JurispRadar
ECLI:NL:RVS:2026:643Laag28/100

Omgevingsvergunning legalisering overstek en luifel verleend

ECLI:NL:RVS:2026:643, Raad van State, 04-02-2026, 202205612/1/R1

Raad van StateUitspraak: 4 februari 2026Publicatie: 4 februari 2026
Procedure:Hoger beroep
Zaaknummer:202205612/1/R1
Bestuursrecht
Omgevingsrecht
Handhaving
Vergunningen
Ruimtelijke Ordening
Omgevingsvergunning
Overgangsrecht Omgevingswet
Wabo
Handhaving
Legalisering

Inhoudsindicatie

(officieel, Rechtspraak.nl)

Bij besluit van 28 mei 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Zaanstad aan [belanghebbende] een omgevingsvergunning verleend voor de legalisatie van een overstek en doorlopende luifel op het adres [locatie A] in Zaandam. Naar aanleiding van een verzoek om handhaving van [appellanten], dat aan de orde is in de uitspraak van heden in zaak nr. 202306246/1 (ECLI:NL:RVS:2026:526), zijn overtredingen op het perceel geconstateerd die meer omvatten dan waar het handhavingsverzoek op ziet, waaronder de in deze uitspraak aan de orde zijnde overstek aan de voorzijde van de woning [locatie A] en de doorlopende luifel tussen [locatie A] en [locatie B]. [belanghebbende] heeft op 22 april 2021 een aanvraag gedaan om de overstek en de doorlopende luifel te legaliseren. Het college heeft zich op het standpunt gesteld dat er geen weigeringsgronden zijn en heeft een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Wabo verleend voor de overstek en de doorlopende luifel.

Kern van de zaak

Appellanten verzochten om handhaving tegen een overstek en doorlopende luifel op een naburig perceel. De belanghebbende vroeg daarop een omgevingsvergunning aan ter legalisering. Het college verleende de vergunning omdat er geen weigeringsgronden waren.

Beslissing van de rechter

De Raad van State behandelt het hoger beroep van appellanten tegen de verleende omgevingsvergunning voor de overstek en luifel; appellanten betogen tevergeefs dat de aanvraag te laat was ingediend en dat het handhavingsvoornemen de vergunningverlening blokkeerde. De doorslaggevende redenering is dat de besluitvorming over de omgevingsvergunning los staat van het eerdere handhavingsvoornemen.

28van 100

Impactscore

Laag

De uitspraak past bestaande jurisprudentie toe over de verhouding tussen handhaving en legalisering en bevat geen nieuwe rechtsontwikkeling; de toepassing van het overgangsrecht Omgevingswet is inmiddels standaard praktijk.

Belangrijkste punten

  • 1Overgangsrecht: aanvraag ingediend vóór 1 januari 2024, dus Wabo (oud recht) blijft van toepassing op grond van artikel 4.3 Invoeringswet Omgevingswet
  • 2Aanvraag om omgevingsvergunning ingediend op 22 april 2021 ter legalisering van overstek en doorlopende luifel
  • 3College heeft geen weigeringsgronden aangenomen en vergunning verleend op grond van artikel 2.1 lid 1 aanhef en onder a Wabo
  • 4Appellanten betogen dat aanvraag te laat is ingediend gelet op de in het handhavingsvoornemen van 1 maart 2021 gestelde termijn
  • 5Beoordeling vergunningaanvraag staat inhoudelijk los van het handhavingsvoornemen

Impactanalyse

Juridische impact

De uitspraak bevestigt het onderscheid tussen handhavingsprocedures en vergunningverleningsprocedures: een handhavingsvoornemen blokkeert niet automatisch de mogelijkheid tot legalisering via een omgevingsvergunning. Het overgangsrecht van de Invoeringswet Omgevingswet wordt toegepast conform artikel 4.3.

Praktische impact

Voor overtreders van omgevingsrechtelijke normen blijft de mogelijkheid bestaan om lopende handhavingsprocedures te doorbreken door tijdig een aanvraag tot legalisering in te dienen. Omwonenden die handhaving verzoeken kunnen dus geconfronteerd worden met een alsnog verleende vergunning.

Onderwerp-impact

In de ruimtelijke ordeningspraktijk benadrukt deze uitspraak dat gemeenten vergunningaanvragen inhoudelijk moeten beoordelen, ook als tegelijkertijd een handhavingstraject loopt, zolang er geen weigeringsgronden zijn.

Samenvatting

Deze zaak betreft een hoger beroep bij de Raad van State over een verleende omgevingsvergunning voor een overstek en een doorlopende luifel op het perceel van een belanghebbende in een woonbuurt. De achtergrond van de zaak ligt in een handhavingsverzoek dat appellanten (omwonenden) hadden ingediend, naar aanleiding waarvan het college overtredingen constateerde op het perceel. De belanghebbende diende op 22 april 2021 een aanvraag in om deze bouwwerken alsnog te legaliseren via een omgevingsvergunning. Het college vond geen weigeringsgronden en verleende de vergunning op grond van artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Wabo. Omdat de aanvraag vóór 1 januari 2024 was ingediend, is op grond van het overgangsrecht in artikel 4.3 van de Invoeringswet Omgevingswet het oude recht (de Wabo) van toepassing gebleven, en niet de nieuwe Omgevingswet. Appellanten betoogden in hoger beroep dat de aanvraag te laat was ingediend, gelet op de termijn die in het handhavingsvoornemen van 1 maart 2021 was opgenomen. Daarnaast voerden zij aan dat het handhavingsvoornemen de ruimte om een omgevingsvergunning te verlenen zou hebben weggenomen. De Raad van State volgt dit betoog niet. De besluitvorming over de vergunningaanvraag dient inhoudelijk te worden beoordeeld en staat los van het handhavingsvoornemen; een voornemen tot handhaving blokkeert niet de bevoegdheid van het college om een vergunning te verlenen als aan de materiële vereisten is voldaan. De uitspraak illustreert een bekend spanningsveld in het omgevingsrecht: handhavingsverzoeken van derden kunnen worden doorkruist door een tijdig ingediende legaliseringsaanvraag, mits het bevoegd gezag geen weigeringsgronden heeft. De praktische betekenis voor appellanten is beperkt gunstig: de luifel en overstek blijven legaal vergund.

Bron: Rechtspraak.nl Open Data· Geanalyseerd op 18 juli 2026 met claude-sonnet-4-6
Originele uitspraak

Meer Bestuursrecht

ECLI:NL:HR:2026:1289Richtinggevend
Bestuursrecht
Belastingrecht

ECLI:NL:HR:2026:1289, Hoge Raad, 17-07-2026, 24/02999

Hoge Raad17 jul 2026OverheidHandhaving
72/100Bekijk
ECLI:NL:HR:2026:1296Richtinggevend
Bestuursrecht
Belastingrecht

ECLI:NL:HR:2026:1296, Hoge Raad, 17-07-2026, 23/03413

Hoge Raad17 jul 2026OverheidFinanciele Dienstverlening
72/100Bekijk
ECLI:NL:HR:2026:1288Hoog
Bestuursrecht
Belastingrecht

ECLI:NL:HR:2026:1288, Hoge Raad, 17-07-2026, 24/01208

Hoge Raad17 jul 2026OverheidFinanciele Dienstverlening
68/100Bekijk
ECLI:NL:CBB:2026:324Laag
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:CBB:2026:324, College van Beroep voor het bedrijfsleven, 14-07-2026, 23/1898

College van Beroep voor het bedrijfsleven14 jul 2026OverheidHandhaving
22/100Bekijk
Alle uitspraken in dit rechtsgebied