JurispRadar
ECLI:NL:RVS:2025:6390Laag28/100

Burgemeester faalt in motivering weigering ontheffing sluitingstijden snackbar

ECLI:NL:RVS:2025:6390, Raad van State, 24-12-2025, 202302796/1/A3

Raad van StateUitspraak: 24 december 2025Publicatie: 24 december 2025
Procedure:Hoger beroep
Zaaknummer:202302796/1/A3
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht
Handhaving
Vergunningen
Retail
Motiveringsplicht
Ontheffing
Horeca
Openbare Orde
Sluitingstijden

Inhoudsindicatie

(officieel, Rechtspraak.nl)

Bij besluit van 28 maart 2022 heeft de burgemeester van IJsselstein de aanvraag van [wederpartij] om ontheffing te verlenen van de voor haar geldende sluitingstijden afgewezen. [wederpartij] is een snackbar die döner, kebab en turkse pizza’s verkoopt. De burgemeester heeft de aanvraag van [wederpartij] om ontheffing te verlenen van de sluitingstijden op elke vrijdag en zaterdag van 01:00 uur tot 06:00 uur en op zondag van 01:00 uur tot 02:00 uur afgewezen in het belang van de openbare orde en de openbare veiligheid. De burgemeester betoogt dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat hij onvoldoende heeft gemotiveerd waarom hij de ontheffing heeft geweigerd in het belang van de openbare orde en veiligheid.

Kern van de zaak

Een snackbar in IJsselstein vroeg ontheffing van sluitingstijden op vrijdag, zaterdag en zondag. De burgemeester weigerde dit op basis van politieadvies over meer dan 300 incidentregistraties. De snackbar vocht dit besluit aan wegens onvoldoende motivering.

Beslissing van de rechter

De Raad van State bevestigt de uitspraak van de rechtbank: de burgemeester heeft de weigering van de ontheffing onvoldoende gemotiveerd. Doorslaggevend is dat het politieadvies de 300+ incidentregistraties niet deugdelijk onderbouwt — het is onduidelijk op welke periode en exploitanten deze zien — en dat de belangenafweging evenmin draagkrachtig is gemotiveerd.

28van 100

Impactscore

Laag

De uitspraak past binnen gevestigde bestuursrechtelijke motiveringsplichten en heeft weinig precedentwerking buiten de specifieke feitelijke context van deze zaak; het betreft een enkelvoudige kamer-uitspraak over een individuele ontheffing.

Belangrijkste punten

  • 1Burgemeester legde ontheffingsverzoek naast zich neer op grond van openbare orde en veiligheid
  • 2Politieadvies vermeldde meer dan 300 incidentregistraties, maar zonder duidelijke periode, exploitant of directe koppeling aan de snackbar
  • 3Rechtbank oordeelde dat slechts een gering aantal meldingen daadwerkelijk aan de snackbar en openbare ordeverstoring kon worden gekoppeld
  • 4Burgemeester motiveerde ook de belangenafweging onvoldoende draagkrachtig
  • 5Raad van State bevestigt oordeel rechtbank en veroordeelt burgemeester in proceskosten van € 1.814,00

Impactanalyse

Juridische impact

Deze uitspraak onderstreept dat bestuursorganen bij weigering van ontheffingen op grond van openbare orde de feitelijke onderbouwing van politieadviezen kritisch moeten toetsen en niet klakkeloos mogen overnemen. Vage of onvoldoende uitgewerkte registraties volstaan niet als grondslag voor een ingrijpend besluit.

Praktische impact

De burgemeester van IJsselstein moet een nieuw, deugdelijk gemotiveerd besluit nemen over de ontheffingsaanvraag van de snackbar. De snackbar heeft vooralsnog geen ontheffing verkregen, maar de weigering houdt bestuursrechtelijk geen stand zonder betere onderbouwing.

Onderwerp-impact

Voor horecaondernemers die ontheffingen van sluitingstijden aanvragen, bevestigt dit dat de overheid concrete en verifieerbare feiten moet aandragen om een weigering te rechtvaardigen; abstracte incidenttellingen zijn onvoldoende.

Samenvatting

Een snackbar in IJsselstein had bij de burgemeester een ontheffing aangevraagd van de wettelijke sluitingstijden, specifiek om op vrijdag- en zaterdagnacht tot 06:00 uur en op zondagnacht tot 02:00 uur open te kunnen blijven. De burgemeester weigerde deze ontheffing met een beroep op het belang van de openbare orde en veiligheid. Ter onderbouwing verwees hij naar een politieadvies van 17 maart 2022 en een intern advies van het team Openbare Orde en Veiligheid, waaruit zou blijken dat er meer dan 300 incidentregistraties zijn waarbij de snackbar betrokken zou zijn. De rechtbank oordeelde dat de burgemeester zowel de weigering als de onderliggende belangenafweging onvoldoende had gemotiveerd. Het politieadvies vermeldde weliswaar een groot aantal registraties, maar maakte niet duidelijk op welke periode deze betrekking hadden, welke exploitant er toen verantwoordelijk was, en of de incidenten daadwerkelijk aan de snackbar en aan verstoringen van de openbare orde konden worden toegeschreven. Na analyse bleken slechts weinig meldingen concreet aan de snackbar en een daadwerkelijke openbare ordeverstoring te kunnen worden gekoppeld. Bovendien had de burgemeester niet gemotiveerd waarom het handhavingsbelang zwaarder woog dan het belang van de snackbar bij ruimere openingstijden. De Raad van State bevestigt in hoger beroep de uitspraak van de rechtbank en verklaart het beroep van de burgemeester ongegrond. De Raad veroordeelt de burgemeester tevens in de proceskosten van de snackbar ten bedrage van € 1.814,00. De uitspraak herinnert bestuursorganen eraan dat het gebruik van politieadviezen als onderbouwing voor ingrijpende besluiten gepaard moet gaan met een concrete, verifieerbare feitelijke grondslag. Een globale verwijzing naar een hoog aantal registraties zonder nadere duiding volstaat niet aan de motiveringseis die het bestuursrecht stelt.

Bron: Rechtspraak.nl Open Data· Geanalyseerd op 18 juli 2026 met claude-sonnet-4-6
Originele uitspraak

Meer Bestuursrecht

ECLI:NL:HR:2026:1289Richtinggevend
Bestuursrecht
Belastingrecht

ECLI:NL:HR:2026:1289, Hoge Raad, 17-07-2026, 24/02999

Hoge Raad17 jul 2026OverheidHandhaving
72/100Bekijk
ECLI:NL:HR:2026:1296Richtinggevend
Bestuursrecht
Belastingrecht

ECLI:NL:HR:2026:1296, Hoge Raad, 17-07-2026, 23/03413

Hoge Raad17 jul 2026OverheidFinanciele Dienstverlening
72/100Bekijk
ECLI:NL:HR:2026:1288Hoog
Bestuursrecht
Belastingrecht

ECLI:NL:HR:2026:1288, Hoge Raad, 17-07-2026, 24/01208

Hoge Raad17 jul 2026OverheidFinanciele Dienstverlening
68/100Bekijk
ECLI:NL:CBB:2026:324Laag
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:CBB:2026:324, College van Beroep voor het bedrijfsleven, 14-07-2026, 23/1898

College van Beroep voor het bedrijfsleven14 jul 2026OverheidHandhaving
22/100Bekijk
Alle uitspraken in dit rechtsgebied