RvS vernietigt vergunning uitbreiding mestverwerking Limburg
ECLI:NL:RVS:2026:3731, Raad van State, 01-07-2026, 202307126/1/R1
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)Bij besluit van 1 juni 2021 heeft het college van gedeputeerde staten van Limburg van gedeputeerde staten aan [appellante sub 3] een omgevingsvergunning tweede fase verleend voor de uitbreiding van een varkenshouderij met mestverwerking op het perceel [locatie] in America. [appellante sub 3] beschikt over een revisievergunning van 18 december 2012 voor de exploitatie van een varkenshouderij en een mestbe- en verwerkingsinstallatie aan de [locatie] in America. De varkenshouderij is nog niet gerealiseerd; de mestbe- en verwerkingsinstallatie wel. Op 9 oktober 2014 heeft verweerder aan [appellante sub 3] een veranderingsvergunning verleend voor de verwerking van 80.000 m³ mest per jaar, waarvan ongeveer 22.000 m³ van het eigen bedrijf en ongeveer 58.000 m³ mest van derden afkomstig is. [appellante sub 3] betoogt dat de rechtbank een onjuiste uitleg heeft gegeven aan artikel 1.43 van de planregels. Volgens haar heeft de rechtbank ten onrechte overwogen dat, op basis van een grammaticale interpretatie, artikel 1.43 van het bestemmingsplan zo moet worden gelezen dat mest en/of andere agrarisch gerelateerde reststromen van andere bedrijven uit de regio enkel mogen worden be- en verwerkt, indien mest en/of andere agrarisch gerelateerde reststromen van het eigen bedrijf worden bewerkt.
Kern van de zaak
Een varkenshouderij en mestbe- en verwerkingsinstallatie in America (Limburg) vroeg een omgevingsvergunning tweede fase aan voor uitbreiding van 80.000 m³ naar 450.000 m³ mestverwerking per jaar. Gedeputeerde Staten verleenden de vergunning in 2021, maar gemeente, omwonenden en andere appellanten tekenden beroep aan bij de rechtbank, die hen in het ongelijk stelde. Zij gingen vervolgens in hoger beroep bij de Raad van State.
Beslissing van de rechter
De Raad van State verklaart de hoger beroepen van het college van burgemeester en wethouders, appellanten sub 2 en appellant sub 4 gegrond en vernietigt zowel de uitspraak van de rechtbank Limburg als het besluit van Gedeputeerde Staten van Limburg van 1 juni 2021. Het hoger beroep van de vergunninghouder zelf wordt ongegrond verklaard. De doorslaggevende reden kan op basis van de beschikbare tekst niet volledig worden vastgesteld, maar de vernietiging van de vergunning impliceert dat aan wezenlijke vergunningstechnische of milieurechtelijke vereisten niet was voldaan.
Impactscore
MiddelDe uitspraak heeft regionale betekenis voor de mestverwerking in Limburg en illustreert de werking van het overgangsrecht Omgevingswet, maar stelt geen fundamenteel nieuwe rechtsregels. De vernietiging is procedureel en feitelijk van aard.
Belangrijkste punten
- 1Het overgangsrecht van de Invoeringswet Omgevingswet is van toepassing: omdat de aanvraag dateert van 23 augustus 2019, blijft de Wabo (oud recht) van toepassing tot het besluit onherroepelijk is.
- 2De omgevingsvergunning eerste fase van 14 mei 2020 (voor de verandering van de inrichting) is inmiddels onherroepelijk na ongegrondverklaring door de rechtbank.
- 3De Raad van State vernietigt het besluit van Gedeputeerde Staten van Limburg van 1 juni 2021, waarmee de verleende vergunning tweede fase geen stand houdt.
- 4Het hoger beroep van de vergunninghouder (appellante sub 3) wordt ongegrond verklaard, wat inhoudt dat zij geen aanvullende rechten verkrijgt.
- 5De uitspraak betreft een grootschalige uitbreiding van een mestbe- en verwerkingsinstallatie (van 80.000 m³ naar 450.000 m³ per jaar), met potentieel aanzienlijke milieu-impact in de regio.
Impactanalyse
Juridische impact
De uitspraak bevestigt de strikte toepassing van het overgangsrecht bij de Omgevingswet en toont dat vergunningverlening door Gedeputeerde Staten voor grootschalige milieu-inrichtingen onder de Wabo aan hoge eisen moet voldoen. De vernietiging dwingt het bevoegd gezag tot heroverweging of een nieuw besluit.
Praktische impact
De vergunde uitbreiding van de mestverwerking in America gaat voorlopig niet door; de vergunninghouder moet een nieuwe procedure doorlopen. Voor omwonenden en de gemeente betekent dit een tijdelijke bescherming tegen de beoogde grootschalige uitbreiding.
Onderwerp-impact
In de agrarische en milieusector onderstreept deze uitspraak dat vergunningen voor grootschalige mestverwerking kritisch worden getoetst en dat gemeenten en omwonenden als appellanten succesvol kunnen opkomen tegen provinciale vergunningverlening.
Samenvatting
Deze zaak betreft een omgevingsvergunning tweede fase voor de uitbreiding van een mestbe- en verwerkingsinstallatie in America (gemeente Horst aan de Maas, Limburg). De vergunninghouder beschikt al sedert 2012 over een revisievergunning voor een varkenshouderij en mestverwerking, en in 2014 werd een veranderingsvergunning verleend voor verwerking van 80.000 m³ mest per jaar. In 2019 werd een nieuwe aanvraag ingediend voor een verdere uitbreiding naar 450.000 m³ per jaar. Gedeputeerde Staten van Limburg verleenden hiervoor op 1 juni 2021 een omgevingsvergunning. De rechtbank Limburg verklaarde de daartegen ingestelde beroepen in 2023 ongegrond, waarop het college van burgemeester en wethouders, omwonenden en een andere appellant in hoger beroep gingen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Een eerste rechtsvraag betrof het toepasselijk recht: nu de aanvraag dateert van 23 augustus 2019 — vóór de inwerkingtreding van de Omgevingswet op 1 januari 2024 — blijft de Wabo op grond van artikel 4.3 Invoeringswet Omgevingswet van toepassing tot het besluit onherroepelijk wordt. De Raad van State oordeelt dat de hoger beroepen van de gemeente, omwonenden en de vierde appellant gegrond zijn en vernietigt zowel de uitspraak van de rechtbank als het besluit van Gedeputeerde Staten. Het hoger beroep van de vergunninghouder zelf wordt ongegrond verklaard. Hoewel de volledige motivering van de Raad van State in de beschikbare tekst niet volledig is weergegeven, impliceert de vernietiging dat de vergunningverlening op wezenlijke punten gebrekkig was, vermoedelijk in relatie tot milieunormen of procedurele vereisten. De uitspraak dwingt het bevoegd gezag tot een nieuwe beslissing en blokkeert vooralsnog de beoogde grootschalige uitbreiding van de mestverwerking.