Minister vergoedt proceskosten na intrekking asielbesluit België
ECLI:NL:RVS:2026:2511, Raad van State, 04-05-2026, 202501167/1/V3
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)Bij besluit van 20 januari 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.
Kern van de zaak
Een vreemdeling (niet-kwetsbare alleenstaande man) had hoger beroep ingesteld tegen een besluit van de minister van Asiel en Migratie. De minister trok dat besluit van 20 januari 2025 in nadat de Afdeling in een eerdere uitspraak had geoordeeld dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel voor België niet langer geldt voor deze groep.
Beslissing van de rechter
Het hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van procesbelang, nu de minister het bestreden besluit had ingetrokken. Omdat de minister de appellant hiermee is tegemoetgekomen, wordt de minister veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van € 2.802,00.
Impactscore
LaagDe uitspraak zelf is procedureel van aard en bevestigt bestaande jurisprudentie over procesbelang en proceskosten; de inhoudelijke koerswijziging over het interstatelijk vertrouwensbeginsel voor België vloeit voort uit de eerdere uitspraak van 23 juli 2025 en is in deze zaak niet opnieuw vastgesteld.
Belangrijkste punten
- 1Intrekking van het bestreden besluit door de minister doet het procesbelang vervallen, waardoor het hoger beroep niet-ontvankelijk is.
- 2De Afdeling kan ook bij niet-ontvankelijkheid de proceskosten toewijzen als de minister de appellant tegemoet is gekomen of het belang anderszins door zijn toedoen is vervallen (art. 8:75 Awb).
- 3De intrekking vond plaats naar aanleiding van de uitspraak RvS 23 juli 2025 (ECLI:NL:RVS:2025:3305): voor niet-kwetsbare alleenstaande mannen mag niet meer van het interstatelijk vertrouwensbeginsel voor België worden uitgegaan.
- 4De proceskostenveroordeling bedraagt € 2.802,00, geheel toe te rekenen aan beroepsmatige rechtsbijstand.
- 5De zaak bevestigt vaste Afdelingsjurisprudentie over procesbelang en proceskostenvergoeding bij beleidswijziging (vgl. RvS 5 augustus 2020, ECLI:NL:RVS:2020:1855).
Impactanalyse
Juridische impact
De uitspraak bevestigt de lijn dat intrekking van een besluit wegens gewijzigde jurisprudentie kwalificeert als 'tegemoetkomen' in de zin van art. 8:75 Awb, waardoor proceskostenvergoeding is aangewezen ook al wordt het hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard.
Praktische impact
Voor de appellant betekent dit dat hij de proceskosten vergoed krijgt ondanks het wegvallen van zijn belang bij de inhoudelijke beoordeling; de minister zal een nieuw besluit moeten nemen op de asielaanvraag zonder gebruik te maken van het interstatelijk vertrouwensbeginsel ten aanzien van België.
Onderwerp-impact
In asielzaken waarbij overdracht naar België wordt overwogen, kan de minister voor niet-kwetsbare alleenstaande mannen niet langer volstaan met een beroep op het interstatelijk vertrouwensbeginsel, wat leidt tot herziening van lopende en toekomstige overdrachtsbesluiten.
Samenvatting
In deze procedure had een vreemdeling, een niet-kwetsbare alleenstaande man, hoger beroep ingesteld tegen een besluit van de minister van Asiel en Migratie van 20 januari 2025. Dat besluit was vermoedelijk gegrond op het interstatelijk vertrouwensbeginsel ten aanzien van België, op grond waarvan een overdracht of afwijzing van de asielaanvraag werd gerechtvaardigd. Hangende het hoger beroep trok de minister het besluit in bij brief van 17 februari 2026. Aanleiding daarvoor was de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 23 juli 2025 (ECLI:NL:RVS:2025:3305), waarin de Afdeling had geoordeeld dat voor niet-kwetsbare alleenstaande mannen niet meer van het interstatelijk vertrouwensbeginsel voor België mag worden uitgegaan. De minister kondigde aan een nieuw besluit te nemen op de asielaanvraag. Door de intrekking van het bestreden besluit had appellant geen belang meer bij een inhoudelijke beoordeling van zijn hoger beroep. De Afdeling verklaarde het hoger beroep dan ook niet-ontvankelijk, in lijn met vaste jurisprudentie. De centrale rechtsvraag die vervolgens resteerde, was of de minister desondanks tot vergoeding van de proceskosten moest worden veroordeeld op grond van artikel 8:75 Awb. De Afdeling beantwoordde die vraag bevestigend: nu de minister het besluit had ingetrokken vanwege gewijzigde rechtspraak die in het voordeel van appellant werkte, is sprake van 'tegemoetkomen' in de zin van de wet. De proceskosten voor beroep en hoger beroep, uitsluitend bestaande uit vergoeding voor beroepsmatige rechtsbijstand, werden vastgesteld op € 2.802,00 en geheel ten laste van de minister gebracht. De uitspraak bevestigt de vaste lijn van de Afdeling en heeft als zelfstandige uitspraak beperkte zelfstandige precedentwaarde, maar illustreert de praktische gevolgen van de beleidswijziging rondom België als veilig land voor specifieke groepen asielzoekers.