ECLI:NL:RBDHA:2026:19578, Rechtbank Den Haag, 16-07-2026, NL25.56546
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)Beroep tegen niet tijdig beslissen op de asielaanvraag. Deze rechtbank en zittingsplaats nam tot op heden als uitgangspunt voor het bepalen van een beslistermijn in asielzaken het zogenaamde 8+8-model, waarin de minister een termijn van acht weken werd gegund om te horen en acht weken om te beslissen (zie ABRvS 8 juli 2020, ECLI:NL:RVS:2020:1560). Op 12 juni 2026 is het Asiel- en migratiepact in werking getreden. Daarmee is de voornemenprocedure vervallen. Dat heeft geen gevolgen voor de termijn van acht weken voor het horen en de rechtbank zal die termijn dus blijven hanteren. Het maakt wel dat de minister, nadat er is gehoord over de asielmotieven, sneller kan beslissen. De rechtbank stelt de termijn voor het nemen van een besluit daarom vast op vier weken. De rechtbank zal voortaan dus een 8+4-model als uitgangspunt nemen voor het bepalen van de beslistermijn.
AI-analyse is nog niet beschikbaar voor deze uitspraak.