Omgevingsvergunning hekwerk geweigerd wegens strijd bestemmingsplan
ECLI:NL:RVS:2025:6361, Raad van State, 24-12-2025, 202305997/1/R3
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)Bij besluit van 11 juni 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam geweigerd aan [appellant] een omgevingsvergunning te verlenen voor het legaliseren van het hekwerk op het perceel [locatie] in Rotterdam. [appellant] is eigenaar van het perceel waarop het hekwerk staat. Dit hekwerk is ongeveer 37 m breed en 1,6 m hoog. Na plaatsing van het hekwerk heeft [appellant] hiervoor een omgevingsvergunning gevraagd. Het college heeft geweigerd de omgevingsvergunning te verlenen. Volgens het college is het hekwerk niet toegestaan binnen de bestemming "Groen" die in het bestemmingsplan "Schiezone" aan deze gronden is toegekend. Het college is niet bereid om met toepassing van artikel 2.12, eerste lid, aanhef en onder a, onder 2˚, van de Wabo en artikel 4, onderdeel 3, van bijlage II van het Besluit omgevingsrecht, van het bestemmingsplan af te wijken. Volgens het college is het hekwerk namelijk vanuit stedenbouwkundig oogpunt niet aanvaardbaar en niet in overeenstemming met de redelijke eisen van welstand, zodat de vergunning op grond van artikel 2.10, eerste lid, aanhef en onder c en d, van de Wabo moet worden geweigerd.
Kern van de zaak
Een eigenaar van een perceel met de bestemming 'Groen' heeft na plaatsing een omgevingsvergunning aangevraagd voor een hekwerk van circa 37 m breed en 1,6 m hoog. Het college weigerde de vergunning wegens strijd met het bestemmingsplan en onaanvaardbaarheid vanuit stedenbouwkundig oogpunt en welstand. De eigenaar ging in hoger beroep bij de Raad van State.
Beslissing van de rechter
De uitspraak is onvolledig weergegeven, maar op basis van de beschikbare tekst oordeelt de Raad van State over de vraag of het hekwerk past binnen de bestemming 'Groen' en of het college in redelijkheid heeft kunnen weigeren af te wijken van het bestemmingsplan. Het college komt beleidsruimte toe bij de afweging of een omgevingsvergunning in afwijking van het bestemmingsplan wordt verleend, waarbij de bestuursrechter toetst aan het recht en evenredigheid.
Impactscore
LaagDe uitspraak is casuïstisch van aard en betreft een relatief kleine omgevingsrechtelijke kwestie (hekwerk op groenbestemming). De uitspraak is bovendien onvolledig aangeleverd, waardoor de definitieve beslissing niet volledig beoordeeld kan worden; het overgangsrecht en de toetsingsmaatstaf zijn reeds vaste rechtspraktijk.
Belangrijkste punten
- 1Op de aanvraag (ingediend 18 februari 2021) blijft de Wabo van toepassing op grond van overgangsrecht Invoeringswet Omgevingswet (artikel 4.3 sub a).
- 2Het hekwerk staat op gronden met de bestemming 'Groen' in het bestemmingsplan 'Schiezone'; gebruik als erfafscheiding is volgens het college daarmee in strijd.
- 3Het college weigerde af te wijken op grond van artikel 2.12 lid 1 sub a onder 2° Wabo jo. artikel 4 lid 3 bijlage II Bor wegens stedenbouwkundige en welstandsbezwaren.
- 4Weigeringsgronden: strijd met redelijke eisen van welstand en stedenbouwkundige onaanvaardbaarheid (artikel 2.10 lid 1 sub c en d Wabo).
- 5De bestuursrechter toetst of het besluit in overeenstemming is met het recht en of de nadelige gevolgen niet onevenredig zijn ten opzichte van de gediende doelen.
Impactanalyse
Juridische impact
De uitspraak bevestigt het toepasselijke overgangsrechtelijke kader bij omgevingsvergunningaanvragen ingediend vóór 1 januari 2024 en de reikwijdte van de beleidsruimte van het college bij afwijking van het bestemmingsplan. De toetsingsmaatstaf voor bestuursrechters bij dergelijke weigeringen wordt herbevestigd.
Praktische impact
Eigenaren die na plaatsing alsnog een omgevingsvergunning aanvragen voor bouwwerken op gronden met een publieke of groene bestemming, lopen een groot risico op weigering als het bouwwerk niet past binnen die bestemming en ook welstandstoets niet doorstaat. Retroactief legaliseren van reeds geplaatste bouwwerken in strijd met het bestemmingsplan is daarmee aanzienlijk risicovol.
Onderwerp-impact
Voor eigenaren en gemeenten in het omgevingsrecht verduidelijkt deze zaak hoe streng de dubbele toets (bestemmingsplan én welstand) wordt gehanteerd bij afwijkingsvergunningen voor erfafscheidingen en hekwerken op groenbestemmingen.
Samenvatting
In deze zaak bij de Raad van State staat een hekwerk centraal dat een perceeleigenaar heeft geplaatst op gronden met de bestemming 'Groen' in het bestemmingsplan 'Schiezone'. Het hekwerk is circa 37 meter breed en 1,6 meter hoog. Na plaatsing diende de eigenaar op 18 februari 2021 een aanvraag in voor een omgevingsvergunning. Het college weigerde deze vergunning te verlenen, omdat het hekwerk zowel in strijd is met de geldende bestemming als niet voldoet aan de redelijke eisen van welstand en stedenbouwkundige aanvaardbaarheid. Het college was evenmin bereid met toepassing van de kruimelgevallenregeling (artikel 4 lid 3 bijlage II Bor) af te wijken van het bestemmingsplan. De eigenaar stelde beroep in en betoogde in hoger beroep dat het hekwerk wél passend is binnen de bestemming 'Groen'. De Raad van State stelt vooreerst vast dat op deze zaak de Wabo van toepassing blijft op grond van het overgangsrecht van de Invoeringswet Omgevingswet, nu de aanvraag dateert van vóór de inwerkingtreding van de Omgevingswet op 1 januari 2024. Inhoudelijk beoordeelt de Raad of het hekwerk past binnen de bestemming en of het college in redelijkheid heeft kunnen weigeren om van het bestemmingsplan af te wijken. Daarbij wordt vastgesteld dat het college beleidsruimte heeft bij de beslissing over een afwijkingsvergunning en de betrokken belangen dient af te wegen. De bestuursrechter toetst vervolgens aan het recht, waaronder de evenredigheid van de nadelige gevolgen. De volledige uitkomst van het hoger beroep is op basis van de beschikbare tekst niet volledig te reconstrueren, maar de centrale juridische kwesties betreffen de uitleg van de groenbestemming en de rechtmatigheid van de welstandsweigering.