ECLI:NL:RVS:2026:5488, Raad van State, 16-09-2026, 202501561/1/A3
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)Bij besluit van 26 augustus 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de aanvraag van [wederpartij] om een verklaring omtrent gedrag politiegegevens (hierna: VOG P) afgewezen. [wederpartij] heeft op 9 juni 2024 een aanvraag ingediend voor een VOG P in verband met zijn werk als begeleider speciale zorgdoelgroepen in de functie inrichtingswerker bij de Dienst Justitiële inrichtingen (DJI). De staatssecretaris heeft deze afgewezen omdat aan [wederpartij] bij strafbeschikking van 14 augustus 2024 een taakstraf van 40 uren is opgelegd wegens gebruik van een vals geschrift. De rechtbank heeft geoordeeld dat, alle omstandigheden afwegende, de belangenafweging in het voordeel van [wederpartij] had moeten uitvallen. Hiertoe heeft de rechtbank van belang geacht dat uit de hoogte van de opgelegde straf kan worden afgeleid dat het strafbare feit niet als dermate ernstig is gezien dat een hoge straf aangewezen was. Voorts heeft de rechtbank van belang geacht dat weliswaar de strafbeschikking van 14 augustus 2024 dateert, maar dat de pleegdatum 2 juli 2021 is, omdat dat uit de strafbeschikking volgt. [wederpartij] is daarna niet in aanraking met politie of justitie geweest. Verder hebben de direct leidinggevenden van [wederpartij] een zeer positieve referentie gegeven, zien zij hem graag terug als inrichtingswerker en mocht hij tijdens de bezwaarfase blijven werken terwijl hij van aanvang af open kaart heeft gespeeld over de strafprocedure waarin hij was verwikkeld. De rechtbank heeft vervolgens bepaald dat de staatssecretaris binnen 4 weken een VOG P aan [wederpartij] moet verlenen.
AI-analyse is nog niet beschikbaar voor deze uitspraak.