JurispRadar
ECLI:NL:CBB:2026:245Middel38/100

CBb vernietigt boete minister wegens onvoldoende bewijs temperatuurovertreding dierenvervoer

ECLI:NL:CBB:2026:245, College van Beroep voor het bedrijfsleven, 02-06-2026, 23/1923

College van Beroep voor het bedrijfslevenUitspraak: 2 juni 2026Publicatie: 1 juni 2026
Zaaknummer:23/1923
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht
Europees bestuursrecht
Handhaving
Vergunningen
Transport
Transportverordening
Dierentransport
Temperatuurnorm
Sensordata
Boete Nvwa

Inhoudsindicatie

(officieel, Rechtspraak.nl)

Bestuurlijke boete. Het College is van oordeel dat op basis van het rapport van bevindingen niet zonder meer kan worden geconcludeerd dat [naam 1] hoofdstuk VI, onder 3.1, van bijlage I bij de Transportverordening heeft overtreden, nu niet met zekerheid is komen vast te staan dat er in het compartiment, waarin sensor AN1 een te hoge temperatuur heeft gemeten, biggen zijn vervoerd. De minister mocht zijn conclusie dat sprake is van een overtreding daarom niet baseren op de metingen van sensor AN1. De minister heeft met de metingen van sensoren AN2 en AN3 niet aangetoond dat hier sprake is van een overtreding waarvoor de minister, gelet op zijn vaste praktijk, een bestuurlijke boete pleegt op te leggen. Op de zitting heeft een toezichthouder van de NVWA toegelicht dat de NVWA als vaste praktijk hanteert dat sprake is van een overtreding waarvoor een bestuurlijke boete wordt opgelegd als een sensor langer dan één uur in totaal een temperatuur van boven de 35 °C heeft gemeten. Bij sensoren AN2 en AN3 was daarvan geen sprake.

Kern van de zaak

Een vervoerder van biggen is door de minister beboet wegens overschrijding van de maximumtemperatuur tijdens dierentransport. De boete was gebaseerd op metingen van sensoren in het wegvervoermiddel. De vervoerder betwistte dat de gemeten temperatuur gold voor het gehele compartiment waar de biggen waren vervoerd.

Beslissing van de rechter

Het College van Beroep voor het bedrijfsleven oordeelt dat de minister het bewijs voor de temperatuurovertreding onvoldoende heeft onderbouwd. De doorslaggevende reden is dat niet met zekerheid is vastgesteld dat de te hoge temperaturen gemeten door sensor AN1 ook golden voor de compartimenten waar daadwerkelijk dieren werden vervoerd, en dat in de beslissing op bezwaar de grondslag van het besluit ten onrechte is uitgebreid met nieuwe sensorgegevens.

38van 100

Impactscore

Middel

De uitspraak heeft relevantie voor handhavingspraktijk bij dierentransport, maar betreft een sector-specifieke casuïstiek zonder fundamentele nieuwe rechtsvragen; de impact blijft beperkt tot de kring van betrokken vervoerders en de NVWA.

Belangrijkste punten

  • 1De minister stelde dat de door sensor AN1 gemeten hoge temperatuur gold voor de gehele verdieping van het voertuig, maar het CBb volgt dit standpunt niet zonder nader bewijs.
  • 2De rechtbank in eerste aanleg oordeelde al dat moet vaststaan dat dieren zich daadwerkelijk in het compartiment met de te hoge temperatuur bevonden.
  • 3In de beslissing op bezwaar breidde de minister de grondslag uit met metingen van sensoren AN2 en AN3 boven 35°C, terwijl eerder alleen metingen boven 30°C waren aangevoerd.
  • 4Het CBb acht deze uitbreiding van de grondslag in bezwaar ontoelaatbaar.
  • 5De Transportverordening vereist gelijkmatige luchtverdeling, maar dit rechtvaardigt niet automatisch de aanname dat dezelfde temperatuur geldt in elk compartiment van de verdieping.

