ECLI:NL:RVS:2026:5276, Raad van State, 03-09-2026, 202602111/1/R1 en 202602111/2/R1
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)Het beroep richt zich tegen het besluit van 26 mei 2026, waarbij het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam twee parkeerplaatsen ter hoogte van [locatie] in Weesp heeft aangewezen als locatie voor twee bovengrondse restafvalcontainers. [verzoekster] heeft de voorzieningenrechter tevens verzocht een voorlopige voorziening te treffen. Dat het woongenot van [verzoekster] enigszins kan worden aangetast door de containers, terwijl de containers zijn bedoeld voor bewoners van een appartementencomplex aan de Amstellandlaan, maakt het besluit niet onevenredig. Volgens vaste rechtspraak van de Afdeling hoeven geur- en geluidshinder door een restafvalcontainer onder normale omstandigheden niet aan een aanwijzing van een locatie in de weg te staan. Niet is gebleken van bijzondere of locatie specifieke omstandigheden op grond waarvan het college de locatie om die reden niet mocht aanwijzen. Dat in de praktijk overtredingen plaatsvinden, is een kwestie van handhaving. Het college heeft in het besluit, anders dan [verzoekster] betoogt, de geschiktheid van de aangewezen locatie beoordeeld zonder de beperkte duur daarbij te betrekken. Gelet hierop, maakt het ontbreken van een einddatum van de aanwezigheid van de containers het besluit niet rechtsonzeker.
AI-analyse is nog niet beschikbaar voor deze uitspraak.