Gemeente verliest: bewegingsonderwijs valt buiten SPUK-sportregeling
ECLI:NL:RVS:2025:6356, Raad van State, 24-12-2025, 202406111/1/A2
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)Bij besluit van 30 juni 2020 heeft de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport aan de gemeente een uitkering toegekend op grond van de Regeling specifieke uitkering stimulering sport ter hoogte van € 339.272,55. De minister heeft een lager bedrag toegekend dan door de gemeente was aangevraagd. De kosten voor bewegingsonderwijs heeft de minister op het aangevraagde bedrag in mindering gebracht, omdat deze kosten niet in aanmerking komen voor een uitkering op grond van de SPUK-regeling. Daarnaast is in aanvraagjaar 2020 het subsidieplafond bereikt. Het beschikbare bedrag is daarom naar rato verdeeld over alle aanvragers. De rechtbank heeft geoordeeld dat de minister ten onrechte geen uitkering aan de gemeente heeft toegekend voor de kosten in verband met het ter beschikking stellen van haar binnensportaccommodaties aan het primair en voortgezet onderwijs voor het geven van bewegingsonderwijs.
Kern van de zaak
Een gemeente vroeg een SPUK-uitkering aan voor 2020 ter compensatie van weggevallen btw-aftrek op sportaccommodaties. De minister kende een lager bedrag toe dan aangevraagd, omdat kosten voor bewegingsonderwijs buiten de regeling vallen. De gemeente maakte bezwaar en beroep.
Beslissing van de rechter
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State verklaart het hoger beroep van de minister gegrond en het beroep van de gemeente ongegrond. De doorslaggevende reden is dat de SPUK-regeling strekt tot compensatie van weggevallen btw-aftrek op sportactiviteiten, en kosten voor bewegingsonderwijs niet onder deze doelstelling vallen.
Impactscore
MiddelDe uitspraak heeft praktische betekenis voor alle Nederlandse gemeenten die SPUK-aanvragen indienen en kosten voor bewegingsonderwijs opvoeren, maar betreft een interpretatie van een bestaande regeling zonder fundamenteel nieuwe rechtsregels.
Belangrijkste punten
- 1Sinds 1 januari 2019 geldt een verruimde btw-sportvrijstelling waardoor gemeenten geen btw meer kunnen aftrekken op sportaccommodaties en sportmaterialen.
- 2De SPUK-regeling compenseert dit verlies door gemeenten 17,5% van begrote sportkosten uit te keren, aansluitend bij het vroegere btw-aftrekpercentage.
- 3Kosten voor bewegingsonderwijs komen niet in aanmerking voor een SPUK-uitkering, aldus de minister en bevestigd door de Raad van State.
- 4In aanvraagjaar 2020 werd het subsidieplafond bereikt, waardoor het beschikbare bedrag naar rato over alle aanvragers is verdeeld.
- 5De rechtbank Limburg had de gemeente in het gelijk gesteld, maar de Raad van State vernietigt die uitspraak.
Impactanalyse
Juridische impact
Deze uitspraak verduidelijkt de reikwijdte van de SPUK-regeling: bewegingsonderwijs valt buiten het toepassingsbereik, wat betekent dat gemeenten dergelijke kosten niet als grondslag voor een SPUK-uitkering kunnen opvoeren. Dit beperkt de compensatiemogelijkheden voor gemeenten met geïntegreerde sport- en onderwijsactiviteiten.
Praktische impact
Gemeenten die kosten voor bewegingsonderwijs hadden opgevoerd in hun SPUK-aanvragen krijgen die vergoeding niet, en moeten hun begrotingen en aanvragen hierop aanpassen voor toekomstige jaren.
Onderwerp-impact
Voor de sportsector en gemeentelijke sportaccommodaties bevestigt deze uitspraak dat de SPUK-compensatie strikt is begrensd tot sportactiviteiten in enge zin, en niet uitbreidt naar aanpalende onderwijsactiviteiten.
Samenvatting
Deze zaak draait om de vraag of kosten voor bewegingsonderwijs in aanmerking komen voor een uitkering op grond van de Specifieke Uitkering Sport (SPUK-regeling). Met ingang van 1 januari 2019 werd de btw-sportvrijstelling verruimd, waardoor gemeenten geen btw meer konden aftrekken op investeringen in sportaccommodaties en sportmaterialen. Ter compensatie werd de SPUK-regeling ingevoerd, die gemeenten in staat stelt 17,5% van hun begrote sportkosten vergoed te krijgen. De gemeente diende voor het jaar 2020 een aanvraag in, maar de minister kende een lager bedrag toe dan aangevraagd. De kosten voor bewegingsonderwijs werden van het aangevraagde bedrag afgetrokken, omdat deze volgens de minister niet onder de SPUK-regeling vallen. Bovendien werd het beschikbare budget dat jaar naar rato verdeeld wegens het bereiken van het subsidieplafond. De rechtbank Limburg had in eerste aanleg geoordeeld in het voordeel van de gemeente, maar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State draait dit oordeel terug. De Afdeling oordeelt dat het hoger beroep van de minister gegrond is en het incidenteel hoger beroep van de gemeente ongegrond. De uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd en het oorspronkelijke beroep van de gemeente wordt alsnog ongegrond verklaard. De kern van de beslissing is dat de SPUK-regeling expliciet strekt tot compensatie van het wegvallen van btw-aftrek op sportactiviteiten, en dat bewegingsonderwijs als zodanig niet onder dit doel valt. Voor gemeenten in Nederland heeft dit directe gevolgen: zij kunnen kosten voor bewegingsonderwijs niet als subsidiabele post opvoeren in hun SPUK-aanvragen, en moeten hun begrotingen en aanvragen hierop afstemmen.