Impactanalyse

Juridische impact

De uitspraak verduidelijkt dat bij bestuursrechtelijke handhaving van de Transportverordening (EU) 1/2005 de minister concreet bewijs moet leveren dat dieren daadwerkelijk aan de gemeten overtreding zijn blootgesteld, en de grondslag van een boetebesluit niet in bezwaar substantieel mag worden uitgebreid.

Praktische impact

Vervoerders van levende dieren kunnen succesvol opkomen tegen boetes als de overheid niet concreet kan aantonen dat dieren zich bevonden in het gedeelte van het voertuig waar de normoverschrijding werd gemeten.

Onderwerp-impact

Voor de transportsector schept deze uitspraak duidelijkheid over de bewijslast bij temperatuurcontroles: sensorgegevens alleen zijn onvoldoende als onduidelijk blijft welk compartiment daadwerkelijk door dieren werd bezet.

Samenvatting

In deze zaak stond centraal de vraag of de minister terecht een boete had opgelegd aan een vervoerder van biggen wegens overtreding van de temperatuurnormen uit de Europese Transportverordening (EU) 1/2005. De handhaving was gebaseerd op sensormetingen in het wegvervoermiddel: sensor AN1 had op de eerste verdieping temperaturen boven de 35°C gemeten. De minister betoogde dat deze meting representatief was voor de gehele verdieping, mede omdat de verordening ventilatiesystemen verplicht die een gelijkmatige luchtverdeling over het voertuig waarborgen. Omdat op het moment van administratieve controle de dieren al waren gelost, achtte de minister het onmogelijk om te bewijzen in welk specifiek compartiment de dieren hadden gezeten, en meende hij te mogen volstaan met sensordata. De rechtbank in eerste aanleg had echter geoordeeld dat met zekerheid moest vaststaan dat de dieren ook daadwerkelijk in het betrokken compartiment waren vervoerd. Het College van Beroep voor het bedrijfsleven bevestigt dit oordeel en voegt daaraan toe dat de minister in de beslissing op bezwaar de grondslag van het boetebesluit ontoelaatbaar heeft uitgebreid door alsnog specifiek te verwijzen naar metingen van sensoren AN2 en AN3 boven de 35°C, terwijl eerder uitsluitend metingen boven de 30°C waren aangevoerd. Deze wijziging van de feitelijke grondslag in bezwaar acht het CBb in strijd met de regels van behoorlijk bestuur. De uitspraak onderstreept dat bij punitieve bestuursrechtelijke handhaving de bewijslast op de minister rust en dat sensordata zonder aanvullend bewijs over de aanwezigheid van dieren in het betrokken compartiment onvoldoende grondslag vormen voor een boete. Dit heeft directe gevolgen voor de handhavingspraktijk van de NVWA bij dierentransport.

Bron: Rechtspraak.nl Open Data· Geanalyseerd op 24 juli 2026 met claude-sonnet-4-6
Originele uitspraak
38van 100
MiddelLees toelichting ↓

Meer Bestuursrecht

ECLI:NL:RVS:2026:4266Laag
Bestuursrecht
Omgevingsrecht

ECLI:NL:RVS:2026:4266, Raad van State, 22-07-2026, 202305427/1/R2

Raad van State22 jul 2026OverheidVergunningen
28/100Bekijk
ECLI:NL:RVS:2026:4297Laag
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:RVS:2026:4297, Raad van State, 22-07-2026, 202504678/1/A3

Raad van State22 jul 2026ArbeidsrelatiesOverheid
18/100Bekijk
ECLI:NL:RVS:2026:4272Laag
Bestuursrecht
Omgevingsrecht

ECLI:NL:RVS:2026:4272, Raad van State, 22-07-2026, 202500298/1/R2

Raad van State22 jul 2026HandhavingVastgoed
28/100Bekijk
ECLI:NL:RVS:2026:4264Middel
Bestuursrecht
Aansprakelijkheidsrecht

ECLI:NL:RVS:2026:4264, Raad van State, 22-07-2026, 202506029/1/A2

Raad van State22 jul 2026SchadevergoedingOverheid
35/100Bekijk
Alle uitspraken in dit rechtsgebied