstofdepositie op overbelaste Natura 2000-gebieden — rechtvaardigt dat veehouderijen met een relatief beperkte depositie worden uitgesloten, ook als modelonzekerheden hen net buiten de grens plaatsen. Het College volgt de minister in zijn standpunt dat het RIVM de drempelwaarden zo heeft vastgesteld dat circa 10.000 locaties kunnen voldoen, hetgeen een bewuste beleidskeuze is. Het vertrouwensberoep op de RVO-e-mail wordt eveneens kritisch bezien. De uitspraak is inhoudelijk beperkt beschikbaar, maar de zichtbare overwegingen wijzen op ongegrondverklaring van het beroep. Voor de agrarische praktijk betekent dit dat AERIUS-uitkomsten als harde norm gelden en modelonzekerheid geen individuele correctie rechtvaardigt.

Bron: Rechtspraak.nl Open Data· Geanalyseerd op 24 juli 2026 met claude-sonnet-4-6
Originele uitspraak
38van 100
MiddelLees toelichting ↓

Meer Bestuursrecht

ECLI:NL:RVS:2026:4266Laag
Bestuursrecht
Omgevingsrecht

ECLI:NL:RVS:2026:4266, Raad van State, 22-07-2026, 202305427/1/R2

Raad van State22 jul 2026OverheidVergunningen
28/100Bekijk
ECLI:NL:RVS:2026:4297Laag
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:RVS:2026:4297, Raad van State, 22-07-2026, 202504678/1/A3

Raad van State22 jul 2026ArbeidsrelatiesOverheid
18/100Bekijk
ECLI:NL:RVS:2026:4272Laag
Bestuursrecht
Omgevingsrecht

ECLI:NL:RVS:2026:4272, Raad van State, 22-07-2026, 202500298/1/R2

Raad van State22 jul 2026HandhavingVastgoed
28/100Bekijk
ECLI:NL:RVS:2026:4264Middel
Bestuursrecht
Aansprakelijkheidsrecht

ECLI:NL:RVS:2026:4264, Raad van State, 22-07-2026, 202506029/1/A2

Raad van State22 jul 2026SchadevergoedingOverheid
35/100Bekijk
Alle uitspraken in dit rechtsgebied