Raad van State behandelt beroep tegen vliegplafond Schiphol
ECLI:NL:RVS:2026:1400, Raad van State, 11-03-2026, 202502813/1/R1
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)Bij koninklijk besluit van 6 mei 2025 heeft de Kroon, op voordracht van de minister van Infrastructuur en Waterstaat, besloten tot wijziging van artikel 4.2.3a van het Luchthavenverkeerbesluit Schiphol in verband met de invoering van een maximumaantal vliegtuigbewegingen voor het etmaal en wijziging van het maximumaantal vliegtuigbewegingen voor de nacht. Luchthaven Schiphol wordt gereguleerd door in het bijzonder titel 8.2 van de Wet luchtvaart. Uit deze titel volgt dat in het Luchthavenindelingbesluit Schiphol (LIB) het luchthavengebied en het beperkingengebied worden vastgesteld en in het luchthavenverkeerbesluit Schiphol (LVB) luchtverkeerwegen worden beschreven en regels omtrent het luchthavenluchtverkeer worden opgenomen voor zover die regels nodig zijn met het oog op de veiligheid, de geluidbelasting, de lokale luchtverontreiniging en de geurbelasting. Het besluit van 6 mei 2025 is in werking getreden met ingang van 1 november 2025. Dat betekent dat RSG in de capaciteitsdeclaratie van slots voor het winterseizoen 2025/2026 op grond van het Besluit Slotallocatie rekening dient te houden met het maximumaantal vliegtuigbewegingen per gebruiksjaar dat in het besluit van 6 mei 2025 is vastgelegd. Appellanten kunnen zich om uiteenlopende redenen niet met het besluit verenigen.
Kern van de zaak
Luchtvaartmaatschappijen en brancheorganisaties waaronder easyJet hebben beroep ingesteld tegen het ministerieel besluit van 6 mei 2025 dat het aantal vliegtuigbewegingen op Schiphol beperkt tot maximaal 478.000 per gebruiksjaar (waarvan maximaal 27.000 nachtelijke bewegingen). De minister nam dit besluit ambtshalve op grond van de Wet luchtvaart om geluidbelasting voor omwonenden te beperken. Appellanten stellen dat de beperking voor hen onaanvaardbaar is ten opzichte van de tot 1 november 2025 geldende situatie.
Beslissing van de rechter
De uitspraak is onvolledig aangeleverd; op basis van de beschikbare tekst kan geen definitieve beslissing worden vastgesteld. De Raad van State behandelt het beroep tegen de wijziging van het LVB (Luchthavenverkeerbesluit Schiphol) waarbij een vliegplafond van 478.000 bewegingen per jaar is ingevoerd; de inhoudelijke beoordeling en het dictum ontbreken in de aangeleverde tekst.
Impactscore
HoogDe zaak betreft een fundamentele capaciteitsbeperking van de grootste luchthaven van Nederland met directe gevolgen voor meerdere grote luchtvaartpartijen, de slotallocatie en het nationale luchtvaartbeleid; de uitkomst heeft brede maatschappelijke en economische gevolgen.
Belangrijkste punten
- 1Minister heeft op grond van artikelen 8.15 en 8.17 lid 5 sub b Wlv ambtshalve het LVB gewijzigd en een maximumaantal vliegtuigbewegingen ingesteld (478.000/jaar, 27.000 nacht).
- 2Het besluit van 6 mei 2025 is in werking getreden op 1 november 2025 en heeft directe gevolgen voor de slotallocatie in het winterseizoen 2025/2026.
- 3Appellanten zijn luchtvaartmaatschappijen, brancheorganisaties en easyJet die de beperking onaanvaardbaar achten ten opzichte van de vorige situatie.
- 4Het LVB-kader dient geluidbelasting, lokale luchtverontreiniging en geurbelasting te reguleren ter bescherming van omwonenden van Schiphol.
- 5De uitspraaktekst is incompleet; de juridische beoordeling van de beroepsgronden en het oordeel van de Raad van State ontbreken.
Impactanalyse
Juridische impact
Onzeker vanwege onvolledige uitspraaktekst; de zaak betreft de reikwijdte van de ministeriële bevoegdheid ex artikel 8.17 Wlv om via het LVB een absoluut vliegplafond in te stellen, wat een principiële kwestie raakt over de grenzen van regulering van luchthavenluchtverkeer.
Praktische impact
Afhankelijk van de uitkomst kan het vliegplafond van 478.000 bewegingen al dan niet in stand blijven, met directe gevolgen voor slotallocatie, bedrijfsvoering van luchtvaartmaatschappijen en de capaciteitsplanning van Schiphol.
Onderwerp-impact
Een bevestiging van het vliegplafond zou een structurele reductie van Schiphol-capaciteit betekenen ten opzichte van historische niveaus, met vergaande gevolgen voor de luchtvaartsector en de concurrentiepositie van Nederland als luchtvaarthub.
Samenvatting
Deze zaak bij de Raad van State betreft het beroep van diverse luchtvaartmaatschappijen en brancheorganisaties — waaronder easyJet — tegen een ministerieel besluit van 6 mei 2025 waarbij het Luchthavenverkeerbesluit Schiphol (LVB) ambtshalve is gewijzigd. De minister heeft op grond van de artikelen 8.15 en 8.17 lid 5 sub b van de Wet luchtvaart besloten tot invoering van een maximumaantal vliegtuigbewegingen: 478.000 per gebruiksjaar voor handelsverkeer in totaal, en maximaal 27.000 bewegingen in de nachtelijke periode van 23:00 tot 07:00 uur. Het besluit is ingegaan per 1 november 2025, het begin van het winterseizoen 2025/2026, en heeft onmiddellijk doorgewerkt in de capaciteitsdeclaratie van slots door RSG op grond van het Besluit Slotallocatie. De minister heeft dit vliegplafond ingesteld met het uitdrukkelijke doel een grens te stellen aan de geluidbelasting van het luchthavengebruik ter bescherming van omwonenden van Schiphol. Appellanten verzetten zich tegen de beperking omdat die volgens hen onaanvaardbaar is ten opzichte van de tot 1 november 2025 geldende situatie; hun specifieke beroepsgronden — zoals eventuele strijd met EU-slotverordening, eigendomsrechten, of motiveringsgebreken — zijn op basis van de beschikbare tekst niet volledig kenbaar. Belangrijk voorbehoud: de aangeleverde uitspraaktekst is onvolledig. De overwegingen breken af bij de introductie van de standpunten van appellanten, waardoor het oordeel van de Raad van State, de inhoudelijke beoordeling van de beroepsgronden en het dictum ontbreken. Een definitieve analyse van de beslissing en de dragende rechtsoverwegingen is daarom niet mogelijk. Gezien de aard en omvang van de zaak — capaciteitsregulering van de nationale mainport — is de maatschappelijke en juridische impact potentieel zeer aanzienlijk.