CBb: staatssecretaris moet MaaS-concurrentie met NS borgen
ECLI:NL:CBB:2026:228, College van Beroep voor het bedrijfsleven, 01-06-2026, 24/358
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)Tussenuitspraak op het verzoek van de MaaS-aanbieders om een voorlopige voorziening te treffen ten aanzien van het herstelbesluit van 10 oktober 2025 dat is genomen ter uitvoering van de tussenuitspraak van 30 juni 2025 over Mobility as a Service en de spelregels die de staatssecretaris heeft opgenomen in de aan NS gegunde HRN-concessie 2025-2033 (ECLI:NL:CBB:2025:351).
Kern van de zaak
MaaS-aanbieders (mobility-as-a-service) stapten naar de rechter omdat NS (NSR) met haar machtspositie op het hoofdrailnet (HRN) de concurrentie op de MaaS-markt zou belemmeren. De staatssecretaris had een HRN-concessie verleend zonder voldoende waarborgen voor een gelijk speelveld. Het College had eerder in een tussenuitspraak geconstateerd dat herstelmaatregelen noodzakelijk waren.
Beslissing van de rechter
Het College van Beroep voor het bedrijfsleven beoordeelt het herstelbesluit waarmee de staatssecretaris artikel 44 van de HRN-concessie heeft gewijzigd en nieuwe bepalingen en bijlagen heeft toegevoegd. De doorslaggevende reden is de eerder in de tussenuitspraak vastgestelde opdracht: het wholesale-aanbod van NSR moet transparant, non-discriminatoir en concurrerend zijn, en MaaS-dienstverleners moeten onder die voorwaarden het retailaanbod van NSR kunnen 'matchen'. De uitspraak is gebaseerd op een beoordeling van het herstelbesluit; de definitieve beslissing over de toereikendheid ervan is uit de beschikbare tekst niet volledig af te leiden.
Impactscore
HoogDe zaak betreft een principiële mededingingsrechtelijke kwestie rondom een nationale vervoersconcessie en raakt de structuur van de Nederlandse mobiliteitsmarkt; het College legt concrete verplichtingen op aan de staatssecretaris en NSR, met potentieel verstrekkende gevolgen voor de MaaS-sector.
Belangrijkste punten
- 1NS heeft een machtspositie op de markt voor openbaar personenvervoer per trein (HRN) die de MaaS-markt kan belemmeren.
- 2De staatssecretaris is verplicht aanvullende maatregelen in de HRN-concessie op te nemen om een gelijk speelveld te creëren.
- 3Het wholesale-aanbod van NSR moet transparant, non-discriminatoir en concurrerend zijn, zodat MaaS-aanbieders het retailaanbod van NSR kunnen matchen.
- 4De rekenmethode voor het referentieaanbod moet de daadwerkelijk vermeden kosten kunnen vaststellen en is nu vastgelegd in Bijlage 13.
- 5Ongunstige wijzigingen in MaaS-waardige bestekseisen mogen niet automatisch doorwerken in de concessiebepalingen ten nadele van MaaS-dienstverleners.
Impactanalyse
Juridische impact
De uitspraak verduidelijkt dat een concessieverlener bij het verlenen van een vervoersconcessie aan een dominante partij concrete en controleerbare waarborgen moet inbouwen ter bescherming van downstream-concurrentie, inclusief een transparante rekenmethode voor wholesaletarieven. Dit raakt de grenzen van concessieverlening en mededingingsrechtelijke verplichtingen in de mobiliteitssector.
Praktische impact
MaaS-aanbieders krijgen via de nieuwe artikel 44 en Bijlage 13 van de HRN-concessie meer rechtszekere toegang tot het wholesaleaanbod van NS, waarmee zij concurrerende mobiliteitsproducten kunnen aanbieden; NS kan haar tarieven niet langer zonder transparante onderbouwing vaststellen.
Onderwerp-impact
Voor de MaaS- en openbaar-vervoersector betekent deze uitspraak dat de spelregels voor toegang tot treintickets door derde partijen juridisch zijn verankerd, wat de ontwikkeling van geïntegreerde mobiliteitsdiensten (zoals apps die bus, trein en fiets combineren) kan bevorderen.
Samenvatting
In deze procedure beoordeelt het College van Beroep voor het bedrijfsleven (CBb) het herstelbesluit dat de staatssecretaris heeft genomen naar aanleiding van de tussenuitspraak van 30 juni 2025. In die tussenuitspraak oordeelde het College dat NS (NSR) haar machtspositie op de markt voor openbaar personenvervoer per trein op het hoofdrailnet (HRN) gebruikt op een wijze die de concurrentie op de MaaS-markt (mobility-as-a-service) reëel kan belemmeren. MaaS-aanbieders – partijen die geïntegreerde mobiliteitsdiensten aanbieden via apps en platforms – hadden bezwaar gemaakt omdat zij voor hun diensten afhankelijk zijn van toegang tot treintickets van NS, maar geen toegang kregen op eerlijke en transparante voorwaarden. Het College gaf de staatssecretaris opdracht de gebreken in de HRN-concessie te herstellen. De kern van die opdracht was dat het wholesale-aanbod van NSR transparant, non-discriminatoir en concurrerend moet zijn, en dat MaaS-dienstverleners onder de wholesale-voorwaarden het retailaanbod van NSR volledig moeten kunnen 'matchen' – niet alleen qua prijs, maar ook qua aanvullende faciliteiten. Bovendien moest de staatssecretaris een rekenmethode vastleggen waarmee de daadwerkelijk vermeden kosten van NSR bij distributie door derden kunnen worden vastgesteld, en moest worden voorkomen dat ongunstige wijzigingen in de zogeheten MaaS-waardige bestekseisen automatisch doorwerken in de concessie. Met het herstelbesluit heeft de staatssecretaris artikel 44 van de HRN-concessie vervangen, een nieuw artikel 44a ingevoegd en twee bijlagen toegevoegd, waaronder Bijlage 13 met de rekenmethode. Het CBb beoordeelt of dit herstelbesluit voldoet aan de eerder gegeven opdracht. Hoewel de volledige beslissingstekst niet beschikbaar is, illustreert de uitspraak dat de rechter actief stuurt op een gelijk speelveld in de mobiliteitssector en concrete eisen stelt aan concessieverlening waarbij een dominante speler betrokken is.