Hoger beroep handhaving omgevingsrecht deels niet-ontvankelijk
ECLI:NL:RVS:2026:644, Raad van State, 04-02-2026, 202306360/1/R3
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)Bij besluit van 8 december 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Tubbergen het verzoek van [appellant] om de bij besluit van 20 mei 2021 opgelegde lasten onder dwangsom vanwege verschillende overtredingen op het perceel [locatie] in Reutum (kadastraal bekend als gemeente Tubbergen, sectie Q, nummer 2010 en 2011; hierna percelen Q2010 en 2011) (gedeeltelijk) in te trekken, afgewezen. Naar aanleiding van een handhavingsverzoek hebben op 1 en 3 december 2020 controles op het perceel plaatsgevonden. Daarbij hebben toezichthouders van de gemeente verschillende overtredingen geconstateerd. [appellant] heeft aangevoerd dat hij belang heeft bij een inhoudelijke beoordeling van zijn hoger beroep, omdat hij schade heeft geleden. Hij wijst daarbij op de kosten die hij heeft gemaakt om de overtredingen op zijn perceel te legaliseren.
Kern van de zaak
Appellant heeft een perceel in Losser waarop diverse overtredingen zijn geconstateerd, waaronder illegale kampeermiddelen, een illegaal sanitairgebouw, een yurt en bewoning van een kantoorgebouw. Het college heeft in 2021 handhavend opgetreden met dwangsommen. Appellant ging in hoger beroep bij de Raad van State.
Beslissing van de rechter
Het hoger beroep is gedeeltelijk niet-ontvankelijk verklaard voor zover gericht tegen twee zaken van de rechtbank Overijssel, en de uitspraak van de rechtbank in de derde zaak is bevestigd. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelt dat het college terecht handhavend heeft opgetreden wegens meerdere overtredingen van de Wabo.
Impactscore
LaagDe uitspraak betreft een casuïstische bevestiging van een gemeentelijk handhavingsbesluit en stelt geen nieuwe rechtsregels. De toepassing van het overgangsrecht Omgevingswet is inmiddels vaste jurisprudentie.
Belangrijkste punten
- 1Op het perceel werden meerdere overtredingen van de Wabo geconstateerd: illegale bouwwerken, strijdig gebruik en overtreding van artikel 2.3a Wabo.
- 2Het handhavingsbesluit van 20 mei 2021 is onherroepelijk geworden omdat appellant geen bezwaar heeft gemaakt.
- 3Overgangsrecht Omgevingswet: het oude recht (vóór 1 januari 2024) blijft van toepassing op dit hoger beroep.
- 4Het hoger beroep in twee van de drie zaken werd niet-ontvankelijk verklaard.
- 5De rechtbankuitspraak in zaak 22/1042 wordt integraal bevestigd door de Afdeling.
Impactanalyse
Juridische impact
De uitspraak bevestigt de toepassing van het overgangsrecht bij de inwerkingtreding van de Omgevingswet en herhaalt dat een onherroepelijk handhavingsbesluit als vaststaand kader geldt in latere procedures. De niet-ontvankelijkverklaring benadrukt de formele vereisten voor toegang tot hoger beroep.
Praktische impact
Appellant dient te voldoen aan de opgelegde lasten en staat voor een onherroepelijke handhavingssituatie; bezwaar tegen het oorspronkelijke besluit is niet meer mogelijk. De dwangsommen kunnen worden ingevorderd bij niet-naleving.
Onderwerp-impact
In omgevingsrechtelijke handhavingszaken met meerdere overtredingen blijft het belang van tijdig bezwaar maken tegen het primaire besluit groot, nu onherroepelijkheid de reikwijdte van latere rechtsmiddelen sterk beperkt.
Samenvatting
In deze zaak stond een handhavingsbesluit van het college van de gemeente Losser centraal, dat was opgelegd naar aanleiding van controles op een perceel in december 2020. Toezichthouders constateerden meerdere overtredingen van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo), waaronder het plaatsen van kampeermiddelen buiten de daarvoor aangewezen gronden, het oprichten van een sanitairgebouw zonder omgevingsvergunning, het in stand laten van een yurt, het bewonen van een kantoorgebouw en het plaatsen van diverse bouwwerken zonder vergunning. Het college legde in mei 2021 acht afzonderlijke lasten onder dwangsom op. Appellant maakte geen bezwaar, waardoor het besluit onherroepelijk werd. De juridische vraag in hoger beroep betrof onder meer de rechtmatigheid van de handhaving en de ontvankelijkheid van de hogerberoepsgronden. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State stelt voorop dat door de inwerkingtreding van de Omgevingswet op 1 januari 2024 het overgangsrecht van toepassing is, zodat het oude recht de beoordeling beheerst. De Afdeling verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk voor zover gericht tegen de uitspraken in twee van de drie zaken bij de rechtbank Overijssel. In de derde zaak bevestigt de Afdeling de uitspraak van de rechtbank volledig. De onherroepelijkheid van het handhavingsbesluit speelt een centrale rol: nu appellant destijds geen bezwaar maakte, staat de rechtmatigheid van de opgelegde lasten vast en kan deze niet meer worden aangevochten. De uitspraak is een casuïstische bevestiging van staand bestuursrechtelijk en omgevingsrechtelijk handhavingsbeleid, zonder dat nieuwe rechtsregels worden geformuleerd.