ECLI:NL:RVS:2026:526, Raad van State, 04-02-2026, 202306246/1/R1
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)Bij besluit van 11 mei 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Zaanstad het verzoek van [appellanten] van 20 augustus 2020 om handhavend op te treden tegen de dakopbouw op de [locatie A] in Zaandam afgewezen. [appellanten] zijn eigenaar van de woning aan het adres [locatie B] te Zaandam. In 2018 heeft de eigenaar van de woning aan de [locatie A] te Zaandam (de woning), aan de zijde waar de woning aan het perceel van [appellanten] grenst, een dakopbouw geplaatst. [appellanten] hebben het college verzocht om tot handhaving over te gaan. [appellanten] betogen dat de rechtbank heeft miskend dat het college hun brief van 20 augustus 2020 ten onrechte heeft aangemerkt als een verzoek om handhaving. Met deze brief is het college verzocht uitvoering te geven aan de last onder dwangsom van 13 november 2018. [appellanten] betogen verder dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat het college opnieuw op het bezwaar diende te beslissen.
AI-analyse is nog niet beschikbaar voor deze uitspraak.