JurispRadar
ECLI:NL:RVS:2026:5328

ECLI:NL:RVS:2026:5328, Raad van State, 09-09-2026, 202400613/1/R1 en 202400686/1/R1

Raad van StateUitspraak: 9 september 2026Publicatie: 9 september 2026
Procedure:Eerste aanleg - enkelvoudig
Zaaknummer:202400613/1/R1 en 202400686/1/R1

Inhoudsindicatie

(officieel, Rechtspraak.nl)

Bij besluit van 18 juli 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Maastricht de verzoeken van [appellant B] om over te gaan tot invordering van volgens haar verbeurde dwangsommen en om op grond van de Wet bodembescherming (Wbb) handhavend op te treden tegen werkzaamheden op het perceel [locatie 1] in Maastricht afgewezen. [partij] heeft een nieuwe woning gebouwd op het perceel [locatie 1] in Maastricht. In verband hiermee zijn werkzaamheden op en in de bodem uitgevoerd. [partij] moest zijn perceel saneren omdat de bodem ter plaatse verontreinigd is met zink. Hij heeft hiervoor een saneringsplan ingediend. Het saneringsplan gaat ervan uit dat de verontreinigde grond zoveel mogelijk wordt herschikt op het perceel en zo nodig wordt afgevoerd. Bij besluit van 25 maart 2020 heeft het college met dit saneringsplan ingestemd.

AI-analyse is nog niet beschikbaar voor deze uitspraak.

Bron: Rechtspraak.nl Open Data
Originele uitspraak

Recente uitspraken

ECLI:NL:RBDHA:2026:26414Laag

ECLI:NL:RBDHA:2026:26414, Rechtbank Den Haag, 11-09-2026, NL26.24075

Rechtbank Den Haag11 sep 2026
5/100Bekijk
ECLI:NL:HR:2026:1431

ECLI:NL:HR:2026:1431, Hoge Raad, 11-09-2026, 23/02715

Hoge Raad11 sep 2026
~75geschat
Bekijk
ECLI:NL:HR:2026:1470

ECLI:NL:HR:2026:1470, Hoge Raad, 11-09-2026, 26/02117

Hoge Raad11 sep 2026
~60geschat
Bekijk
ECLI:NL:RBDHA:2026:26455Laag

ECLI:NL:RBDHA:2026:26455, Rechtbank Den Haag, 11-09-2026, NL26.22233

Rechtbank Den Haag11 sep 2026
5/100Bekijk