Subsidie medisch specialist teruggevorderd wegens schending SOIT-voorwaarden
ECLI:NL:RVS:2025:6333, Raad van State, 24-12-2025, 202301079/1/A2
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)Bij besluit van 24 maart 2021 heeft de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. de aan [appellant] verleende subsidie als bedoeld in de Subsidieregeling overgang integrale tarieven medisch specialistische zorg vastgesteld op nihil en het al betaalde voorschot tot een bedrag van € 80.000,00 teruggevorderd. [appellant] is een medisch specialist die gebruik heeft gemaakt van de SOIT. Het doel van de SOIT is de overstap van vrijgevestigd medisch specialisten naar loondienst bij zorgaanbieders te faciliteren, waarbij een duurzame arbeidsverhouding tussen de zorgaanbieder en medisch specialist dient te ontstaan. Een van de voorwaarden is dat [appellant] met ingang van de beëindiging als vrijgevestigd medisch specialist tot en met 31 mei 2019 uitsluitend bij een of meer zorgaanbieder(s) als medisch specialist in dienst is. [appellant] is met ingang van 1 januari 2015 in loondienst getreden van Medisch Centrum Haaglanden. Daarvoor heeft hij zijn praktijk als vrijgevestigd medisch specialist beëindigd, waarvoor € 100.000,00 subsidie is verleend. Op 1 juli 2017 is [appellant] veranderd van werkgever en in loondienst getreden bij DC Klinieken.
Kern van de zaak
Een medisch specialist ontving € 100.000 subsidie via de SOIT-regeling voor de overstap van vrijgevestigd specialist naar loondienst. Hij werkte echter ook voor een maatschap die geen erkende zorgaanbieder is in de zin van de regeling, en verrichtte daarnaast werkzaamheden als vrijgevestigd specialist. De minister vorderde daarop het reeds uitbetaalde bedrag van € 80.000 terug.
Beslissing van de rechter
De Raad van State beoordeelt de vaststelling van de subsidie op nihil en de terugvordering van € 80.000. De doorslaggevende reden is dat appellant niet voldeed aan de SOIT-voorwaarden: de maatschap kwalificeerde niet als zorgaanbieder in de zin van de regeling, en appellant heeft bovendien als vrijgevestigd medisch specialist werkzaamheden verricht, hetgeen de regeling uitdrukkelijk verbiedt.
Impactscore
LaagHet betreft een individuele subsidiegeschil zonder brede precedentwerking; de SOIT-regeling is een aflopende regeling en de rechtsvragen zijn relatief casuïstisch van aard. De uitspraak bevestigt bestaande subsidierecht-principes zonder nieuwe rechtsnormen te stellen.
Belangrijkste punten
- 1De SOIT-regeling stelt als voorwaarde dat de medisch specialist uitsluitend in loondienst werkt bij een of meer erkende zorgaanbieder(s) tot en met 31 mei 2019.
- 2De maatschap van anesthesiologie in het Van Weel-Bethesda Ziekenhuis kwalificeert niet als zorgaanbieder in de zin van de SOIT.
- 3Appellant verrichtte in 2018 ook werkzaamheden als vrijgevestigd medisch specialist en verdiende daarmee € 17.600, wat een directe schending van de subsidievoorwaarden vormt.
- 4De minister heeft de subsidie vastgesteld op nihil en het reeds betaalde bedrag van € 80.000 teruggevorderd.
- 5De tekst is onvolledig; de definitieve uitkomst van de Raad van State (bevestiging of vernietiging van het bestreden besluit) is niet volledig weergegeven.
Impactanalyse
Juridische impact
De uitspraak verduidelijkt de strikte uitleg van de SOIT-subsidievoorwaarden, in het bijzonder het begrip 'zorgaanbieder' en het verbod op vrijgevestigd werken gedurende de looptijd van de regeling. Dit bevestigt dat subsidieontvangers geen enkele uitwijkmogelijkheid hebben buiten erkende zorgaanbieders.
Praktische impact
Medisch specialisten die gebruik maakten van de SOIT-regeling dienen gedurende de gehele subsidieperiode uitsluitend in loondienst te werken bij erkende zorgaanbieders; nevenactiviteiten als vrijgevestigde of samenwerking met niet-erkende maatschappen leiden tot volledige terugvordering van de subsidie.
Onderwerp-impact
In de zorgsector onderstreept deze uitspraak het belang van zorgvuldige naleving van subsidievoorwaarden bij de overgang van vrijgevestigde naar loondienst constructies, en benadrukt het risico van samenwerking met maatschappen die niet als zorgaanbieder zijn aangemerkt.
Samenvatting
Deze zaak betreft een medisch specialist die in 2015 gebruikmaakte van de Subsidieregeling Ondersteuning Integrale Tarieven (SOIT), bedoeld om vrijgevestigde medisch specialisten te faciliteren bij de overstap naar loondienst bij erkende zorgaanbieders. Na toekenning van € 100.000 subsidie trad appellant in loondienst bij Medisch Centrum Haaglanden. In 2017 wisselde hij van werkgever naar DC Klinieken. Daarnaast werkte hij van september 2017 tot juni 2018 op basis van een arbeidsovereenkomst met de maatschap van anesthesiologie in het Van Weel-Bethesda Ziekenhuis en verrichtte hij in 2018 ook werkzaamheden als vrijgevestigd medisch specialist voor diezelfde maatschap, waarmee hij € 17.600 verdiende. De minister stelde de subsidie vervolgens vast op nihil en vorderde het al uitbetaalde bedrag van € 80.000 terug. Reden hiervoor was tweeledig: de maatschap kwalificeert niet als zorgaanbieder in de zin van de SOIT-regeling, en appellant heeft in strijd met de subsidievoorwaarden werkzaamheden als vrijgevestigd medisch specialist verricht. De centrale juridische vraag voor de Raad van State is of de minister de subsidie terecht op nihil heeft vastgesteld en het uitbetaalde bedrag terecht heeft teruggevorderd. Hoewel de volledige uitspraak niet beschikbaar is, blijkt uit de weergegeven overwegingen dat de kern van het geschil draait om de definitie van 'zorgaanbieder' en de strikte naleving van het verbod op vrijgevestigd werken. De zaak illustreert hoe subsidieontvangers zich blootstellen aan volledige terugvordering wanneer zij ook maar gedeeltelijk buiten de kaders van de subsidieregeling opereren, zelfs indien dit in beperkte mate en via een derde-partijconstructie geschiedde.