ECLI:NL:RVS:2026:4570, Raad van State, 05-08-2026, 202601207/1/A2
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)Bij beslissing van 30 juni 2026 heeft de examinator het door [appellant] gemaakte tentamen Analyseren in het bestuursprocesrecht (WFREC.BPR.01) met het cijfer 6,6 beoordeeld. Bij beslissing van 28 januari 2026 heeft het college van beroep voor de examens van de Hogeschool Windesheim het door [appellant] daartegen ingestelde administratief beroep ongegrond verklaard. [appellant] volgt de bacheloropleiding HBO rechten aan de Christelijke Hogeschool Windesheim. Op 3 juni 2025 heeft hij het tentamen Analyseren in het bestuursprocesrecht (WFREC.BPR.01) afgelegd. [appellant] had bij wijze van voorziening vanwege zijn dyslexie recht op 30 minuten extra tijd bij het afleggen van tentamens. Hierdoor had hij 210 minuten in plaats van 180 minuten de tijd om het tentamen af te leggen. Bovendien heeft hij vanwege zijn dyslexie ook een papieren versie van het tentamen gekregen, dat digitaal wordt afgenomen. Op het moment dat de surveillant tijdens het tentamen aangaf dat [appellant] volgens de wandklok om 20:30 uur moest stoppen, ontstond verwarring. [appellant] meende dat hij tot 20:40 uur de tijd had, aangezien het digitale toetssysteem (ANS) deze eindtijd aangaf. Na enige discussie heeft [appellant] alsnog de instructie van de surveillant opgevolgd. Het tentamen is definitief beoordeeld met het cijfer 6,6.
AI-analyse is nog niet beschikbaar voor deze uitspraak.